7 De aard en felheid van de zonde

De aard en felheid van de zonde is alomvattend.

In een vorig artikel zeiden we al, dat God vijandschap zette tussen de duivel en de mens, geloof en ongeloof, liefde en haat, licht en duisternis.

In Genesis 4 lezen we de geschiedenis van Kaïn en Abel, twee broers. Ze offeren allebei van de opbrengst van het land en de kudde aan de Heere. De Heere neemt het offer van Abel wel aan, dat van Kaïn niet. Waarom niet? Omdat het hart van Kaïn niet recht was voor de Heere en dat van Abel wel. De Heere roept Kaïn op tot bekering, om te heersen over de zonde en de zonde niet over zich te laten heersen. Maar Kaïn luistert niet, hij lokt zijn broer mee het veld in en slaat hem dood.

     Daarmee en daardoor is meteen voor alle eeuwen getoond en gebleken hoe diep de haat is van ongeloof en eigenwilligheid tegenover het zich met hart en ziel onderwerpen aan het goede woord van de Heere. Kaïn slaat Abel dood! Ziende dat God de enige bron en oorsprong is van alle leven, kan het niet anders, dan dat God daarover de vloek uitspreekt.

De mens, die zich vergrijpt aan het leven van de naaste, moedwillig. Daarmee is ook direct duidelijk, dat abortus provocatus en euthanasie geen onschuldige zaken zijn. Integendeel, daarmee toont de mens, dat hij het beter meent te weten dan de God van alle leven, Die de beschikking over het leven aan Zich houdt.

Tegelijk is het voor de wettige overheid plicht moedwillige doodslag te straffen met de doodstraf. En welke ‘reden’ de mens daartegen ook aanwendt, het is hooguit een gedachte waarmee de DOODSTRAF van de Heere over de zònde ook afgekeurd wordt. Ook daarin laat de mens zien hoe ontzaglijk krom en verdraaid zijn denken geworden is.

God dreigt met de dood voor de zondeval, de mensheid neemt Hem, Zijn woord, in de zondeval niet serieus. De duivel haat God en mensen en wordt door de mensen gevolgd en geloofd, hoezeer de geschiedenis van 6000 jaar ook bewijst, dat de duivel niet één woord van zijn beloftes kan waarmaken.

Terwijl elk lichamelijk sterven BEWIJST dat God Zijn woord trouw blijft! Daaruit blijkt de totale blindheid en verdorvenheid van de mens. De vrede die de Heere aanbiedt wordt verworpen; de oorlog die de Heere verklaart tegen de zonde, die oorlog wordt verkozen als tegenstander van God, handhavend het besluit tot opstand en zonde. De ‘vrede’ die de duivel veroorzaakt – = oorlog tegen God – wordt aangehangen; de oorlog tegen de duivel – zelfverloochening en wederkeer tot de Heere – wordt geminacht.

     Dan zien we sinds de zondeval steeds weer een zoeken naar het compromis: zó geloven, zó christen zijn náást de wereld, dat we vreedzaam náást elkaar kunnen leven en werken, materieel in elk geval aan onze trekken komen. De praktijk heeft geleerd, dat het geloof steeds weer een beetje moet toegeven, een eindje moet opschuiven, om nog geaccepteerd te worden.

Ach, als het geloof maar zwijgt en naar de wereld niet komt met de EIS van geloof en bekering, als het geloof maar zwijgt over de zonden van de wereld en de mensheid in de wereld, als het geloof zich maar veilig opsluit in haar eigen hoekje, dan, ja dan krijgt ze wellicht nog een poosje rust en vrede van de duivel. Dan doet ze in de ogen van de wereldmens geen goed en geen kwaad. Dan moet ze ook wel een beetje met de wereld meedoen, met haar denken, met haar praktijken, ook meepraten als ‘gelijkgerechtigd’.

Wat een verdraagzaamheid over en weer! Want de mens heeft de zichtbare ‘vrede’ zo lief, maar de vrede met God – die alle verstand te boven gaat en eeuwigheidswaarde bezit! – die wordt vaak niet naar waarde geschat en gewaardeerd. En als de ‘andere kant’ dan ook nog met verleidelijke ‘aanbiedingen’ komt of met compromissen of met ‘overtuigende’ redeneringen of gewoon bluft met zichtbare ‘argumenten’ of gewoon direct het masker afgooit en gaat dreigen en intimideren, dan, ja dan staat de mens in het geloof vaak zó zwak, dat hij toegeeft.

En inderdaad, dan lijkt het inderdaad, dat de gezette vijandschap best meevalt, dat er helemaal niet zoveel toegegeven hoeft te worden om de ander tevreden te stellen. Is de christen zóver gekomen, dan moet hij zich er terdege van bewust zijn, dat hij in zijn denken òf de door God gezètte vijandschap afgezworen heeft, òf zich al helemaal onder het regiem van de duivel heeft geplaatst.

Is het denken zóver, het spreken en doen volgen snel. Op dat moment zegt het geloof: NEE! De betrouwbaarheid van Gods woord is oneindig groter en rijker dan alle schatten en beloften en toezeggingen van de wereld, de duivel en eigen vlees.

     De Heere Jezus zegt, Mattheüs 28:20, tegen Zijn discipelen: ‘En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.’ Iedere gelovige mag zich in het geloof die belofte toe eigenen en daarin oneindige troost en moed putten. Want Hij Die belooft is getrouw! En wat er dan gebeurt? Dan zal God alles zó leiden, dat de gelovige behouden Thuis komt!

     We kunnen de mensheid ná de zondeval helemaal zetten aan de kant van de duivel. De Heere zèt vijandschap en verdeelt daarmee de mensheid in twee groepen:

1. De groep die de duivel volgt in haat en vijandschap tégen God, tégen de naaste, de groep die verleid en misleid wordt door alle bedrog en imitatie van de duivel.

2. De groep die de Heere uit de eerste groep trekt met Zijn verkiezende liefde en daarmee de haat tegen Hem overwint in zelfverloochening en hartelijke bekering, liefde tot God en de naaste.

     Hoewel de duivel steeds weer tracht over te komen als vriend van de mens, als de figuur die het beste met de mens voorheeft, moet ons steeds scherp voor ogen staan, dat de duivel in de Schrift gekarakteriseerd wordt als: de vader van alle leugen, en: mensenmoorder van de beginne.

Daarom wordt door hem in de eerste plaats de gezètte vijandschap door God doodgezwegen, ontkend. En als de mens dàt beseft, als de Heere de mens dáárin de ogen opent en overtuigt, pas dàn ziet en gelooft de mens dat.

Maar de mens heeft sinds de zondeval het geestelijk zien afgelegd, verworpen. Hij is zeer kortzichtig geworden en ziet en overlegt en overweegt alleen met vleselijke en natuurlijke ogen en wat hij dàn met zijn verduisterd verstand en hart als het beste beoordeelt op dat moment, dat voert hij uit, dat jaagt hij na. En daarbij worden niet alleen de geëigende middelen gebruikt en toegepast, maar ook de bedachte hulpmiddelen vervaardigt en in stelling gebracht. De mens heeft veel hulpmiddelen daartoe in de schepping gevonden en ontwikkeld.

Omdat de mens de ‘vader van alle leugen’ gevolgd is, is het vanzelfsprekend, dat de leugen een eerste hulpmiddel is. Kaïn wendde toch alleen voor aan Abel om even met hem mee te gaan het veld in? Omdat de mens de ‘moordenaar van de beginne’ gevolgd is, is het vanzelfsprekend, dat de mens àlle middelen gebruikt om het ‘doel’ te bereiken. Kaïn sloeg Abel dood.

     En de volmaakte vrede en gemeenschap tussen God en mens en tussen mens en mens in het paradijs is prijsgegeven voor leugen en doodslag, individualisme, haat tegen God en de naaste in al haar felheid en perversiteit. Daaruit blijkt, dat de mens geestelijk dóód is want het geestelijk leven is alleen te verstaan als de Heilige Geest het hart en verstand en wil en kracht van de mens overwint tot nieuwe gehoorzaamheid en afzweren van het geestelijk dood-zijn.

Ook dan kan de ene mens de ander niet overtuigen, alleen getuigen en oproepen tot bekering, waarachtige bekering tot de levende God. Alleen God kan het gezaaide Woord vruchten doen dragen.

26 november 2011

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *