4.4 BARMHARTIGHEID. Door Jezus Christus getoond en bewezen, de mens ten voorbeeld. III

4. De onbarmhartigheid van de natuurlijke mens veroordeeld.

– Mattheüs 15:22-28: ‘En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! [Gij] Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van de duivel bezeten. Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na. Maar Hij, antwoordende, zei: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij! Doch Hij antwoordde en zei: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en de hondekens [voor] te werpen. En zij zei: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren. Toen antwoordde Jezus, en zei tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.’

Hoe toont Jezus Zijn overvloeiende barmhartigheid en wijst Hij de onbarmhartigheid van Zijn discipelen af. Het is een voortdurende léérschool barmhartigheid te leren en daarin voort te gaan. Hoe zullen de discipelen later tónen, dat ze inderdaad (grote) vorderingen gemaakt hebben. Uit genade!

– Mattheüs 19:13, 14: ‘Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve. Maar Jezus zei: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.’

Hoe gemakkelijk raakt en is de mens verstrikt in gewoontes, tradities, aangeleerde praktijken. En hoe gemakkelijk láát een mens zich daartoe verleiden en overhalen. Tegelijk, hoe moeilijk is het voor de mens de door God gezette òrde in acht te nemen en op te volgen, in woord en daad. Wat zien we dan vaak een stuk onnadenkendheid en automatisme.Wat is het noodzakelijk de Schriften te kennen en zich die heel àndere leefstijl aan te wennen en aan te leren: de weg van de gehoorzaamheid aan God, Zijn Woord.

– Markus 10:13, 14: ‘En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten. Maar Jezus, [dat] ziende, nam het zeer kwalijk, en zei tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.’

Telkens weer duiken de van huis uit aangeleerde en meegekregen gewoontes en tradities op tot navolging. Hoe moeilijk kunnen we hun uitwerkingen en doorwerkingen ten onder brengen aan het gezàg van Gods Woord. Tegelijk moet ons de hoogmoed scherp voor ogen staan, dat wij zelf vanuit onszelf geen haar beter zijn. Daarnaast de grote verleiding tot terugval erin. Het sluipende daartoe, het overweldigende daarin: IEDEREEN doet het en IEDEREEN vindt dat goed. Immers, zó zijn we, zó hebben we het van huis uit meegekregen! En willen we er ons dan nòg tegen verzetten, standvastig, wel, dan wacht laster en smaad en isolement.

– Lukas 18:15 en 16: ‘En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, [dat] ziende, bestraften dezelve. Maar Jezus riep dezelve [kinderkens] tot Zich, en zei: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.’

Hoe blijkt het telkens weer, dat ‘grote’ mensen hun eigen oordeel plaatsen vóór de door Jezus gewilde barmhartigheid. Het is een les, die we elke dag opnieuw moeten leren: zijn mijn, onze woorden en daden en gedachten in al onze handel en wandel op elk terrein van het leven doortrokken met liefde, barmhartigheid en rechtvaardigheid en waarheid náár de Schriften? Ieder recht doende en in zijn/haar waarde latend en houdend?

Zeker, we moeten er telkens weer heel nadrukkelijk voor oppassen, dat we niet gaan kopiëren. Hoe groot is telkens weer de verleiding daartoe. Tegelijk het in de gewoontes en tradities en aanwenningen in slaap vallen en overgaan tot een dodelijk automatisme. Want IEDEREEN doet het. Alsof IEDEREEN de enige Norm is en vormt. Nee, telkens weer schudt de Heere ons wakker door Zijn Geest en Woord: WAAKT! Opdat we met al de gaven en krachten – van God gekrégen! – ons er toe zètten om telkens weer te onderzoeken, te beproeven, te onderscheiden, te onderkennen, náár de Schriften en ons zó Dááráán steeds meer in gehoorzaamheid onderwerpen, in woord, in daad, in gedachte.

1 juli 2016

Dit bericht is geplaatst in Het Bijbelboek Job. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *