4.2f. Christus onderwijs inzake ZIJN WOORD richting gevend en bepalend voor ieder mens.

– Johannes 15:26, 27: ‘Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, [namelijk] de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen. En gij zult ook getuigen, want gij zijt van de beginne met Mij geweest.’
De derde Persoon in de Eénheid: de Heilige Geest. Hij gaat van de Vader uit, Hij wordt door de Zoon gezonden, Hij getuigt. Zoals we zagen, dat Jezus keer op keer getuigt, dat Hij àlles wat Hij van de Vader gehoord en gezien heeft, verkondigd heeft, zonder af te doen, zonder toe te voegen, zo moet het nú onwrikbaar vaststaan, dat de Heilige Geest de volmaakt betrouwbare Trooster is. Hij gaat uit van de Vader, Hij wordt door de Zoon gezonden. Dan kan het onmogelijk anders, dan dat Hij dàt getuigt, uitgebreider, waarmee Hij gezonden ìs!

Hier moet elke gedachte aan eigenwilligheid van de Geest uitgesloten worden. Elke gedachte, dat de Heilige Geest ook (wel) buiten het Woord om werkt, kan werken, misschien wel iets doet of leert, ja, zelfs tegen het Woord ìn, of ànders, Zich daarin aanpassend aan veranderende tijd of omstandigheid, AL DIE GEDACHTEN MOETEN DIRECT HET ZWIJGEN OPGELEGD WORDEN! WANT DIE GEDACHTEN ZIJN UIT DE DUIVEL!

Waar zit het duivels venijn? Hierin: als die gedachte màg bestaan, in bespreking genomen màg worden, dan IS het Woord van God dùs niet volledig, niet voldoende, niet volkomen waar, waarachtig, betrouwbaar. Dan kàn er iets instaan wat niet (helemaal) waar is. We zijn terug bij af: Heeft God ook gezegd? Met als noodzakelijk gevolg: je kunt deze tekst ook anders lezen; aan deze tekst kun je ook die uitleg geven. Blijft: de vermoeiende herhaling: MENS, je bent KONING, je kunt en mag ZELF oordelen en bepalen. MENS, JE BENT ALS GOD!

Maar dan zouden we er ook over mogen discussiëren en fantaseren, of de Heilige Geest wel een betròuwbaar Getuige is. NEE! We bedenken ons zèlf, dat de Heilige Geest misschien wel buiten het Woord om werkt en we vergeten meteen, dat die gedachte àlle zekerheid èn betrouwbaarheid van Zijn getuigenis, maar daarmee ook van het Woord, en dùs van God ter discussie stelt en dùs volstrekt onbetrouwbaar maakt. Blijft over: onze eigenwillige fantasie.

Dit moet ons zeer vast voor ogen staan en blijven staan. Elke verleiding om daarvan af te wijken moeten we direct radicaal van ons werpen, weerstaan, standvastig bestrijden.

De Heere Jezus vervolgt: ‘En gij zult ook getuigen,’ Hoe indringend moet dit vastgeklonken zijn aan het voorgaande. Mogen wij er nooit aan twijfelen, of de Heilige Geest een volmaakt betrouwbaar Getuige is, evenzo màg, kàn het voor ons onduidelijk zijn – toen voor de apostelen – dat ons getuigenis niet af kàn, màg wijken van het geopenbaarde WOORD! Hoe noodzakelijk is daarom die voorwaarde: eerbiedig lezen en eerbiedig luisteren. Daaruit volgend: leren, leren onderscheiden, leren toetsen en beproeven, om rècht te verstaan.

Die levenslange les: buigen onder het gezàg van het Woord van God, en zó weer buigen als kìnd onder het gezag van God de Schepper, in rang hersteld door God de Zoon, Zijn offer, tot het volwaardig geschikt zijn in die rang, gewerkt door de Heilige Geest, Die het ware geloof daartoe in ons werkte en werkt.

– Johannes 16:1-4: ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geergerd wordt. Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen God een dienst te doen. En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben, noch Mij. Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was.’
Náást de Inhoud, Die niet afdeed, niet toevoegde, van wat Christus van de Vader gehoord en gezien had, waarvan de Geest getuigde, is er tegelijk het tìjdstip waarop de Heere Jezus openbaart, de Heilige Geest getuigt. Ook dit moet ons heel klein maken, ons over onze beperktheid heentillen. Ziet de mens op zichzelf daarin, hij wéét van zijn vergankelijkheid en voorbijgaan. Tegelijk van zijn àfhankelijkheid. Hij moet in alles rekening houden met het gegeven, dat hij afhankelijk is van het nuchtere ‘als God mij leven geeft’, ‘als God de tijd en gelegenheid en gezondheid geeft’.

Maar Jezus Christus, de Heilige Geest van een totaal andere orde: Zij héérsen over de tijd en de gelegenheid, Zij bepálen Zèlfstandig waar, wanneer, hoe, wat gebeuren moet, wat gebeuren gaat, wat dié mens doet, wat die andere mens vergeet. De Heere Jezus kènde Zijn tijden. Het staat er soms zo onopgemerkt: omdat Zijn ure nog niet gekomen was. NEE! Elke onpersoonlijke en toevallige invulling moeten we de weg direct afsnijden. Hier REGEERT GOD! Naar Zijn voorzienig bestel. Van ogenblik tot ogenblik, van punt tot punt, van plek tot plek.

Als we de gebeurtenissen in de wereld, in ons land, onze woonplaats, horizontaal bezien, het lijkt één warboel, één hopeloos gebeuren, vol toevalligheden, vol onzekerheid, vol onberekenbaarheid. Als we daarbij ook nog noemen alle gedachtenspinsels, alle communicatie en alle stoornissen daarin – opzettelijk en onopzettelijk – , alle technische mogelijkheden en wat daarin misgaat, alle handelen en bespreken en beraadslagen tot het bereiken van bepaalde doelstellingen op alle vlakken van het leven, en wat daarin misgaat of anders loopt, we zien al ons streven en jagen zó betrekkelijk en zó beperkt worden.

En dùs is het nú de tijd voor de Heere Jezus om déze dingen te zeggen, te voorzeggen. Opdat de discipelen, ook wij, ons deze dingen herinneren àls ze gebeuren. Wee ons, als we Gods Woord niet als absoluut betrouwbaar houden en vast geloven. Dat vraagt geloof, vast geloof. Dat is tegelijk het grote wonder van geloof: voorbij gaan aan wat voor ogen is; hoger kijken dan wat beredeneerd kan worden; het zéker weten en vàst vertrouwen vèr boven mijn verstand. OMDAT DE HEERE HET ZEGT!

‘ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen God een dienst te doen.’ Hoe waar is dit Woord telkens weer gebleken in de geschiedenis, in alle geloofsvervolging, in alle ketterjacht, in alle vàlse tuchtoefening. Telkens weer blijkt hetzelfde argument: niét blijven bij wat geschreven staat, maar het met (grote) dwang willen opleggen en afpersen. We zagen boven al, dat de Heere zegt: alleen door het Wóórd!

Hoe blijkt daarin steeds weer, dat eigen bedachte methoden en manieren goedkoop voorzien worden van teksten, opgelegd worden door leiders, instellingen, instituten, kerkelijke rechtbanken, gefiatteerd en al. Voor ieder die er mee te maken heeft, krijgt: onderkèn, of men de Schriftuurlijke weg nauwkeurig bewandelt, en of men zich daarop laat aanspreken. Zo nee, weest niet verontrust voor hun dreigen, hun oordelen en veroordelingen, hun banvloeken, ook al doet men het (naar eigen zeggen!) ‘in Naam van de Heere’. Ook al vouwt men daarna de handen en smeekt om ‘bekering’. Het hoort bij het spèl!

Nee, denk niet, dat we willen spotten, belachelijk willen maken, of iets dergelijks. Het is de grote ernst, dat mensen (meer) vasthouden aan gewoontes, tradities, gegroeide aannames, dan aan het geopenbaarde Woord. Daarnaast, dat zònden in de prediking wel aangewezen en afgewezen en bestreden worden, maar vervolgens rustig in praktijk gebracht en verdedigd worden, of in praktijk gebracht worden, maar daarna mag er niet over gepraat worden. Maar er op aangesproken worden, daarin vermaand, nee, dàt kan niet, dàt mag niet.

Nee, er is bij ons geen roddelgedachte, geen wraakgedachte. Wel bedenken we, dat enkele tientallen jaren ‘praktijkervaring’ wellicht ook anderen in soortgelijke situaties kan voorthelpen. Nee, gewichtigdoenerij of indruk proberen te maken, het is niet aan de orde. Wel leert de Schrift, dat voor vijanden elk woord gebruikt, gemaakt, ‘vertaald’ kan worden in de verkeerde richting.

Tegelijk, het zijn leerprocessen, met vallen en opstaan, met veel vragen en problemen, met het dikwijls tegen de muur staan en geen enkele mogelijkheid of opening meer zien tot een oplossing, een Schriftuurlijke oplossing. Bidden, smeken en … geduld oefenen, lijdzaamheid leren. Dan, op het meest onverwachte moment, komt er een antwoord, een oplossing, een opening, soms van totaal onverwachte kant en wijze. Hoe geeft de Heere vaak opening door het opnieuw!!! lezen en weer lezen van Zijn Woord. Welk een rust, welk een vrede geeft Hij, in Hem, in Zijn Woord.

Daarin bevestigd worden in het woord van de Heere Jezus: WEEST NIET BEVREESD VOOR HEN DIE WEL HET LICHAAM KUNNEN DODEN. MAAR WEEST BEVREESD VOOR HEM DIE LICHAAM EN ZIEL KAN VERDERVEN IN DE HEL. VOORWAAR, VREEST HEM! Hoe zijn we bevèstigd in bovenstaande: vertrouwen op Zijn Wóórd, zonder zien op macht, invloed, aanzien, getal. Hoe verder? De Heere zal er in voorzien, op Zijn tijd, op Zijn wijze.

– Johannes 16:12-15: ‘Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelve niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.’
De Heere Jezus bevestigt hiermee, wat Hij hiervoor zei. Heel openlijk, heel uitgebreid, niet voor meerder uitleg vatbaar. Dan lezen we de Handelingen der apostelen, de brieven, Openbaring. Het is genoeg, meer dan genoeg, dat de mens zich niet kan verontschuldigen: ik wist het niet, ik kon het niet weten. En hoe bevestigt de Heilige Geest de gelovigen daarin, telkens weer, ieder naar dat ieder nodig heeft. Hoe voorziet de Heilige Geest daarin, àltijd op tijd, àltijd genoeg. Zeker, Hij beproeft het geduld, Hij beproeft de lijdzaamheid, Hij toetst het vertrouwen. Maar dan, het blijde en dankbare opmerken: HIJ DOET NOOIT BESCHAAMD UITKOMEN!

– Johannes 17:6-8: ‘Ik heb Uw Naam geopenbaard de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.’
Volmaakte harmonie! We proeven er hier wat van, tenminste, we proberen te proeven. Hoe beperkt en verduisterd zijn we daarin. Toch, hier proeven we de glans van de volmaakte eeuwige harmonie tussen God en mens, tussen mens en mens: geen spoor van achterdocht, wantrouwen, misverstaan, volmaakte doorzichtige kennis van elkaar, ver boven wat we denken of vermoeden kunnen. Hoe heerlijk is Uw Naam o God!

– Johannes 17:13, 14: ‘Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven. Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.’
We lezen het, het dringt zo moeilijk tot ons door, we zijn zo hulpbehoevend. Zo vol overtuiging, zo vanzelfsprekend kan en mag de Heere Jezus tot de Vader spreken, omdat Hij de tijd en wat gaat gebeuren volkomen beheerst en leidt. Dit gaat ons verstand en begrip ver te boven. Wat is Gods Woord uitermate betrouwbaar. Opdat wij niet verslappen. Dit is opgetekend, opdat er bij ons een vurig verlangen ontstaat en is naar de grote toekomst die wacht voor al de Zijnen. Hier en nu nog strijden, strijden en overwinnen in Christus. Straks, verlost uit de dood, bevrijd van zonden en vloek en schuld, eeuwig Hèm loven en prijzen, volmaakt, eeuwig.

Halleluja!

27 september 2014

Dit bericht is geplaatst in Toegespitst. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *