2 Gods onwrikbare orde

God heeft Zijn orde gesteld.

In de schepping: hemel en aarde. Scheiding tussen het droge en de zee. De orde van zon, maan en sterren: heerschappij over de dag en nacht. De orde van de vaste banen voor elk van hen. De orde van de afwisseling van dag en nacht, van de seizoenen. De orde waarnaar de dienstknechten – engelen – geschapen zijn en de kinderen – mensen – . De orde van de samenstelling van lucht: zoveel % stikstof, zoveel % zuurstof, zoveel % edelgas. Het lichaam neemt zoveel % zuurstof op bij inademing en het stoot zoveel % kooldioxide uit.

Omdat we niet anders weten máken we ervan, dat de ‘natuur’ dat zo heeft bepaald. De mens onderzoekt dat, stelt vast wat de meest ideale samenstelling is, de temperatuur, de luchtdruk enz. Vervolgens welke gevolgen (kunnen) optreden bij afwijkingen, bijv. naar aanleiding van vervuilde lucht, welke stoffen in welke verhoudingen de lucht vervuilen. Welke stoffen op (langere) termijn schadelijk zijn, welke op (zeer) korte termijn. En wat eventueel vooraf mogelijk is om schadelijke effecten te voorkomen, achteraf om die effecten tegen te gaan.

De orde voor ieder mens verschillend: welke voedingsstoffen ieder mens nodig heeft: smaakverschillen doen de ene mens telkens weer grijpen naar zoet, de ander naar hartig, de één naar gekruid, de ander naar zuur. Het onnavolgbare in die ingenieuze voorkeur voor het één, voor het ander.
Dan het lichaam, waarin de spijsvertering via allerlei processen plaatsvindt. Het lichaam zelf wat door middel van zoveel diverse organen de benodigde stoffen produceert en op de juiste plaats in de juiste hoeveelheid afscheidt. Het hele stelsel van transport door het hele lichaam om alle delen genoegzaam te voorzien van de juiste hoeveelheid zuurstof, bouwstoffen. Tegelijk de afvoer van afvalstoffen via de geëigende kanalen. De samenstelling van spieren, van pezen, van zenuwen, van bloed, van hersenen.

De ingenieuze samenwerking van ogen, oren, reuk, smaak, tastzin, zenuwen, spieren, aangestuurd door de hersenen die zelf weer gevoed worden met de signalen die ze via ogen, oren, smaakpapillen, enz. ontvangen. Al de lichaamsdelen die nooit elkaar bestrijden, tegenwerken, maar altijd aanvaarden wat in het geheel nodig is, mogelijk is. Als er ziekte is, handicap, ouderdom, de lichaamsdelen voegen zich naar wat nodig, naar wat mogelijk is, naar de omstandigheden. Waar bevindt zich in het lichaam het karakter, hoe is het samengesteld, opgebouwd; kan de mens het veranderen, aanpassen? Zomaar enkele puntjes, enkele vragen. Zie I Corinthiërs 12.

De orde van de dieren onderling, de één zó, de ander anders, de één kan lopen, de ander vliegen, een derde zwemmen. De aard die God aan elk soort dier geeft naar de orde door God bepaald. De vragen vermenigvuldigen zich als we de onafzienbare verscheidenheid zien in soorten vogels, landdieren, vissen. Toch, geen dier is gelijk aan de mens in afweging, in overleg, in berekening, in plannen, in … Tegelijk, de mens ziet meteen, dat hij niet kan vliegen als vogels, niet onder water kan leven als vissen, in tal van opzichten dieren voorop moet laten gaan. Immers, er zijn dieren die veel scherper blik hebben, veel scherper gehoor, veel scherper reuk, veel krachtiger, veel sneller, ieder naar zijn door God gegeven aard. En als we dan alle aandachtspunten – hierboven genoemd bij de mens – aanleggen bij ieder dier afzonderlijk, dan is de verscheidenheid niet meer te overzien.

Zeker, de mens bestudeert de dieren, probeert de ingenieusheid van onderscheiden dieren te ontdekken en daarna tot eigen behoefte en ontwikkeling en vooruitgang aan te wenden, enkel, samengesteld. De mens gebruikt daartoe dieren zelf voor proefnemingen, onderzoek, bijv. in bestrijden van ziektes, in ontwikkeling van medicijnen.

De orde van schimmels, bacteriën, virussen, gif, atomen, enz. De Heere heeft ze alle geschapen met alle onderscheiden functies en werkingen en eigenschappen. Ten goede, ten kwade. Dan kunnen we nog noemen de samenstelling van de aarde, in al haar verscheidenheid. Grondstoffen met onderscheiden kenmerken en samenstelling. Dat die beïnvloedbaar is door temperatuur, druk, in aanraking komen met bepaalde andere stoffen.
De orde van alle planten, van zeer klein tot zeer groot. En hoeveel stoffen uit planten hebben geneeskundige werking, andere giftige uitwerking. Hetzelfde geldt dieren.
En als we even kijken in de chemie, hoe er telkens weer nieuwe processen bedacht, ontwikkeld worden door nieuwe combinaties, legeringen, veranderingen temperatuur, het veranderen van de duur van het blootstellen daaraan, onder verschillende druk, met wel of niet toevoegen, toelaten van andere stoffen. De volgorde van bewerkingen, de snelheid waarmee processen afgewisseld worden om bepaalde effecten, resultaten te bereiken. Micro, nano. We noemen maar enkele dingen…

God heeft de mens geschapen met een ziel, de dieren niet. De engel als knecht, de mens als kind, naar Gods bepaalde orde. De engel moet God loven en prijzen en gehoorzamen vanuit de door God aan hem gegeven plaats en functie. De mens moet God loven en prijzen en gehoorzamen vanuit het kindschap als Vader. God heeft bepaald, dat er géén weg van vergeving en wederkeer is voor engelen die zondigen. Voor mensen heeft Hij dat wel mogelijk gemaakt door hartelijk berouw en wederkeer en wedergeboorte van de zondaar door de Heilige Geest in het ene offer van de Heere Jezus Christus.

We noemden slechts enkele dingen….. Leggen we niet met haast de hand op de mond? Wie kan Gods raad, Gods almacht, Gods voorzienigheid, Gods wijsheid ook maar iets doorgronden?

Zó heeft God in Zijn raad van eeuwigheid besloten. Niemand heeft Hem daarin geadviseerd. En Hij houdt de door Hem bepaalde ordes onwankelbaar in stand, zolang het Hem behaagt. Daarin liggen natuurwetten inzake temperaturen, inzake aantrekkingskracht, afstoting, zwaartekracht. Maar ze worden door Gòd in stand gehouden, zonder dat Hij er ook maar één moment Zèlf aan onderworpen is. God heeft dat gedaan in volkomen vrijheid, op Zijn tijd, door Zijn machtswoord. ‘Hij spràk en het wàs er.’ Hij kan wat Hij wil, Hij wil wat Hij kan.

Dan IS er de zondeval, eerst door de duivel, en veel engelen volgen hem, ontevreden over de door God gestelde orde. De duivel verleidt de mens, de mensheid. Ook de mens verwerpt de door God gestelde orde en verkiest de absolute WANorde, de dood, de geestelijke dood.

En God? Hij ìs en blìjft de Onveranderlijke. Hij handhaaft Zijn gestelde orde! Zeker, de vlóek spreekt Hij uit over de duivel, over de mens, over de schepping: de aarde met alles wat erop en erin is, de dieren, de planten. En zo zien we in Egypte – Exodus – dat de Heere de dieren treft, ook mèt dieren sláát. Ook in droogte, orkanen, zondvloed, hitte, koude, enz. lijden dieren onder die vloek.

En kunnen we iets verstaan van al het onnoemelijke leed dat door de mèns met opzet dieren wordt aangedaan? Merken we het verschìl op tussen mensen en dieren: hoe mensen met wreed raffinement zich uitleven op weerloze dieren in het fokken, het mesten, het misbruiken, het ophitsen, het afbeulen, het verwaarlozen, het zinloos afslachten, en dat alles tot èigen voordeel en ‘genot’, terwijl dieren andere dieren doden in verdediging, in het verkrijgen van voedsel. De mens ziet het, is begaan met het zwakkere ‘slachtoffer’, roept moord en brand, organiseert van alles om het dierenwelzijn te bevorderen.

Maar hoeveel dringt het tot diezelfde mens door, dat HIJZELF dé grote veroorzaker is van al dat leed, namelijk door zijn zondeval? Want diéren hebben nièt gezondigd! En dan schiet de mens in de andere richting door en projecteert menselijke afwegingen en beoordelingen op dieren en jaagt ernaar, dat dieren als mensen behandeld worden.

De WANorde blìjkt wanneer diezelfde mens even later meedogenloos denkt en spreekt en handelt over ongeboren ‘ongewenst’ leven, over ‘zinloos’ lijden van gehandicapten, zieken, bejaarden, over ‘zinloos’ leven. De WANorde blìjkt wanneer overdadig leven mèt alle verspilling schaamteloos gedoogd wordt, aangemoedigd wordt, terwijl daarnaast zonder enige vorm van meeleven gezien wordt op het schandelijk in stand houden van schrijnende armoede en honger en dorst vlakbij en verweg; over vluchtelingen, mishandeling en onderdrukking; wanneer gezien wordt, hoe mensen zich misgaan met geld wat bestemd is voor bestrijding van honger en dorst en armoede en misstanden.

Toch wil de mens vòlhouden, dat de mens van en in zichzelf goed is en het wordt met verve verdedigd. God zegt, dat de mens met de zondeval totaal verdòrven is. Als dat door Zijn kinderen beleden wordt, door Zijn kinderen Hem nagezegd wordt, dan wordt zo iemand vertwijfeld aangekeken: is hij nog vol bij zijn verstand? Want IEDEREEN is er toch van overtuigd dàt de mens in zichzelf goed is? En bovenstaande onthutsende en schrijnende praktijken dan? En wil men aanwijzen waaruit blìjkt, dàt de mensheid massaal eensgezind al die misstanden radikaal afwijst en bestrijdt en uitroeit? De mens kan het niet!

Maar de mens belooft zichzelf het te zullen doen, als het MIJ uitkomt, als het MIJ past, als IK er zin aan heb, als eerst ALLE anderen het doen, als … En ècht, IK, WIJ hebben zulke ‘gegronde’ redenen waarom we het nu nog niet doen, want …

En zó regeert de leugen, zó regeert de duivel, zó regeert GOD waar Hij de duivel en zijn engelen GEBRUIKT als leugengeesten om hen die verloren gaan te misleiden en te verblinden in hun leugens en (zelf)bedrog. En de duivel en zijn engelen gehóórzamen, en zó leidt God èn duivelen èn onbekeerlijke mensen naar de grote slachtbank, de grote slachtbank van ZIJN TOORN, op de jongste dag, die kòmt!

Want de mens gelóóft zijn eigen leugens en die van anderen, omdat hij niet verder kijkt dan heel veel andere mensen, die hetzelfde doen en naar het oordeel van mensen daarin niet goed handelen maar toch vrijuit gaan. En als we onszelf en anderen vervolgens plechtig beloven dat God géén rekenschap vraagt, nu niet, nooit, wel, dan zorgen we eerst toch uitstekend voor onszelf, hier en nu, en dan misschien nog voor een ander?

Zeker, onze woorden zijn vòl meeleven, vòl naastenliefde, vòl barmhartigheid, vòl afkeuring over het slechte gedrag van anderen (die uiteraard altijd slechter zijn dan wij zelf). En we zijn zó blind en zó kortzichtig en zó bijziend, dat we maar zo geloven, dat God (als Hij al bestaat en ons ter verantwoording roept) onmogelijk anders kan oordelen dan mensen, veel mensen. Het gezegde wordt steeds met woorden bevestigd: over de doden niets dan goed.

God heeft Zijn orde gesteld! Ieder mens kan dat zien, dag en nacht. Alleen die dagelijkse afwisseling móet de mens al overtuigen. Daarnaast: ga naar buiten en kijk naar boven: God heeft dat alles gemaakt en Hij houdt het naar Zijn belofte in stand, en kijk eens hoe al die hemellichamen getrouw hun loop volvoeren. U bent nog niet overtuigd? Lees dan Gods Woord, waarin Hij al die door Hem gestelde orde uitgebreid bevestigt. Oók Zijn komen, óók Zijn verlossing in en door Christus, óók Zijn eeuwig oordeel. Omdat God getrouw is aan Zijn orde, aan Zijn belofte, aan Zijn Woord, aan Zijn dreiging!

Dat alles is meer dan voldoende voor ieder mens om vast te geloven, zeker te weten, dat God de door Hem gestelde orde in stand houdt, dwars door alle WANorde van duivelen en mensen heen. Nooit zal die WANorde Zijn orde aan het wankelen kunnen brengen. HIJ is God, HIJ regeert, soeverein!
Denk er aan: als het weer avond wordt, als de morgen aanbreekt, God houdt Zijn gestelde orde in stand! Alleen God alle lof!

We kijken om ons heen, we luisteren naar mensen. Zie je ze allemaal staan met de hand op de mond, verpletterd door het zien van Gods almacht, van Gods orde, van Gods wijsheid? NEE! We zien de mens(heid) in absolute blindheid als een razende tekeer gaan tégen God. In pure verachting, in pure spot, in pure hoon, in pure minachting en verguizing, ook in het puur negéren van Hem, van Zijn orde, van Zijn Woord. God LIEFHEBBEN boven alles en iedereen?
De mens maakt er een spel van: eerst moet God ònze WANorde maar eens opruimen naar ONZE tevredenheid en misschien zullen we dan eens naar Hem omzien. Hij is toch ‘almachtig’, Hij is toch een God van liefde? Waarom doet Hij niet wat WIJ willen? En zó draait de mens de door God gestelde orde steeds weer om! De mens moet eerst ERKENNEN en BELIJDEN, dat hij zèlf, de MENS, Gods orde verworpen heeft en zèlf de WANorde begeerde en verkoos.

O HEERE, HOE VOLMAAKT ZUIVER ZIJN UW RECHTVAARDIGE OORDELEN!

4 oktober 2013

Dit bericht is geplaatst in Toegespitst. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *