Artikel 23: Dat onze rechtvaardigmaking bestaat in de vergeving der zonden en toerekening der gehoorzaamheid van Christus.

Hebreeën  3:6:
Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en de roem der hoop tot het einde toe vast behouden.                               

Efeze 2:19-22:
Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere; Op Welke ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.

I Corinthe 12:13,20:
Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. Maar nu zijn er wel vele leden, doch [maar] een lichaam.

Johannes 15:3:
Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.

Efeze 1:7:
In Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade,

Romeinen 3:24:
En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;

Jesaja 38:3:
En hij zei: Och HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkia weende gans zeer.

Nehemia 5:19:
Gedenk mijner, mijn God, ten goede, alles, wat ik aan dit volk gedaan heb.

Nehemia 13:22,31:
Voorts zei ik tot de Levieten, dat zij zich zouden reinigen, en de poorten komen wachten, om de sabbatdag te heiligen. Gedenk mijner ook [in] deze, mijn God! en verschoon mij naar de veelheid Uwer goedertierenheid. Ook tot het offer des houts, op bestemde tijden, en tot de eerstelingen. Gedenk mijner, mijn God, ten goede.

Lucas 7:47:
Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn [haar] vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar die weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.

Jacobus 2:21:
Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar?

Jacobus 2:17,18:
Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood. Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.

Romeinen 4:5:
Doch degene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

Dit bericht is geplaatst in Nederlandse Geloofs Belijdenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *