46b onzichtbaar: Goddelijke spot, duivels venijn

                                  De artikelen 46a, 46b, 46c en 46d vormen één geheel.

5. Mensen, ook gelovigen, hebben het daarmee vaak heel moeilijk. Lees de klachten van Job, de Psalmen van David, de klaagliederen van Jeremia. En telkens weer is de roep: ZIET GOD DIT NIET??? En doet Hij daar niets op? Oordeelt en straft Hij niet met haast? We moeten even terug naar het begin van de Bijbel: de schepping: ‘En God zei:’ En het WAS er. (Zie ook artikel 2: De Bijbel begint met de schepping.) Dan lezen we in Genesis 3:14: ‘Toen zei de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij verVLOEKt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.’

Leest u goed: VERVLOEKT! En in de slang de duivel, die de slang daartoe gebruikte, en in de duivel alle mensen die de duivel geloofden, geloven en navolgen. In woord, in daad, in gedachte: in valsheid, in huichelachtigheid, in geniepigheid, in geslepenheid, in geraffineerdheid, in leugen, in bedrog, in geweld, in dood. En ieder mens moet direct erkennen dat al die elementen in bovengenoemde hoon en spot meekomen. Is het niet één voor één, dan is het wel in combinatie. ZIET GOD DIT NIET???

Leest u opnieuw Genesis 3 en volgende hoofdstukken. Inderdaad, de slang gaat op zijn buik, nog steeds, maar de duivel, de mens? Lijkt het er niet heel sterk op, dat God Zijn VLOEKwoord meteen heeft ingeslikt, ja, dat dat VLOEKwoord eigenlijk krachteloos en nietszeggend is? Dan de vergeetachtigheid van de mens, aangevuld met veel ‘bewijzen’: Zie je wel, er gebeurt NIETS!!! En de zondvloed dan, en Sodom en Gomorra dan? Ze worden weggeredeneerd als ‘toeval’, als ‘natuurramp’.

Nee, de mens moet onder dat VLOEKwoord verpletterd en vermorzeld en verbrijzeld worden: IK heb gezondigd, IK heb die VLOEK verdiend, God doet MIJ geen enkel onrecht als Hij MIJ voor eeuwig verdoemt. Want ik ben in Adam en Eva, als mijn voorouders, begrepen. De VLOEK geldt ieder mens die de duivel gelooft en volgt. ZIET GOD DIT NIET??? Ja. Ziet de mens – u en ik – Gods BARMHARTIGHEID??? Daarin bewijzend van dag tot dag, dat God NIET meteen de VLOEK uitvoert, maar dat Hij BARMHARTIG, onverdiend, de mens alsnog tijd en gelegenheid geeft zich te bekeren en met haast de zonde, de duivel en zijn werken, te haten en te ontvluchten?

Ook, dat de mens, Adam en Eva, hun nageslacht eeuwenlang konden vertellen van het paradijs, de zondeval, de moord van Kaïn op Abel, ook wijzend op alle hoogmoed van de mens in zonde, waaraan de mens zich naar zijn verdorven natuur overgeeft. En daarom gemakkelijk vergeet, God verloochent, de eeuwige VLOEK uitbant en zich maar zo overgeeft en uitleeft aan dergelijk gedrag. En NEE, dan is het VLOEKwoord van God uit Genesis 3 niet krachteloos geworden, maar dan is het even krachtig in woord en uitwerking als Zijn Woord in de schepping.

En als God de uitwerking, de definitieve uitwerking en uitvoering van dat VLOEKwoord opschort, dan is dat Zijn onuitsprekelijke BARMHARTIGHEID! Als de mens die BARMHARTIGHEID minacht en verwerpt en het VLOEKwoord moedwillig vergeet en veracht, dan zal die mens eeuwig de kracht van dat woord ervaren en eeuwig de wroeging van alle verwerping en minachting moeten dragen: HOE HEB IK ZO DWAAS KUNNEN ZIJN!

Daarom: lees de Bijbel opnieuw, aandachtig, erkennend, wetend, dat het Woord van God altijd krachtig is en blijft, wat mensen ook zeggen, wat mensen ook beweren, wat mensen ook fantaseren. Maar zie eerst en vooral, dat het minachten van zoveel BARMHARTIGHEID door God vreselijk gewroken zal worden, eeuwig. Ook alle spot en hoon is niet goedkoop. Dan draagt de gelovige die spot en hoon in geloof, bewogen met hen die het doen, bewogen over hun oordeel als ze zich niet bekeren, maar ook volhardend, huiverend over het oordeel van God daarover, dat KOMT!

Tegelijk weigert de gelovige aan dergelijke praktijken mee te doen, ziende het duivelse karakter van alle hoon en spot. Nee, niet in eigen kracht, wetend hoe zwak hij is. Alleen in Gods kracht, geleid door Gods Geest. Is alle strijd tegen pesten en sarren, hier en nu, tevergeefs? Het is lapwerk zolang mensen zich niet van harte bekeren en ook deze zonde leren háten.

Ook alle protest, alle stille tochten, ze zijn zo weer vergeten. We moeten telkens weer terug naar de weg van de gehoorzaamheid aan het Woord van de levende God. Leren zelf de barmhartigheid van God te zien, anderen er op te wijzen en zichzelf en anderen er leren in te oefenen, in woord en daad.

6. De mens verergert de zonde. In plaats van het opmerken van Gods grote BARMHARTIGHEID in het eeuwenlang ‘verdragen’ van de hardnekkige en onbekeerlijke mens, kunnen we zien, dat de mens zich steeds weer, steeds meer, steeds gewelddadiger uitleeft in alle spot en hoon en kwelling en treitering. Toneel en film en media werken er hard aan mee het bekend te maken en het te laten zien en horen.

Vervolgens blijkt dat er vraag naar is, meer vraag, steeds meer vraag. Maar dan moet het ook nog wat harder, wat geraffineerder, wat geniepiger, wat perverser. En veel wat achter gesloten deuren van martelkamers plaatsvond en plaatsvindt of op pleinen en in theaters als publiek gericht werd gewerkt en vertoond, kan maar zo via film en toneel in de huiskamer bekeken worden. ‘Onschuldig’ kijken bestaat niet.

De grote zonde, de grote blindheid in de mens maakt ook, dat de mens niet meer het DUIVELSE karakter ervan onderkent. Doet de mens dat wel, dan weet hij zich direct hopeloos alleen. Dan ziet de mens God, van Wie hij de eeuwige dood rechtvaardig verdiend heeft door zijn zondeval en zondeschuld.

Dan ziet de mens de duivel, de satan, de tegenstander, die door het tonen en uitwerken van zulke duivelse praktijken doet zién, dat hij vol leugen en dood en verderf is. Ook, dat ALLES wat uit hem voortkomt alleen maar bederf werkend, ontbindend en ontwrichtend is. Ook, dat elke vorm van liefde, van gemeenschap, van barmhartigheid, van vrede, totaal afwezig is. Ja, hij háát ze met heel zijn duivelse haat. ZO IS DE DUIVEL! ZO ZIJN ZIJN WERKEN! Ja, ze kunnen alleen maar zó zijn.

Dan zou je denken, dat de mens bij het zien van zoveel bederf en valsheid de duivel snel de rug toekeert. En dat doet de mens niét! Integendeel, de mens is zó verdorven, dat hij de duivel nadoet, vervuld van de duivel in diens wegen en praktijken wandelt, in daad, in woord, in gedachte. Maar dan is het ook heel duidelijk, dat de mens er niet voor terugschrikt om anderen, zwakkeren, te misbruiken, als object van spot en hoon met al hun duivelse venijn te overgieten. En alle ingrediënten komen weer terug, ontwrichtend, ontbindend.

Dan is er nog een grote blindheid: denkend, dat medestanders te vertrouwen zijn, blijkt zo vaak, dat vroegere medestanders en mededaders omkeren en tegenstanders worden. Dan wordt hij, die voorop liep om anderen te kwellen, zelf het mikpunt, en hoe! Welk mens is 100% te vertrouwen??

Lees Richteren 9:23: ‘Zo zond God een boze geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;’ Zien we dat God niet werkeloos toeziet, toen niet, nu niet? Dan het slot de verzen 56 en 57: ‘Alzo deed God wederkeren het kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen. Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, de zoon van Jerubbaal, kwam over hen.’ Nee, God doet het niet op ons commando. Hij bepaalt soeverein wanneer de geschikte tijd en wijze daarvoor is. Het kan hier en nu, het kan de eeuwigheid hierna zijn. Maar we zijn ernstig gewaarschuwd!

Telkens blijkt, dat er bij mensen vaak bitter weinig barmhartigheid is te bespeuren. Dan zien we opnieuw Gods barmhartigheid, zich daarin openbarend, dat God duivel en mensen in toom houdt, in bedwang houdt, ze ervan weerhoudt zich daarin uit te leven. Zeker, er zijn wreedheden begaan die elk voorstellingsvermogen tarten. Daarin kan de mens zien hoever de van God losgeslagen mens kan komen.

Maar erkent de mens God in grote dankbaarheid, dat God de wereld leefbaar houdt? Nee, opnieuw wordt God genegeerd, ja, beschuldigd dat Hij dàt niet voorkwam en wordt de leefbaarheid aan de mens zelf toegedacht. Tegelijk meent de mens daaruit te kunnen opmaken, dat de duivel ook zo slecht nog niet is. Zie eens op al het goede wat er is. Als de duivel echt zo slecht en verdorven was ….. En de mens WIL blind blijven en vergeet Gods Woord: verVLOEKt!

7. Er is een volgende stap: de mens moet het zich scherp voor ogen stellen: ik sta tegenover hoon en pesten en treiteren nooit neutraal, onafhankelijk. Ben ik zelf ‘doelwit’, ik zal het moeten dragen, in het geloof. Geloof ik niet, dan is er vaak maar één uitweg: WRAAK, vergelding! Andere kant: de hand aan zichzelf slaan. Dan ben ik er vanaf. Hoe vaak hoor, lees je niet dat het leven dan een hel is. Het zijn alleen enkele symptomen.

Laten we de ogen er ook niet voor sluiten, dat ook gelovigen in zulke situaties de ‘uitweg’ verkozen van de hand aan zichzelf te slaan. Ons past daarover niet het oordeel. De Heere zal rechtvaardig oordelen. We mogen wel bidden, dat de Heere ons niet in zulke situaties brengt. Alleen blijkt de hele geschiedenis door, dat het geloof vaak zo’n weg opent. Weten we dat, zien we dat, we zullen ons er des te meer op moeten voorbereiden door aandachtig de Schriften te bestuderen, steeds weer.

En leidt de Heere onze levensweg dan zo, dat we voorwerp worden van hoon en spot, ter wille van het geloof, dat we die weg dan ook standvastig in het geloof mogen en kunnen gaan. Nee, niet vertrouwend op onszelf, wel in vast vertrouwen bevestigd door de Heilige Geest. Vraag: zijn Job, David, Jeremia, anderen, daarin beschaamd uitgekomen?? Is God vandaag niet bij machte ons uit te redden?? O, dat kleingeloof!

Tegelijk, als we zien, horen, dat ànderen het doelwit zijn van pesten, treiteren, hoon, smaad, dan past het ons niet ons snel af te wenden en te doen alsof we nergens van weten. Dan mogen we ons niet van hem, hen afwenden, maar dan zullen we onze verantwoordelijkheid moeten dragen en tonen en bewijzen. Daarin barmhartigheid tonend aan betrokkene, ook aan dader(s) door hem, hen te wijzen op hun misdadig optreden.

Steeds weer moet ons daarin Gods grote barmhartigheid voor ogen staan! Is Hij zó barmhartig tegenover vijanden, zondaren, al eeuwen lang? En komen wij dan nu niet verder dan een aantal ferme woorden in een veilige omgeving, maar als het werkelijk op daden aankomt, ja, dan zijn we ineens niet thuis, of dan was het toch de eerste verantwoordelijkheid van die ander, of …..

Het is waar, de praktijk heeft geleerd en leert, dat klokkenluiders wel met woorden door velen geprezen worden, maar dat er grote aarzelingen bestaan op het moment zèlf een zaak aan de orde te stellen, hardop, en daarvoor te (blijven) staan. Wat de gevolgen ook (kunnen) zijn. Ook de Bijbel toont ons geen ander beeld. Maar steeds weer moet ons eerst en voor alles duidelijk en scherp voor ogen staan het DUIVELSE karakter van alle pesten, treiteren, honen, smaden, lasteren. En vervolgens onze verantwoordelijkheid in de praktijk van het leven dragen als we het opmerken: òf zwijgend toestaan en zo meeschuldig zijn òf met barmhartigheid bewogen de strijd aanbinden.

8 december 2012

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *