49 Barmhartigheid versus kwaad voor goed III

In de voorgaande artikelen zagen we enkele bewijzen van BARMHARTIGHEID van God de Vader en van de Heere Jezus Christus. In dit artikel willen we nader stilstaan bij bewijzen van BARMHARTIGHEID van de Heilige Geest.

Dan leert de Schrift ons eerst, dat de Heilige Geest het geloof in God in mensen werkt door de verkondiging van het Woord, II Petrus 1:21: ‘Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben [ze] gesproken.’

Dan moeten we er meteen de aandacht op vestigen HOE profetie, Woordverkondiging door de mens naar zijn verdorven aard en natuur beoordeeld wordt: I Corinthe 1:17-29: ‘Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde. Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods; Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt? Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven; Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken; Doch wij prediken Christus, de Gekruisigde, de Joden wel een ergernis, en de Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, [prediken wij] Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods. Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen. Want gij ziet uw roeping, broeders, dat [gij] niet vele wijzen [zijt] naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen [iets] is, te niet zou maken; Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.’

Tegelijk zien we dan, dat mensen eerst dàn geloven als ze door de Heilige Geest geroepen en getrokken en bewerkt zijn om te geloven. Alleen de Heilige Geest kan harten en verstand en ogen ervoor openen, dat mensen al die genoemde zwakheid en dwaasheid en ergernis leren liefhebben en omhelzen en als de grootste schat aannemen. Tegelijk, voor ongelovigen blijven het zwakheid en dwaasheid en ergernis, niet uit te staan, niet te verdragen! Herinner, daarin blijven ze trouw aan hun zondeval! Eigen beoordeling blijft regeren!

IN DIE WEG HEEFT HET GOD BEHAAGD ZICH ZIJN VOLK TE VERGADEREN!

In die weg heeft de gelovige het Woord van God lief, in die weg heeft de gelovige de zuivere prediking van het Woord van God lief. In die weg leert de gelovige steeds weer en steeds meer te onderscheiden of inderdaad de volle Waarheid verkondigd wordt, of dat er eenzijdigheid optreedt, of dat het Woord van God verminkt, vervalst wordt. Dan onderscheidt de gelovige ook dat er veel ruis is, veel, dat het Woord verduisterd, veel, dat het Woord anders doet schijnen, veel, dat van het Woord aftrekt en de aandacht vestigt op bijzaken.

Want het Woord is scherp, ja, scherper dan enig tweesnijdend zwaard. Het onderscheidt en schift gedachten en overleggingen des harten. En door middel van dàt Woord werkt de Heilige Geest en roept Hij de mens tot geloof en bekering. ZO BARMHARTIG! Om te redden, om te verlossen, om te herstellen. Alles wijst op en naar Jezus Christus en Die gekruisigd!

Dan zien we Abel, Henoch, Noach. Ze prediken. Maar kijk eens, ze worden veracht, verguisd, vermoord. En dan zien we, dat de mens steeds weer kijkt op wat voor ogen is, kijkt op wat beredeneerd kan worden. En IEDEREEN!! ziet toch dat die prediking niets uitwerkt, alleen maar belachelijk en bespottelijk is. Oké, we willen één keer luisteren, maar daarna ….. daarna lopen we er met een grote boog omheen. NIEMAND gelooft dat toch!!

Toch, de Heilige Geest dreef hen. Niet met geweld, niet met veel publieke bombarie, maar door Zijn kracht, door Zijn sterkte, omdat Hij van eeuwigheid Bron en Oorsprong is van alle kracht en leven. Hij verkiest daartoe wie Hij wil, waar Hij wil, wanneer Hij wil, zolang Hij wil.

Dan legt Hij grote verantwoordelijkheid op schouders van mensen: alléén het Woord brengen, in al haar uitwerkingen en bedoelingen. Er niet aan toe doen, er niet van af doen. Want de dwaasheid bespringt de mens maar zo: kan het niet beter zo? Is het niet verstandiger dàt maar niet te noemen? Worden mensen niet veel meer getrokken als we die scherpe kanten vermijden?

En voor we het weten gaan we de Heilige Geest voor de voeten lopen, gaan we Hem bekritiseren, weten we het beter als Hem, doen we het anders dan Hem en brengen we een ‘evangelie’ dat toegesneden is naar het goeddunken van mensen, naar wat mensen graag horen. En als we vervolgens zien dat die ‘prediking’ veel meer mensen trekt, ja massa’s mensen enthousiast maakt, dan is dat toch het BEWIJS?!?! van het werk van de Heilige Geest?

De Heere Jezus heeft in enkele woorden Zijn waarachtig oordeel daarover gegeven: ‘Zij hebben hun loon reeds.’ Hier en nu, in aandacht, in toejuiching, in eer, in roem, in ….., van mensen. In die woorden geeft de Heere Jezus ondubbelzinnig aan, dat dergelijke ‘prediking’ voor Hem, voor God WAARDELOOS is. Nu en eeuwig.

En als de mens het zuivere Woord onverkort uitdraagt, dan belijdt diezelfde mens: ik heb – in zwakheid! – slechts gedaan wat ik moest doen. Dan beroemt die mens zich niet op zijn werk daarin, maar dan is die mens er zeer over verwonderd, dat God door middel van dat gebrekkige werk, vol tekortkomingen en zwakheden, Zich Zijn volk vergadert. Omdat Zijn WOORD nooit leeg terugkeert maar dat bewerkt waartoe Hij het stuurt.

Dan let die mens niet in de eerste plaats op resultaat, zichtbaar resultaat, maar dan ziet die mens er op toe, dat hij zich niet vergrijpt aan het Woord van zijn Zender door af te doen of toe te voegen. Vergrijpt iemand zich aan het Woord, dan vergrijpt dezelfde persoon zich aan de God van het Woord. Telkens weer is er de herhaling van de zondeval! Maar buigt de mens zich ootmoedig onder het gezag van God en Zijn Woord, dan legt hij de uitwerking vol vertrouwen in handen van God. God werkt! God werkt, geloof en bekering òf ongeloof en verharding.

We noemden Noach. Zien we, dat Noach na zoveel jaren prediking slechts met zijn gezin in de ark ging? Dat doet toch alle moed verliezen? En juist daarin blijkt het geloof! Zien op het onzichtbare, vast vertrouwen op de God van het Woord: HIJ SPREEKT! Weet u nog? Dit Woord is hetzelfde Woord in kracht als: er zij licht. En er was licht. Tegelijk de hardheid en verharding van het hart van de onbekeerlijke mens. Want ook Cham heeft die prediking gehoord. Toch verwierp ook hij het Woord na de zondvloed.

Hierin zien we opnieuw Gods barmhartigheid: Cham werd in Noach begrepen en in de zondvloed gered. Dat merken we in de Bijbel veel vaker op: gelovigen mogen in het geloof (tijdelijk) behoud uitstralen naar de mensen in de directe omgeving. Lot met vrouw en dochters; Abraham met Ismaël; Jakob met Simeon en Levi na overval Sichem; Rachab met haar familie; de ongelovige man of vrouw die in de gelovige vrouw, man, begrepen wordt.

Na de zondvloed zien we, dat de Heere opnieuw profeten aanstelt die Zijn Woord spreken tegen andere mensen, tegen volken. Hebben mensen geleerd van de prediking van Noach? Die prediking, de uitwerking – de zondvloed – , ze zullen toch een enorme impact gehad hebben op kinderen, kleinkinderen enz. Toch zien en lezen we, dat de mensheid na de zondvloed met haast terugkeerde naar allerlei eigenwilligheid en willekeur.

Daarom, omdat de mens naar zijn oude natuur vleselijk is en zo ook alleen vleselijk kan en wil zien en beoordelen met zijn natuurlijke ogen en zijn natuurlijk verstand, daarom kan en wil de natuurlijke mens de geestelijke mens niet verstaan. Want de geestelijke mens wordt steeds meer geleid door de Geest van Christus, laat zich zo ook steeds meer beheersen door de Geest van Christus. En de Geest van Christus doet de geestelijke mens steeds meer onderkennen en onderscheiden wat wel naar de Geest is en wat niet naar de Geest is, en dus naar het vlees. Dan volgt de strijd tegen de zonde, tegen vleselijk begeren, tegen vleselijk beoordelen, want dan onderwerpt zich die mens steeds meer aan de Heilige Geest.

Vergelijk I Corinthe 2:10-16: ‘Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met [woorden], die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. Doch de geestelijke [mens] onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. Want wie heeft de zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus.’

Dan zien we het grote wonder, het steeds groter wordende wonder: De Heilige Geest gaat dóór, eeuw uit, eeuw in. De tijd kan niet zo donker zijn, of Hij werkt door, hier, daar, naar Zijn soeverein welbehagen. Dan lezen we in de profetieën van Jeremia: Jeremia 7:25: ‘Van die dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op deze dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende.’ Jeremia 25:4: ‘Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);’ Jeremia 26:5: ‘Horende naar de woorden Mijner knechten, de profeten, die Ik tot u zende, zelfs vroeg op zijnde en zendende; doch gij niet gehoord hebt;’

Dan gelden die scherpe woorden niet slechts het volk Israël, nee, dan gelden ze alle mensen. Ziet u de oneindige BARMHARTIGHEID van de Heilige Geest? Hij houdt nooit op de gevallen mens op te roepen om zich te bekeren en te leven, want de Bruiloftszaal MOET vol worden! Dan schrikken we, want we lezen het refrein: GIJ HEBT NIET GEHOORD, GIJ HEBT UW OOR NIET GENEIGD! Dat gold het volk Israël, toen. Geldt het mij ook, u? Wat doen we met deze ernstige waarschuwingen? Voor kennisgeving?

We willen wijzen op de volgende tekst, Lucas 4:18,19: ‘De Geest des Heeren [is] op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om de gevangenen te prediken loslating, en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.’

Wat een woord van de Heere Jezus! Maar onderken ook meteen de scherpte, de onnoemelijke scherpte van dit woord. Want Hij spreekt hen aan, die zich bekeren van hun zondeval in Adam en Eva en van daaruit beseffen en erkennen: IK ben hopeloos arm in mijn vasthouden aan eigen beoordeling; MIJN hart is gebroken van diep berouw, dat IK gezondigd heb tegen de hoogste Majesteit, tegen God, door eigenwilligheid, door hoogmoed, door hopeloze eigenwijsheid; IK werd door de zondeval gevangene van de duivel, gebonden in de dood, slaaf van de zonde; IK werd door de zonde totaal blind voor de rijkdom van het kind-zijn van God; IK was door de zonde totaal verslagen in zonde en vloek en dood door niet anders te willen dan te leven naar mijn individualistisch begeren; DAN, als ik dat besef, dat erken, DAN versta ik de prediking van het aangename jaar des Heeren.

DAN leer ik terug te keren in waarachtig berouw en bekering. DAN leer ik steeds meer de valsheid en leugen te zien en te onderkennen, die me door de duivel en al zijn trawanten en al zijn volgelingen van dag tot dag voorgehouden wordt: JE BENT VRIJ!!! JE BENT VRIJ OM TE DOEN WAT JE WILT!!! JE BENT VRIJ OM JE EIGEN GEVOEL EN JE EIGEN REDENERING TE VOLGEN!!! JE BENT VRIJ OM ANDEREN DAARONDER TE BINDEN EN TE VERMORZELEN!!! Want alle fantasie over democratie, over verdraagzaamheid, over medemenselijkheid, over tolerantie, over menslievendheid, ze zijn flinterdun, ze zijn zeer breekbaar en ze duren maar een ogenblik. Nee, het recht van de STERKSTE, het recht van de SLIMSTE, regeert en GELD vergoedt alles.

Is de Heilige Geest niet verder gekomen dan de genoemde constatering zoals hierboven geciteerd uit Jeremia? Zeker wel. Dan willen we wijzen op Jesaja 63:10: ‘Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.’

Elke gedachte, dat de mens straffeloos het Woord van God, het blijde Evangelie van redding, herstel en verlossing achteloos naast zich neer kan leggen, ze wordt hier ongenadig tentoongesteld. Daarom, omdat ze zich tegen de prediking verzetten, daardoor hebben ze de Heilige Geest smarten aangedaan. De mens is standvastig gebleven in het verzet, WILLENS en WETENS!!! Elke verontschuldiging ontbreekt. WILLENS en WETENS!!! Dan: ‘daarom is Hij hun in een vijand verkeerd,’ De BARMHARTIGE, vol genade en ontferming, ziende, horende, opmerkende hun niet-aflatende minachting voor Zijn BARMHARTIGE oproep tot berouw en bekering, hen aanbiedend HERSTEL van kindschap, Hij verandert voor hen in onbarmhartige, meedogenloze vijand!

Dat niet voor kennisgeving. Nee, dan volgt: ‘Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.’ En hoe!! We lezen van de zondvloed, we lezen van Sodom en Gomorra en in volgende artikelen willen we nog veel meer laten zien. De Heilige Geest heeft gestreden, strijdt en voert de intensiteit op richting jongste dag. Dan het oordeel en daarna de eeuwige verdoemenis voor allen die geweigerd hebben die BARMHARTIGHEID van de verkondiging van het heilige Woord te omhelzen en lief te hebben.

De prediking gaat door, want de Heere Jezus heeft de Heilige Geest beloofd, Johannes 15:26: ‘Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, [namelijk] de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.’ De prediking is rijker dan in het Oude Testament, want de Heere Jezus is gekomen, heeft geleden, is gestorven, is begraven, is opgestaan, is naar de hemel gevaren en heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Al deze bewijzen onderstrepen de prediking.

Nee, geen mens kan zichzelf verontschuldigen: ik wist het niet, ik ben niet gewaarschuwd. We lezen in Hebreeën 3:7-11: ‘Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, Zo verhardt uw harten niet, gelijk [het geschied is] in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn; Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang. Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!’ Ik leg de hand op de mond. Buig ik mijn harde hoofd nog niet onder zulke ernstige waarschuwingen?

Want iedereen begrijpt: elke verontschuldiging is ongepast. En zeg nu niet, dat die waarschuwing eerst in de Hebreeënbrief staat. Al in Numeri 14:11,22 staat: ‘En de HEERE zei tot Mozes: Hoe lang zal mij dit volk tergen? En hoe lang zullen zij aan Mij niet geloven, door alle tekenen, die Ik in het midden van hen gedaan heb?Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijner stem niet zijn gehoorzaam geweest;’

Inderdaad, voorbeelden te over! En als de Heere Jezus dan de volgende ernstige waarschuwing en voorzegging doet inzake de Heilige Geest, dan moet ieder mens erkennen: ik weet het. Niets of niemand spreekt mij nog vrij van blijvende ongehoorzaamheid. We doelen op Johannes 16:8-11: ‘En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.’

Dan zien we nog een kenmerkend iets van de mens, alle eeuwen door: de onbekeerlijke mens klaagt tegenover God over de harde oordelen, die God over de onbekeerlijkheid van de mens brengt. Niet, dat de mens zich dan met haast bekeert en daarin standvastig volhardt, nee, maar de mens acht de bestraffing van God bovenmate. We zien, dat de mens niet overtuigd is van de aard en diepte van zijn zonde en zijn belediging en minachting van zijn Schepper daarin. En zo vertekent de mens steeds weer subjectief de situatie: God doet onrecht door mij zo zwaar voor mijn zonde te straffen! En meteen vallen de woorden ‘onrecht’, ‘oneerlijk’.

De mens zal zijn volkomen liggen in de zonde en dood moeten beseffen en erkennen en van daaruit moeten belijden, ongeacht wat er gebeurt, ongeacht welk onheil hem ook treft: Heere, U bent rechtvaardig, ook in dit oordeel, ook in deze straf.

Dan leren we ook de scherpte als grote waarschuwing tegen verachtering geestelijk waarderen, als de Heilige Geest door Paulus getuigt, Galaten 1:8 en 9: ‘Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, [zo] zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.’

En meteen daarop volgend vermaant Paulus iedere prediker tot het zichzelf scherp in toom houden om niet in de verlokking van het vlees te vervallen, met Galaten 1:10-12: ‘Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus. Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.’

Ofwel, nooit mag de manier, de welsprekendheid, de omlijsting, de BOODSCHAP in de weg staan of verduisteren: Jezus Christus en Die gekruisingd. Hoe toont de geschiedenis keer op keer, dat de mens zichzelf daarin nauwelijks beheerst en het ook heel moeilijk verdraagt als daar vermanend over gesproken of aangesproken wordt.

Steeds weer moet voorop staan: HET WOORD MOET SCHITTEREN!

8 maart 2013

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *