4.1 BARMHARTIGHEID. Inleiding.

In het eerste deel hebben we stil gestaan bij de onbarmhartigheid van de duivel, vertoond in het beroven van Job van zijn bezittingen en zijn kinderen. Daarna in het beroven van zijn gezondheid en zijn sociale uitsluiting naar de ashoop. Vervolgens kwam zijn vrouw, die hem adviseerde God vaarwel te zeggen, daarna zijn drie vrienden, die hem psychisch ernstig beschuldigden van zware zonde. Dàt – God vloeken! – was ook de uiteindelijke doelstelling van de duivel tegenover de Heere. Maar Job deed het niet. Daarna bleek hij in Elihu een ware broeder te vinden en te hebben.

Hoe weinig geloof hecht de mens aan de onbarmhartigheid van de duivel en hoe weinig doorziet hij de diepte en de gevolgen daarvan, eeuwig. Zó blind en zó afgestompt is de mens! Zó is de mens er aan gewend en gewoon geraakt, dat hij het als vanzelfsprekend acht, dat de mens ook onbarmhartig is, kan zijn, de één wat meer, de ander wat minder, op dit gebied, op dat terrein. In verreweg de meeste gevallen is het relatief en tijdelijk. Wordt het structureel gedaan, worden de daders opgespoord en voor een tribunaal gedaagd, dàn, dàn.

Onbarmhartigheid wordt echter zelden aangemerkt als puur duivels, iets, waar zeker christenen radicaal afstand van moeten nemen en er tegen moeten vechten. Veelszins heerst de gedachte, dat het over het algemeen nog wel wat meevalt in het leven hier en nu, op aarde. En daarom, daarom is het zo benadrukken van die onbarmhartigheid van de duivel, zijn volgers, en het zo breed uitmeten ervan weinig zinvol en nuttig. Wie gelooft nog in een hel, waar onbarmhartigheid continue is, 100 %, niemand uitgezonderd, door alle duivelen, door alle mensen, door … God!, eeuwig?

Hoe gemakkelijk komt de mens op de gedachte, dat Gòds onbarmhartigheid in Zijn toorn en wraak ook wel mee zal vallen, voorbijgaand is. Lees bijv. Ezechiël 9. Dat de Heere zeer vertoornd is op de drie vrienden vanwege hun rechtsverkrachting – in hen op de dùivel! – nee, ook daarvan raken we niet ondersteboven van schrik. Het staat er, dus het zal wel. De enorme zorgelóósheid waarmee we bevangen zijn in diepe doodsslaap, we liggen er geen moment van wakker. Het zal wel. Na ons de zondvloed! We leven vandaag! Pluk de dag!

Geloof: liefde — barmhartigheid — oprechtheid, rechtvaardigheid — waarheid.

Genesis 3:15: ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.’

BARM BARMHARTIGHEID BARM
HAR Genesis HAR
TIG 3:15 TIG
HEID BARMHARTIGHEID HEID

We hebben geprobeerd Genesis 3:15, de moederbelofte, het zètten door God van de vijandschap tussen vrouwenzaad en slangenzaad, te omringen door BARMHARTIGHEID. De barmhartigheid van Gòd, door niemand daartoe verplicht!, waardoor Hij de gevallen mens opzoekt in het paradijs en herstel en verlossing verkondigt in en door het vrouwenzaad.

Laten we er dieper op ingaan. Genesis 2:16 en 17: ‘En de HEERE God gebood de mens, zeggende: Van alle boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.’ Gods rechtvaardigheid vereist, dat God ná de zondeval ook metterdaad meteen de straf uitvoert, die Hij aan overtreding van Zijn gebod heeft verbonden. De mens wìst het!

Als de mens ná de overtreding beseft wàt hij gedaan heeft, is er geen enkele gedachte bij hem – tóen niet, nú niet! – in groot berouw tot God weer te keren. Genesis 3:8: ‘En zij hoorden de stem van de HEERE God, wandelende in de hof, aan de wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van de HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.’ Het besèf: IK HEB GEZONDIGD, IK BEN SCHULDIG AAN DE EEUWIGE DOOD! De mens vlùchtte voor God weg!

En dan, dàn, na het gerechtelijk onderzoek door God, klinkt Genesis 3:15! BARMHARTIGHEID! We moeten weer oog krijgen voor Gods oneindige BARMHARTIGHEID, toen en daar geopenbaard en uitgesproken en getoond. Niet om Gods rechtvaardigheid te doen ophouden, wel om opnieuw de weg naar het eeuwige leven te openen, door Jezus Christus. En zó is Genesis 3:15 de sleutel, de scharnier, de deur naar die radicaal andere wereld, door God gegeven, door God geopend: de wereld van de BARMHARTIGHEID van God in Christus!

Laat het diep tot ons doordringen: zònder Genesis 3:15 was de geschiedenis tóen gestopt. Opdat de mens elke dag opnieuw beseft, dat het hele leven – al de eeuwen door – hàngt aan- en afhankelijk is van de inhoud van deze tekst, van de levende Gòd, die tóen en dáár sprak. Tegelijk àlles wat op aarde gebeurt en gedaan wordt, verricht en gepresteerd, bedacht en beredeneerd.

Die wereld van BARMHARTIGHEID wordt door de duivel geháát, door de mens – gevallen in zonde – verwòrpen, door God gezèt, geopend. En tot aan de jongste dag ‘lééft’ de mens in de wereld van de dóód, zèlf verkozen en begeerd, en wil ze van die andere wereld niet wéten!

En dáártoe nodigt God de mens: open de ogen voor Mijn BARMHARTIGHEID EN LÉÉF! Die BARMHARTIGHEID moet elk mens elke dag voor ogen staan. Zó is God! Vervolgens leert de geschiedenis ons van dag tot dag, dat de mens die BARMHARTIGHEID snel vergéét, er tot eigen nut en begeerte het grofste misbruik van maakt, elk betoon van BARMHARTIGHEID tegenover de naaste veracht en minacht in grenzeloze wreedheid, meedogenloosheid en sadisme, in oneindige rechtsverkrachting, in geslepen vindingrijkheid van ‘blanke onschuld’. We zagen het overduidelijk in het eerste deel van Job. De duivel en zijn volgers, de drie vrienden.

Nòg geeft en bewijst God Zijn BARMHARTIGHEID. En kijken we in de wereld rond, dan worden we er alleen maar in bevestigd. BARMHARTIGHEID is heel schaars geworden, ook in de kerk. Vraag maar eens rond: Weet u waar de wereld van BARMHARTIGHEID is? Stel die vraag maar eens aan de gemeente, de ambtsdragers, de omgeving, de politiek, de financiële en economische wereld, de onderdrukte en misdeelde mensheid waar en hoe ook ter wereld. Betoon van BARMHARTIGHEID wordt niet opgemerkt en aangemerkt als gebòd van God, als navolging daarin van God, van Christus.

Integendeel, het wordt als slap en soft behandeld en … verworpen. En dáárom kunnen we er ook zo mee ‘omgaan’ zoals we doen. En dan kunnen we de geschiedenis tot vandaag toe opnieuw van bladzij tot bladzij bekijken en proberen daaruit de nodige lessen te trekken. Want die wereld van BARMHARTIGHEID is de wereld van de zelfverloochening, de pure minachting en verachting en verwerping en laster en smaad en valsheid en geslepenheid en hoogmoed en eigendunk en inbeelding.

Het is tegelijk de wondere wereld van VREDE MET GOD DOOR JEZUS CHRISTUS!, uit genade, onverdiend, eeuwig.

Hoe dicht liggen liefde en barmhartigheid tegen elkaar aan. Luisteren we naar de Schrift Zelf, I Corinthiërs 13:4-7: ‘De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen; Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad; Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.’

Zó lief had God de wereld! Zó barmhartig is God! We zullen zien, dat, zoals de mens die BARMHARTIGHEID hartgrondig háát en verwèrpt, in woord en daad en gedachte, in gezindheid, dat dàn Gods rechtvaardigheid naar voren treedt. Gods gerechtigheid en rechtvaardigheid kunnen zoveel verachting en minachting en verwerping van Zijn betoonde en bewezen liefde en barmhartigheid niet verdragen en zó zal Gods rechtvaardigheid zich openbaren en uiten in de eeuwige ONbarmhartigheid en vloek en dood en verdoemenis.

Dan zal de mens, die dat willens en wetens over zich gehaald heeft, met grote wroeging eeuwig beseffen, hoe zwaar God die verachting en minachting en verwerping van Zijn onverdiende en ongevraagde BARMHARTIGHEID toerekent en wreekt. Want deze levende God is een verterend vuur!

Zalig allen, die bij Hèm schuilen!

19 februari 2014

Dit bericht is geplaatst in Het Bijbelboek Job. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *