4.5. Jezus onderwijs.

Na het zien van hoe de Heere Jezus Zich als grote Zoon opstelde en gedroeg tegenover God de Vader kan het niet anders, dan dat Zijn kinderen dàt onderwijs in woord en daad steeds voor ogen houden. Voor ogen houden, het in zich opnemen en de noodzakelijke lessen er uit trekken en leren. Opnieuw geldt: volgen we de Heere Jezus Christus òf niet, Hem alleen òf Hem helemaal niét. Laten we Christus onderwijs aan de zogenaamde Emmaüsgangers wat nader bekijken.

Emmaüsgangers. Lukas 24:25-27: ‘En Hij zei tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Christus niet deze dingen lijden, en [alzo] in Zijn heerlijkheid ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem [geschreven] was.’ Vers 32: ‘En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op de weg, en als Hij ons de Schriften opende?’ ZIJ LUISTERDEN! Vers 44: ‘En Hij zei tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, [namelijk] dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.’ Vers 45: ‘Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.’ Vers 46: ‘En zei tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.’

Alleen al in deze paar verzen wordt vijf keer met nadruk vermeld en verwezen naar de Schriften, en dat door onze hoogste Profeet en Leraar, Jezus Christus. De volgorde: Christus onderwijst; de twee discipelen luisteren en nemen het onderwijs in gehoorzaamheid aan; Christus bevestigt hen in het geloof en in het onderwijs en opent hun verstand, zodat zij de Schriften verstaan. Gaat de Heilige Geest nu andere wegen? Moet, mag, kan, onze houding, onze navolging ànders zijn? Waar staat dat?

Oordeelt zelf: Als onze hoogste Profeet en Leraar hier en op veel andere plaatsen telkens weer verwijst naar de Schriften, zoals geschreven staat!, willen wij – opnieuw!!! – wijzer zijn dan God en in onze hoogmoed en eigendunk bij ‘voortschrijdend inzicht’ wijzer zijn dan God? Staat ‘voortschrijdend inzicht’ gelijk aan ‘toenemen in kennis, kennis der Schrift’? Naar Gods oordeel, naar menselijke taxatie?

Bedenk opnieuw: ONZE, MIJN zondeval. Gods gerechtigheid verwerpen en het onrecht, de wanorde van de duivel verkiezen. Hoe noodzakelijk moet MIJN zondeval mij van dag tot dag het onuitsprekelijke wonder van Gods ontferming scherp voor ogen stellen, dat God ook naar mìj omzag en omziet.

Zeker, de duivel en zijn navolgers hebben zoveel als mogelijk die schèiding van zondeval en de vloek daarover, èn Gods verlossingsplan en -uitwerking in Genesis 3:15, Bethlehem, Golgotha, de duivel, met de grootste inspanning nagejaagd. Hoe veelzeggend is daarin het ZWIJGEN, het VERZWIJGEN, zo consequent mogelijk, van de zondeval en de rechtvaardige straf daarover. Het ‘er over heen praten’, het ‘er omheen draaien’, in elk geval: zo snel mogelijk vergeten en negeren en overgaan tot de orde van de dag. Alsof we nooit gezondigd hebben…

Maar ken ik MIJN zondeval niét en GODS terechte toorn en vloek daarover, hoe zal ik juichen over Gods onmetelijke ontferming in Christus voor zondaren? Als ik MIJN ellende niet ken, dan is Gods verlossing daaruit ook niet belangrijk. Dan zit MIJN hoogmoed op de troon en beoordeel ik door MIJN hoogmoedige bril MIJN prestaties, MIJN kennen, MIJN kunnen. En als het MIJ uitkomt wil ik ook nog kennisnemen van Gods weg en werk inzake ZIJN wonderbare reddingsplan en -uitvoering … door het kruis van Jezus Christus, Zijn offer. Tenminste, als MIJN hoogmoed dat nog kan en wil zien. Maar erkennen en waarderen als noodzakelijk voor mijn behoud, nee, dat is onmogelijk. En het totaal àfhankelijk zijn van Christus offer tot verlossing staat helemaal buiten beeld. Mijn oude mens regeert mij.

We moeten ONZE zondeval heel serieus nemen en erkènnen! Daarmee onze schuld, onze verdorvenheid, ons liggen in de dood. En – Genesis 3:15 – als God ons om niet roept en nodigt tot het leven, dan moet onze verwondering heel groot zijn: wie ben IK, zondaar, dat God ook naar MIJ omziet in Zijn ontferming. Maar als ik mijn afkomst vergeet, negeer! – zoals de mens zo vanzelfsprekend wil en doet vanuit zijn verdorven natuur!, daarin de duivel volgend! – en vervolgens als ‘gelijkwaardige’ Gods Woord kritisch lees en beoordeel en meen ook eigen meningen daarover te (kunnen) hebben en te uiten en te verspreiden en aan anderen op te leggen, dan is onze gezindheid onveranderd, niet-wedergeboren, hoogmoedig, eigenwijs, duivels.

8 oktober 2014

Dit bericht is geplaatst in Toegespitst. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *