Artikel 35: Van het heilig Avondmaal van onze Heere Jezus Christus.

Exodus 12:48:
Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en de HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.

Jozua 5:7,10:
Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op de weg niet besneden. Terwijl de kinderen Israels te Gilgal gelegerd lagen, zo hielden zij het pascha op de veertiende dag derzelver maand, in de avond, op de vlakke velden van Jericho.

Exodus 11:4-7:
Verder zei Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte; En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao’s eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee. En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijks nooit geweest is, en desgelijks niet meer wezen zal. Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.

Exodus 12:1-20:
De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende: Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan de tiende dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam. Gij zult een volkomen lam hebben, een manneke, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen. En gij zult het in bewaring hebben tot de veertiende dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden. En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan de bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen. En zij zullen het vlees eten in denzelfde nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten. Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand. Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot de morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot de morgen, zult gij met vuur verbranden. Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha. Want Ik zal in deze nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE! En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem de HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting. Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan de eerste dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van de eerste dag af tot op de zevende dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel. En op de eerste dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op de zevende dag; er zal geen werk op denzelve gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden. Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfde dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij deze dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting. In de eerste [maand], aan de veertiende dag der maand, in de avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot de een en twintigste dag der maand, in de avond. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.

Jeremia 2:19:
Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij de HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.

I Corinthe 5:7,8:
Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, [namelijk] Christus. Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde [broden] der oprechtheid en der waarheid.

Johannes 1:29:
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zei: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

I Corinthe 5:7:
Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, [namelijk] Christus.

Handelingen 8:32:
En de plaats der Schriftuur, die hij las, was deze: Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is voor die, die het scheert, alzo doet Hij Zijn mond niet open.

I Petrus 2:22:
Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;

Johannes 1:29:
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zei: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

Johannes 19:36:
Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.

Romeinen 10:14-17:
Hoe zullen zij dan [Hem] aanroepen, in Welke zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij [in Hem] geloven, van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die [hun] predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen! Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.

Jacobus 1:18:
Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn [als] eerstelingen Zijner schepselen.

I Petrus 1:23:
Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar [uit] onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

Mattheüs 26:26-29:
En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het de discipelen, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun [dien], zeggende: Drinkt allen daaruit; Want dat is Mijn bloed, het [bloed] des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op die dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

Marcus 14:22-25:
En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun [die]; en zij dronken allen uit denzelve. En Hij zei tot hen: Dat is Mijn bloed, het [bloed] des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt. Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op die dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.

Lucas 22:19,20:
En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook de drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker [is] het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.

I Corinthe 11:23-26:
Want ik heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam; En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks [nam] Hij ook de drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zei: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij [die] zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.

I Corinthe 10:16,17:
De drinkbeker der dankzegging, die wij [dankzeggende] zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want een brood [is het, zo] zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.

I Corinthe 11:23-26:
Want ik heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam; En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks [nam] Hij ook de drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zei: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij [die] zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.

Mattheüs 26:2:
Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.

Marcus 14:12:
En op de eerste dag der ongehevelde [broden], wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?

Lucas 22:7:
En de dag der ongehevelde [broden] kwam, op denwelke het pascha moest geslacht worden.

Johannes 18:28:
Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was `s morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.

I Corinthe 11:26:
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.

Mattheüs 26:26-29:
En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het de discipelen, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun [die], zeggende: Drinkt allen daaruit; Want dat is Mijn bloed, het [bloed] des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op die dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

Marcus 14:22-24:
En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun [die]; en zij dronken allen uit denzelve. En Hij zei tot hen: Dat is Mijn bloed, het [bloed] des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.

Lucas 22:19,20:
En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook de drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker [is] het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.

I Corinthe 11:24,25:
En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks [nam] Hij ook de drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zei: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij [die] zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

Johannes 6:53:
Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.

Johannes 6:51,54:
Ik ben dat levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Mattheüs 26:29:
En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op die dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

I Corinthe 10:16:
De drinkbeker der dankzegging, die wij [dankzeggende] zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?

I Corinthe 11:26,27:
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt. Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.

Mattheüs 18:20:
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

II Corinthe 13:13:
De genade van de Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.

Lucas 22:21: 
Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.

Mattheüs 7:6:
Geeft het heilige de honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en [zich] omkerende, u verscheuren.

I Corinthe 11:30:
Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.

Mattheüs 18:17:
En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.

I Corinthe 5:6,7,11-13: 
Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt? Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, [namelijk] Christus. Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, [namelijk] indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten. Want wat heb ik ook die buiten zijn te oordelen? Oordeelt gijlieden niet die binnen zijn? Maar die buiten zijn oordeelt God. En doet gij deze boze uit ulieden weg.

Galaten 5:9:
Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.

Titus 3:10:
Verwerp een ketterse mens na de eerste en tweede vermaning;

I Corinthe 11:27-29:
Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van de drinkbeker. Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

Exodus 12:3,6:
Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan de tiende dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. En gij zult het in bewaring hebben tot de veertiende dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.

II Kronieken 35:6:
En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt [dat] voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

I Corinthe 11:28-32:
Maar de mens beproeve zichzelve, en ete alzo van het brood, en drinke van de drinkbeker. Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelve een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen. Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden. Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

Hosea 2:18,19:
En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult de HEERE kennen.

Lucas 22:19:
En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.

I Corinthe 11:26:
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.

Spreuken 9:1-5:
De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen. Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad: Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij: Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van de wijn, [die] Ik gemengd heb.

Johannes 6:51,54-56:
Ik ben dat levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.

Dit bericht is geplaatst in Nederlandse Geloofs Belijdenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *