Artikel 27: Van de algemene Christelijke Kerk.

I Corinthe 11:18:
Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;

Jesaja 48:12:
Hoor naar Mij, o Jakob! en gij Israel, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste.

Handelingen 11:26:
En het is geschied, dat zij een geheel jaar [samen] vergaderden in de Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te Antiochie Christenen genaamd werden.

I Corinthe 11:18:
Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;

I Corinthe 14:28:
Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; doch dat hij tot zichzelven spreke, en tot God.

Romeinen 16:5:
[Groet] ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus.

I Corinthe 16:19:
U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in de Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.

Colossenzen 4:15:
Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.

Mattheüs 16:18:
Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Handelingen2:47:
En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.

Romeinen 16:23:
U groet Gajus, de huiswaard van mij en van de gehele Gemeente. U groet Erastus, de rentmeester der stad, en de broeder Quartus.

I Corinthe 12:28:
En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.

Efeze 5:23:
Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.

I Corinthe 12:27:
En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

Efeze 1:22,23:
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, [en] de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.

Colossenzen 1:18:
En Hij is het Hoofd des lichaams, [namelijk] der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

I Corinthe12:13,20:
Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. Maar nu zijn er wel vele leden, doch [maar] een lichaam.

Johannes 10:4,26:
En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen. Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.

II Corinthe 11:2:
Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om [u als] een reine maagd aan een man voor te stellen, [namelijk] aan Christus.

Efeze 5:32:
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg [dit, ziende] op Christus en op de Gemeente.

Mattheüs 16:18:
En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

Efeze 2:20:
Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

I Petrus 2:5:
Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd [tot] een geestelijk huis, [tot] een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

I Corinthe 3:17:
Zo iemand de tempel Gods schendt, die zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.

II Corinthe 6:16:
Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder [hen] wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.

I Petrus 2:5:
Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd [tot] een geestelijk huis, [tot] een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

Romeinen 1:6:
Onder welken gij ook zijt, geroepenen van Jezus Christus!)

I Corinthe 1:2:
Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, de geheiligden in Christus Jezus, de geroepenen heiligen, met allen, die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onze [Heere];

II Corinthe 1:1:
Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheus, de broeder, aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, met al de heiligen, die in geheel Achaje zijn:

Efeze 1:1:
Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, aan de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:

Colossenzen 1:2:
De heilige en gelovige broederen in Christus, die te Kolosse zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus.

Hebreeën 12:22,23:
Maar gij zijt gekomen tot de berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;

Mattheüs 3:12:
Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.

Mattheüs 13:47:
Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten [van vissen] samenbrengt.

Mattheüs 22:11:
En als de koning ingegaan was, om de aanzittende [gasten] te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed [zijnde] met een bruiloftskleed;

Johannes 15:2:
Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.

Romeinen 9:6:
Doch [ik zeg dit] niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn.

Galaten 3:7:
Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

Galaten 6:16:
En zovelen als er naar deze regel zullen wandelen, over dezelve [zal zijn] vrede en barmhartigheid, en over het Israel Gods.

II Timotheüs 2:20:
Doch in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden [vaten]; en sommige ter ere, maar sommige ter onere.

Mattheüs 23:8:
Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, [namelijk] Christus; en gij zijt allen broeders.

Johannes 15:5:
Ik ben de Wijnstok, [en] gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

Efeze 5:23,30:
Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams. Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.

Efeze 1:22,23:
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, [en] de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.

Jesaja 33:20,22:
Schouwt Sion aan, de stad onzer bijeenkomsten; uw ogen zullen Jeruzalem zien, een geruste woonplaats, een tent, die niet ter neder geworpen zal worden, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetogen worden, en van welker zelen geen verscheurd worden. Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden.

Zacharia 4:6:
Toen antwoordde Hij, en sprak tot mij, zeggende: Dit is het woord des HEEREN tot Zerubbabel, zeggende: Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest [zal] [het] [geschieden], zegt de HEERE der heirscharen.

Romeinen 12:5:
Alzo zijn wij velen een lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.

I Corinthe 12:12,13:
Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, [maar] een lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.

Efeze 1:10:
Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is;

I Corinthe6:17:
Maar die de Heere aanhangt, is een geest [met Hem.]

Efeze 4:4:
Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;

Handelingen 20:28:
Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Efeze 5:26:
Opdat Hij haar heiligen zou, [haar] gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;

Efeze 1:4:
Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Titus 2:14:
Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Micha 3:6:
Daarom zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.

I Timotheüs 4:1:
Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,

II Thessalonicenzen 2:3:
Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want [die komt niet], tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;

I Johannes 2:18:
Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, [zo] zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

Mattheüs 28:19:
Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

Marcus 16:15:
En Hij zei tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.

Openbaring 7:9:
Na deze zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm [takken] waren in hun handen.

Openbaring 2:10:
Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal [enigen] van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

Dit bericht is geplaatst in Nederlandse Geloofs Belijdenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *