Johannes 18

Joh 18,20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.

 

Met ‘wereld’ wordt hier de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. De Heere Jezus getuigt hier tegenover de hogepriester: ‘Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld;’ En niemand kan het ontkennen, alleen maar bevestigen. Ja, het staat opgetekend voor al de geslachten daarna, opdat er geen enkele verontschuldiging kan zijn. En Christus bevestigt en herhaalt het in de volgende zinnen en woorden.

Tegelijk zien we hierin opnieuw de bevestiging van Christus’ woord: ‘Ik ben de waarheid’. Want de waarheid moet zichtbaar, hoorbaar zijn voor iedereen. Ook: het licht der wereld; het zout der aarde. Daar zit niets geheimzinnigs of verborgens in. Zien we om ons heen, dan zien we heel veel dat verborgen gehouden wordt, heel veel dat niet openlijk gezegd wordt. Allereerst wordt daarmee onbedoeld bevestigd, dat de mens geen macht over de toekomst heeft, ondanks alle grote woorden.

Daarnaast is er de onwil dat het gesprokene, de besluiten publiek worden, wetend, dat er mogelijk door anderen misbruik van gemaakt wordt; daarmee bevestigend, dat de mens niet zuiver, niet oprecht, niet eerlijk is. En zo is er veel gedraai, veel leugen, veel bedrog, veel gehuichel, veel gemanipuleer, op alle terreinen van het leven. Tegelijk, voor de gelovigen de aanmoediging: schaam u niet voor de waarheid, getuig, openlijk, vrijmoedig, wees daarin navolgers van Christus. Het gaat niet om een eigen mening maar om de Waarheid van Gods Woord.

Leren we hier uit deze geschiedenis ook, dat de waarheid in leugen ten onder gehouden en gebracht wordt, ja, dat de duivel en zijn navolgers er alles aan doen om de waarheid met leugen en verdraaiing verdacht proberen te maken en daarin door velen geloofd en nagevolgd worden. En als dat Christus aangedaan is, dan moet het de gelovige vandaag niet verbazen als het hem ook overkomt en aangedaan wordt.

Integendeel, als het ons niét aangedaan wordt, dan moeten we ons ernstig afvragen of wij inderdaad – in woord en daad – volhardend stáán voor de waarheid, ja of nee. Stof te over om ons zelf ernstig te onderzoeken voor Gods aangezicht. Daarbij, niét leunen op de beoordelingen, aanmoedigingen, vleierijen, toejuichingen van anderen, van hoeveel mensen ook.

 

Joh 18,36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.

 

Met ‘wereld’ wordt hier twee keer de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. De Heere Jezus antwoordt, dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. Dat betekent niet, dat Zijn Koninkrijk op een andere plaats, in een ander land is, maar in de eerste plaats, dat Zijn Koninkrijk van heel andere soort, van heel andere aard is, geestelijk. Hij bevestigt dat in de volgende woorden, als het wel de locatie betrof.

Maar nu het geestelijk moet worden opgevat – zie ook de aantekening bij Johannes 17:15 – zo beseffen we, dat geestelijke zaken niet met vleselijke wapens bestreden kunnen worden. Dat de grondslagen van Gods Koninkrijk bestaan in waarheid, recht en gerechtigheid en heiligheid, betekent ook meteen, dat dat Koninkrijk onvergankelijk is, eeuwig. Waarheid is waarheid, recht is recht, gerechtigheid is gerechtigheid, heiligheid is heiligheid. Voor 10 eeuwen, vandaag, tot in eeuwigheid. Omdat ze de eigenheid van God Zelf zijn.

Wordt er over gesproken, dat we bij Christus’ komst niet naakt bevonden zullen worden maar bekleed, overkleed (II Kor. 5), dan kan het niet anders, dan dat we hier en nu in woord en daad ons door het geloof kleden met waarheid, recht en gerechtigheid en heiligheid. Hier en nu in beginsel, in zwakheid, met veel gebreken; straks bekleed – volmaakt – met Christus’ waarheid en recht en gerechtigheid en heiligheid. Als onze sterfelijkheid en vergankelijkheid hier en nu onsterfelijkheid en onvergankelijkheid zal worden aangedaan. Dat moet onze grootste schat zijn, hier en nu, in Christus, veilig in de hemelen.

Daarom kan het ook niet bestaan, dat ambtsdragers regeren en heersen met gebruikmaking van vleselijke wapens, alsof het Woord van God van kracht beroofd zou zijn. Integendeel, het Woord is hun enige wapen, hun rechtmatige wapen. Dat wapen verliest nooit aan kracht, aan scherpte, hoezeer ook bevochten en verloochend. Dat moet voor iedere ambtsdrager steeds weer zeer duidelijk voorop staan en alle geestelijke regering bepalen.

 

Joh 18,37 Pilatus dan zei tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.

 

Met ‘wereld’ wordt hier de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. Het blijkt telkens weer, dat de vleselijke mens geestelijke taal niet begrijpt, niet verstaat, niet kan verstaan. Dat moet ons heel klein maken en ons telkens weer doen beseffen, dat de Heilige Geest ons verstand moet verlichten, dat de Heilige Geest ons harde hart moet openbreken en toegankelijk maken, opdat het Woord in onze harten woning maakt en ons vervult en regeert.

En zó, door de Heilige Geest opnieuw geboren tot een nieuwe mens ook leren geestelijk te verstaan. Hier en nu in begin, straks volkomen, als de spiegel wordt weggenomen, als het geloof aanschouwen wordt. Dan zien we Christus, onze Koning. Dan zien we de nieuwe hemel-aarde waar recht en gerechtigheid heerst, waar we volmaakt geheiligd zijn. Christus gaf hier getuigenis van de waarheid, herinnerde ons aan onze zondeval, onze zondeschuld, de vloek die daardoor op ons rustte, de dood waarin we lagen.

Ook de verlossing, waartoe Hij in de wereld kwam en geboren werd, op Zijn tijd, op de door Hem bepaalde plaats, in diepe vernedering. Hij getuigde van de waarheid, waarnaar een ieder, die uit de waarheid is, hoort. Opnieuw, liggend in de dood van zonde en vloek kan niemand zeggen, dat hij op eigen initiatief ging horen. En daarmee zijn zij, die uit de waarheid zijn dezelfden als zij die Hem van de Vader gegeven zijn vóór de grondlegging der wereld. Hoe heilig is Zijn Naam!

5 juni 2012

Dit bericht is geplaatst in 77x 'wereld' in het evangelie naar Johannes. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *