8 Geestelijk leven

God is Geest en maakt de vleselijke mens. Iedereen beseft, dat God geestelijk in de mens woont, ja, de mens geestelijk vervult, zodat de mens geestelijk leeft voor God en voor de naaste.

Met de zondeval kiest de mens bewust tégen God en vóór de duivel en vervalt daarmee aan de geestelijke dood, niemand uitgezonderd.

God roept wel de mens weer op tot hartelijke bekering, maar de mens kan dat niet en wil dat niet. Alleen de Heilige Geest kan de mens weer tot wederkeer en bekering wekken. Daartoe werkt de Heilige Geest door het Woord van God. Hij geeft aan de mens Zijn Woord, opdat de mens geen enkele verontschuldiging heeft, dat de mens het niet kàn weten. En als we dan in de Bijbel opmerken, dat heel veel in allerlei variaties opnieuw aan de orde komt en herhaald wordt, dan moet de mens daarin opmerken Gods grote geduld, Gods bewogen-zijn met onze zwakheid en onwetendheid.

Tegelijk, dat de mens er zich heel goed van bewust is, dat hij geen enkele verontschuldiging heeft, dat hij het niet kòn weten. O, die gemakzucht, o, die zorgeloosheid! De mens moet zich steeds weer scherp realiseren: IK ben altijd en overal volledig verantwoordelijk voor mijn denken, spreken en doen!! Maar de mens heeft zo bewust gekozen tégen God en vóór de duivel, dat ook 6000 jaar ellende, ramp, oorlog, tirannie, leugen en dood de mens niet van zijn blindheid afhelpt, maar de mens nog steeds gelooft, dat hij zichzelf kan redden en verlossen.

Daarnaast is de mens zó ‘gewoon’ geraakt aan sterven en dood, dat de mens zichzelf en elkaar voorhoudt, dat ‘sterven’ bij het leven hoort. Nee, nee, nee! God is bron en oorsprong van alle leven en schept leven tot leven. Ook daaruit blijkt, dat de mens de leugen gelooft en de waarheid haat.

     Hartelijke wederkeer en bekering tot God houdt in, dat de mens – daartoe bewerkt door de Heilige Geest – vanuit de geestelijke dood opstaat tot het nieuwe geestelijke leven. Dat betekent, dat hij Gods Woord opnieuw aanvaardt als het waarachtige Woord van God, God opnieuw erkent als de God Die niet liegen kan, vol van liefde en waarheid. Dan leert de mens opnieuw, dat het Koninkrijk van God bestaat uit geestelijke zaken: waarheid, recht, gerechtigheid en heiligheid.

Alleen, dat kan de mens met vleselijke ogen niet zien en niet onderscheiden. Nee, de mens is zó vervuld en doordrenkt met leugen en dood, dat hij de leugen verkondigt als waarheid en de waarheid afwijst als leugen.

Daarbij verdraagt de vleselijke mens de geestelijke mens niet, daar hij vanuit zijn oorspronkelijke keus in Adam en Eva niet anders wil en niet anders kan.

Zeker, veel mensen trachten door uiterlijke schijn te doen, alsof ze echte christenen zijn. Wat, ze laten er zich tot en met op voorstaan; hoe durft iemand daaraan te twijfelen! Maar uit de omgang met elkaar, het ook als het nodig is elkaar erop aanspreken, de praktijk gelegd onder de maat van ‘geestelijk leven’ die God eist, blijkt er vaak weinig inhoud te zijn.

Dan blijkt het vaak weinig meer dan traditie, gewoonte, groepsinstelling en –opstelling, het leven zoals de leiding, leider wenst en bepaalt. Maar het echte geestelijke leven, dat in de eerste en laatste plaats de vraag stelt: Heere, hoe wilt U, dat ik zal leven?, nee, daar praten we niet over.

Begrijp me goed, ik wil hier niemand in een kwaad daglicht plaatsen of verdacht maken. Wel wil ik nadrukkelijk ons allemaal voor het hoogst ernstige criterium plaatsen: is de levende God zoals Hij Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard de eerste en de laatste in mijn leven en heeft Zijn Woord het eerste en het laatste woord op alle terreinen van mijn leven?, leef ik voor God of leef ik voor mezelf?

Het is waar, we kunnen elkaar een enorm rad voor ogen draaien en het gebeurt. Nee, leven we voor God heilig en onberispelijk, in waarheid, recht, gerechtigheid en heiligheid? Naar Gods oordeel? Maar dan moeten we God kennen om te weten hoe Hij oordeelt. Dan moeten we Gods Woord kennen om te weten aan welke criteria we moeten voldoen.

En dan zien we vaak, dat God, Gods Woord, nauwelijks gekend worden. Het schaamrood moet ons allen op de kaken staan. Kijken we terug naar het paradijs, dat de mens door de Heilige Geest vervuld zonder enige studie God kent en Zijn Woord in zich draagt en met liefde daarnaar leeft, dan zien we vanaf de zondeval een mens, die ook met veel studie en met een goed verstand nauwelijks enige vooruitgang boekt.

Ja, we moeten opmerken, dat de gelovige mens slechts een klein begin heeft van de volmaakte gehoorzaamheid, die God van ieder mens vraagt. Staat het ons elke dag voor ogen: Hoe lief heb ik Uw wet, Uw woord? Dit te weten moet het de mens zeer bescheiden maken en tot erkenning brengen, dat de mens onmogelijk vanuit zichzelf recht voor God kan staan.

     Daarom bidt de mens voortdurend, dat de Heilige Geest hem mag vervullen met kennis en kennen van God en Zijn Woord, dat de Heilige Geest zijn hart zacht en toegankelijk mag maken, zodat er weer de hartelijke begeerte komt om God in waarheid, gerechtigheid en heiligheid te zoeken en te dienen.

Dan erkent de mens, dat hij in zichzelf onmogelijk voor God aangenaam kan zijn vanwege alle vuilheid die er in hem is. Dan zoekt hij hulp en redding door iemand anders, ziende eigen onmogelijkheid. Dan strekt hij zich uit naar Jezus Christus, de gegeven en gekomen Redder, Verlosser en Zaligmaker. Jezus Christus, Die de hechtheid tussen Hem en Zijn Woord zo duidelijk benadrukt en gewezen heeft. (zie openingsartikel) Hij is de enige Weg tot de Vader. Wie niet door Hem tot de Vader wil gaan om redding en ontferming, die probeert tevergeefs. Dit is de enige weg door God bewerkt en gegeven en gewezen.

Het is waar, deze weg is voor de arme zondaar de weg van totale zelfverloochening, berouw en bekering. Niet voor het oog van mensen, voor God, in alle waarachtigheid. Want God oordeelt, rechtvaardig, naar Zijn hoogste recht, naar de gezindheid van ieders hart, niet naar wat voor ogen is.

En enkel hij, voor wie Christus zegt: Vader, ook voor hem gaf Ik Mijn leven tot in de dood, enkel hij wordt in genade en ontferming behouden. Ieder mens moet zich de Schrift weer eigen maken, daar zijn best voor doen, daar tijd voor maken, alles geleid door de Heilige Geest.

Of moet de Heere ook van mij, van u zeggen: deze mens gaat verloren door gebrek aan kennis, daar hij de geboden tijd en de gegeven mogelijkheden verkwanseld heeft. En het is waar, alles en iedereen vraagt tijd en ruimte. Maar laat ieder voor zichzelf zich ernstig afvragen: dien ik de Heere serieus als ik Hem met deze fooi afscheep?

Opnieuw, schuif uw verantwoordelijkheid niet af op anderen, hoe geleerd ook, hoe vooraanstaand ook, hoe massaal en indrukwekkend ook, hoe verleidelijk ook.

U, u bent zèlf 100% verantwoordelijk en God stelt u 100% verantwoordelijk, hier en nu.

Wordt wakker en bekeer u. Hier is geen compromis mogelijk. Het is alles of niets.

26 november 2011

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *