28 Onderscheiden

Onderscheiden. Wat? Waarin? Hoe?

Hierin moet steeds weer voorop staan:

– Ik heb gezondigd
– Ik heb de eeuwige dood verdiend

Dat heeft grote gevolgen gedurende heel het leven:

– Mijn denken, doen, ja alles is dóór en dóór verdorven en voor God nietswaardig
– Ik tracht mij steeds weer door eigen beoordelingen schoon te praten, daarbij:

1. Omstandigheden in rekening brengen
2. Toevalligheden aan de orde stellen
3. Het spreken, doen van anderen als verontschuldiging aanvoeren
4. De klemtoon leggen op eigen onwetendheid en onmogelijkheid
5. Het kleineren van eigen spreken en doen
6. Het uitvergroten van andermans spreken en doen
7. Het botweg liegen en bedriegen en vervolgens ontkennen
8. Mij in slaap laten wiegen door andermans spreken, doen en beoordelen
9. Waarde hechten aan andermans (positieve) beoordelingen en mij daarop beroepen
10. Mij laten verblinden door veel uiterlijke omstandigheden, pracht en praal en aanzien
11. Mij heel vroom voor te doen in allerlei uiterlijkheden en daarop voor God vertrouwen
12. Mij beroepen op tal van prestaties tegenover mindere prestaties van anderen
13. De schijn ophouden voor anderen, ondertussen het zelf verafgoden
14. Zien dat de mens veel toegeeflijker is richting kwaad dan goed
15. Gemakshalve vergeten, dat God mij zó gemaakt heeft en mij van ogenblik tot ogenblik leven geeft, gezondheid, mijn gaven en talenten in stand houdt

     Hoe we het ook wenden of keren, voorop moet staan: ik heb gezondigd en daardoor de eeuwige dood verdiend. En wat we ook bedenken, fantaseren of aanvoeren, individueel, collectief, we blijven binnen de cirkel van: gezondigd, eeuwige dood. En ook de gedachte: ‘dood is dood’, het helpt niets. Want God, de levende God, Die hemel en aarde met alles erop en erin schiep, gaf TOEN de mens haar plaats en taak en verantwoordelijkheid, tegenover God, tegenover de naaste, tegenover de schepping. En van die taak en verantwoordelijkheid eist God van ieder mens rekenschap, verantwoording.

Daarbij handhaaft God Zijn eis van het begin, immers, Hij had de mens zó geschapen, dat hij dat kon. En de mens moet er zich steeds weer scherp van bewust zijn, dat zijn zondeval van Gods eis NIETS afdoet of die eis verzwakt. De mens moet van dag tot dag terugkeren en die alomvattende opdracht uitvoeren, zoals God had bepaald. Maar de mens WIL niet, KAN niet en DOET niet. Ofwel, het is ONMOGELIJK uit die cirkel te komen. Vanuit de mens zelf, ja, zonder enige reserve.

God zag dat ook en Hij bewerkte een uitweg: Christus!! Hij zou de vloek en schuld van de mensheid dragen en wegdragen en daardoor bewerken, dat de mens in en door Hem voor God kan verschijnen, onschuldig, rein, heilig, smetteloos, alsof de mens zèlf alle gerechtigheid had vervuld, alsof de mens nooit gezondigd had en eigen beoordeling náást en bóven Gods Woord geplaatst had.

     Maar de mens KAN niet en WIL niet en is zó vervuld van eigen goede! beoordelingen, bedoelingen, dat hij zijn eigen volkomen BLINDHEID beoordeelt als: IK ZIE!, ja, ik zie zuiver! Vervolgens begaat de mens de dwaasheid eigen en andermans beoordelingen te projecteren op God: Als ‘iedereen’ dat goed, mooi, prachtig vindt, dan zal God het óók wel zo vinden. En, om de overtuiging waarschijnlijker te maken worden vooraanstaande en aanzienlijke mensen en hun beoordelingen aangevoerd. En als iedereen dan ook nog instemmend knikt.

Daarnaast, hoe gemakkelijk laat de mens zich beïnvloeden en meeslepen door mensen, personen, die zó fijn zijn, zó vroom, zó innemend, zó zachtmoedig, zó …

Zo zien we, dat tal van aspecten een rol spelen, een rol kunnen spelen, afzonderlijk, samen, in tal van combinaties en wegingen. Maar … ze werken en ze zijn dodelijk en levensgevaarlijk!

Wil de mens KONING zijn? Hij mag het, hij moet het, van God! In Genesis 4:7 zegt God tegen Kaïn: ‘Is er niet, indien gij wèl doet, verhoging? en zo gij niet wèl doet, de zonde ligt aan de deur; zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.’ Heersen over de zonde, de zonde beteugelen, geestelijk regeren en overwinnen en zó terugkeren en onderwerpen aan God, aan Zijn Woord. Maar de mens kàn dat niet en wìl dat niet. Integendeel, hij is zó blind, zó dwaas, dat hij meent in de zonde in grote vrijheid te leven, dat dìt het leven is, langer, korter, omdat de ‘natuur’ het zó heeft beschikt, heel grillig, heel onvoorspelbaar, en dus: pluk de dag!

De geestelijke mens ziet door het geloof, dat ‘leven in de zonde’ dóód is, leven zònder God, ja, vrijwillig SLAAF van de duivel, geen vriendje, niet iemand die het beste met ons voor heeft, nee, VADER VAN ALLE LEUGEN, MOORDENAAR VAN DE BEGINNE! En als de mens één keer bekijkt, wat de duivel met al zijn leugens en valse beloften heeft waargemaakt, nu al 6000 jaar lang, dan moet de mens erkennen: NIETS! En toch bekeert hij zich niet.

     Hoe komt de mens uit de cirkel? Door de weg door Jezus Christus bewerkt. In die weg geeft Hij aan Zijn kinderen, onverdiend!!, opening, verlossing, rechtvaardiging voor God. Dat is de weg van gelóóf! En in de weg van geloof opnieuw vertrouwen op God, God vertrouwen op Zijn Woord, echt helemaal los van àlles wat we zien, horen, lezen, los van àlles wat mensen bedenken, fantaseren, zeggen, schrijven, los van àlles waarmee de duivel ons elke dag weer de ogen dicht strijkt, ons in slaap wiegt, onze ogen en verstand betovert met ons zóveel voor ogen te spiegelen, ofwel, ons met zijn leugens en bedrog elke dag weer benevelt, een schijnwereld voorstelt en ons elke dag eraan herinnert!, herinnert!, dat God niet bestaat, dat Gods Woord onwaarheid is, dat Gods oordeel fantasie is, dat Gods wraak over de zonde niet kan, nonsens is. En als ‘bewijs’ geldt dan: er is niemand teruggekomen, die het verteld heeft.

Maar God, Bron en Oorsprong van alle leven gaf léven aan de mens, geen dood. Dat wilde God en dat doet God en dat bewerkt God, eeuwig, ook al is het dwars door zonde en dood heen, door ONZE schuld. En Hij heeft de weg waarlangs Hij tot Zijn doel komt zó breed, zó duidelijk, zó zuiver op Schrift gezet en aan de mens gegeven, dat de mens alleen zichzelf de schuld kan en moet geven, als de mens volhoudt: ik weet het niet. Dat is geen onschuldig niet-weten, maar dat is puur schuldig!

Maar er is zóveel geschreven over de Bijbel, door zóveel mensen, door zoveel knàppe mensen, die vervolgens elkaar weer in de haren vlogen, waardoor complete oorlogen ontstonden, dat velen zich er daarom van afgekeerd hebben en gemeend hebben daarmee ‘wijs’ te zijn. Hoe dwaas! Want Gods Woord verandert niet, gisteren niet, vandaag niet, morgen niet. Daarom moet de mens de Schrift ZELF elke dag weer bestuderen en God vertrouwen op Zijn Woord, God smeken om de hulp en verlichting van Zijn Heilige Geest, opdat de mens weer geestelijk mag zien en erkennen.

En inderdaad, dan moet de mens leren onderscheiden, op grond van de Schrift alleen!!, ja, lòs van ieder menselijk bedenksel en lòs van elke duivelse fantasie en ingeving. Mogen menselijke geschriften daarbij behulpzaam zijn? Ja, alleen moeten we er steeds bedacht op zijn, dat het boeken van MENSEN zijn, en dus daarmee steeds weer onderworpen moeten worden aan het Woord van God alleen. De geschiedenis heeft steeds weer geleerd, dat vele menselijke redeneringen, zó geleerd, zó geslepen, zó geraffineerd, vervolgens zó meeslepend, zó innemend, zó suggestief gebracht en verkondigd en beklemtoond, dat het vertrouwen op God, op Zijn Woord, maar zo overging op een mèns, op zìjn woord, op zìjn redenering, op zìjn fantasie. Het vervolg is daarna, dat met beroep op dié persoon, op zìjn spreken iets ook voor de aangesprokene moet vaststaan.

De Heere Jezus heeft ernstig gewaarschuwd voor veel misleiders en verleiders die zullen komen en opstaan en vélen, ja, vélen zullen verleiden. Maar ook de Heere Jezus wordt daarin niét geloofd en niét vertrouwd en de mens vertrouwt zichzelf en anderen meer en eerder en daardoor bewìjst hij de waarheid van de waarschuwing van de Heere Jezus en maken we ons zelf en anderen tot verleiders en misleiders. En daarbij, bij die blindheid en verblinding, hoor je nog wel eens, heeft de mens een ‘goed gevoel’, voelt hij zich ‘thuis’. Nee, het gevoel is zó wispelturig, zó onderhevig aan zóveel factoren, daar kan een mens niet op bouwen.

God spreekt Zijn almachtig Woord, in de schepping, in de onderhouding, in Zijn oordelen, in Zijn wijs beleid die de mens niet kan doorgronden en waarin de mens geen redelijke lijn kan ontdekken, in Zijn gebrachte en bewerkte uitweg en verlossing door Christus. Alleen, die weg is zó onaanzienlijk, zó nederig, zó puur tegengesteld en vijandig aan alle menselijke hoogmoed en eerzucht en achting, dat de mens er met afgewend hoofd snel aan voorbij loopt en er niet van wil weten. Er zijn toch wel àndere mogelijkheden??

Het heeft God behaagd déze weg te openen, alléén déze weg. Dat betekent voor de mens de weg van vernedering, zelfverloochening, het geestelijk opnieuw geboren moeten worden en daarin elk vertrouwen op eigen weten en kennen en kunnen àfleggen en belijden en erkennen, dat die ene weg, door God bepaalt, door Christus gegaan, door de Heilige Geest bereidt, de enige en juiste en meest wijze weg is.

Dan erkent en belijdt de mens eigen schuld en verdorvenheid en verlorenheid en kent hij de levende God alleen alle eer, lof, prijs, dank en aanbidding toe, nu in onvolkomenheid, straks in volkomenheid, eeuwig.

16 januari 2012

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *