55 Bedriegen en bedrogen worden

Job 12:16: ‘Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.’ Andere vertaling: ‘die bedriegt en die bedrogen wordt.’
Daar is het protest: Is de veroorzaker in Gods hand en ook degene die daarnaar luistert en handelt? Het antwoord is: JA! Maar dan is God dus de Bewerker van dwaling, bedrog? Het antwoord is: NEE! Dat is voor de mens moeilijk te verstaan. Ze zijn toch in Gods hand???

Telkens weer moet de mens terug naar het begin: de MENS heeft in vrije wil gezondigd en daardoor de eeuwige dood verdiend, rechtvaardig. Dat had God duidelijk gezegd!

En daar de mens sinds de zondeval God de rug heeft toegekeerd en haar vertrouwen aan de duivel (de grote misleider, bedrieger) heeft gegeven, is God helemaal rechtvaardig, als Hij de mens in die toestand laat. De Heere laat de Farao van Egypte in de handen van de duivel en hij verhardt zijn hart en weigert Israël te laten vertrekken. Inderdaad, de Heere verhardde zijn hart en toen …. Maar de mens is geen blok hout, ook de Farao niet. De MENS is telkens weer ZELF verantwoordelijk.

Alleen, de mens is zó verdorven in zijn zondeval, dat hij alles liever wil, dan zich omkeren, bekeren, en weer met heel zijn hart en verstand en kracht uit liefde naar Gods Woord en wet gaan leven, weer vóór alles gaat luisteren naar God. En dàn zien we de Farao opnieuw: hij zegt: ‘ik ken de Heere niet, en ik laat het volk niet gaan.’ En hij kijkt naar zijn macht, zijn leger en stelt daarop zijn vertrouwen. En zó is ieder mens in zijn verdorvenheid. En meen niet, dat alle wonderen en tekenen, daarnaast alle oordelen en rampen en ziekten de mens overtuigen. Nee, heel bewust WIL de mens in die totale blindheid, verblinding blijven. De mens WIL niet verder kijken dan wat voor ogen is, dan, op dat moment.

En DAN zegt God: mens, je WILT niet, nou, dan laat Ik je daarin en dan maak Ik, dat je ook niet anders KUNT! Dan stuur IK, de levende God, een geest van dwaling, die maakt, dat jullie de leugen geloven, het bedrog als waarheid omhelzen en de misleiding als DE uiterste uitkomst omarmen. In navolging van de duivel zijn er veel bedriegers en velen worden door hen misleid en verleid. En de mens wéét en ziét, dat de wereld vol list en bedrog is. Toch is de mens steeds weer verbaasd en verbijsterd als het aan het licht komt en hoevelen er het slachtoffer van waren, materieel, financieel, lichamelijk. En de roep is er steeds weer: die corruptie, dat onrecht moet bestreden worden, uitgeroeid. We willen rechtvaardigheid! Alleen, hoe ziet die rechtvaardigheid er dan uit? Want de één vindt dit rechtvaardig, de ander dat, en het volgend moment vliegt men elkaar in de haren over heel andere zaken.

En dáár ligt steeds weer het hele punt: echte rechtvaardigheid is alleen te vinden in volstrekte gehoorzaamheid aan God, aan Zijn Woord. Dat is dus bekering, van harte en met de daad, elke dag opnieuw. Steeds weer afzien van alle eigen bedenksels en fantasieën en die van anderen en ons onderwerpen aan Gods Woord en Wet. Maar dàt wil de mens niet. En daarom loopt de mens telkens weer achter andere mensen, met ‘nieuwe’ oplossingen, met ‘betere’ kansen, aan en verwachten van hen de totaaloplossing en totaalredding van alle list en bedrog. We kunnen het toch licht proberen. Alleen, we vergeten meteeen, dat ook die mens, die mensen, in zichzelf net zo verdorven zijn als onszelf en dat die mensen slechts uit zijn op eigen voordeel en gewin en gemak en genot, hier en nu. En als we er dan achter komen, dat we (opnieuw) bedrogen zijn, en hóe, dan is ons protest niet van de lucht! En we waarschuwen andere mensen scherp voor zóveel misleiding en bedrog. Dan zijn we ontnuchterd, als we zien, dat we meewarig aangekeken worden en niet geloofd en we zijn verbijsterd en zeggen: je WILT bedrogen worden! En het gebeurt, dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit. En de mens bekeert zich niét!

Zo gebeurt het in de wereld, steeds weer. Sinds de zondeval.

Zo gebeurt het in de kerk, in de gemeente, steeds weer. Sinds de zondeval.

De Heere heeft er sterk en ernstig voor gewaarschuwd: verleiders, misleiders, drogredenaars, leugenaars, antichristen. Toch zien we, dat ook de kerkmens zich maar zo laat afvoeren van de rechte weg van het Woord. Maar dat ziét die mens toch? Die mens kent zijn Bijbel toch en laat zich toch waarschuwen? Dan zien we telkens weer, dat die mens zijn Bijbel nièt kent, zich er nièt door laat gezeggen, toch méér vertrouwt op mensen, voorgangers dan op het betrouwbare Woord van God. Want dat zijn zulke fijne mensen, ze kunnen het zó vertrouwd zeggen en nee, in die mens is zó’n begeerte om naar het Woord te leven. En luister eens hoe vroom en innemend die mens praat en bidt.

En vóór we het weten zijn we omgepraat, omgeturnd. En als we dan ook nog zien op de grote massa, die hen klakkeloos volgt en daarin laaiend enthousiast is en welke uitstraling ervan uitgaat, en welke mensen daar voorop lopen, zó geleerd, zó vooraanstaand, zùlke degelijke leiders, ja, dan zijn we voor we het weten om! En we lopen mee, we volgen, misschien eerst aarzelend, maar even later aangestoken door de geestdrift, al wat harder. En nog wat later lopen we voorop. DIT IS HET!

Als we dan op onze weg, op onze gang aangesproken worden met het Woord van God, waarschuwend, ernstig waarschuwend, dan weten we niet hoe haastig mogelijk we die persoon zeer meewarig moeten aankijken en moeten zuchten: man, vrouw, KIJK eens welk een geestdrift, welk een entousiasme, welk een vroomheid en zó fijn, zó innemend, en dié leiders. Daarachter, niet uitgesproken: DAT moet je toch overtuigen!!! Eén aspect wordt telkens weer vergeten: het is een momentopname, want morgen sterft die leider, en overmorgen is er die scheuring en voor we het weten ligt alles uit elkaar.

Keer je dan toch eerst weer terug naar het Woord en onderzoek je in dat Licht inhoudelijk wat ‘hen’ drijft, beweegt, òf dat helemaal in overeenstemming is mèt het geopenbaarde Woord van God, dan zijn er twee mogelijkheden: òf het is naar het Woord van God en de mensen zijn daarop aan te spreken, òf het is in eigenwilligheid niét naar het Woord en dùs zijn de mensen daarop niét aan te spreken, ofwel, ze láten zich daarop niet aanspreken.

We zijn terug bij het begin: ze bedriegen en láten zich bedriegen en ze zijn daarbij in Gods hand. Tot hun eeuwig oordeel! Omdat ze niet anders wilden, naar Gods raad.

Of ze leren elke dag opnieuw eerst te buigen onder het gezag van God, van Gods Woord en te zeggen: Heere, voor alles, voor iedereen, spreek, Uw kind luistert eerst naar U en wil zich aan Uw Woord en wet en wil onderwerpen, in vast vertrouwen, vanuit hartelijke liefde tot U, omdat U mij eerst hebt liefgehad en dat hebt bewezen door Uw Zoon, onze Heere Jezus Christus, te zenden tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Omdat U Uw Geest zond, Die mijn harde hart zacht maakte en toegankelijk voor Uw heilrijke Woord en Verbond en Belofte en het levend geloof in mijn hart werkte en legde. Tot Uw eer, tot eeuwig behoud, tot eeuwig herstel.

U ZIJ ALLE LOF!

30 mei 2013

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *