Artikel 22: Van onze rechtvaardigmaking door het geloof in Jezus Christus.

Johannes 1:12,13:
Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, [namelijk] die in Zijn Naam geloven; Welke niet uit de bloede, noch uit de wil des vleses, noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn.

Johannes 12:17:
De schare dan, die met Hem was, getuigde dat Hij Lazarus uit het graf geroepen, en hem uit de doden opgewekt had.

Jacobus 2:19:
Gij gelooft, dat God een enig [God] is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.

Johannes 5:35:
Hij was een brandende en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen.

Hebreeën 6:4:
Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,

Mattheüs 13:20:
Maar die in steenachtige [plaatsen] bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt.

Jeremia 3:13: 
Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen de HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder alle groene boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.

Psalm 130:2:
HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

Johannes 3:33:
Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.

Johannes 17:3:
En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.

Titus 1:1:
Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is;

Psalm 31:15:
Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

Psalm 115:11: 
Gijlieden, die de HEERE vreest! vertrouwt op de HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

Jesaja 61:10:
Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.

Romeinen 5:1:
Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus;

Galaten 2:20:
Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, [doch] niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

I Timotheüs 1:16:
Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al [Zijn] lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.

Hebreeën 4:16:
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Hebreeën 11:1:
Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, [en] een bewijs der zaken, die men niet ziet.

Romeinen 10:10:
Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid.

Efeze 3:17:
Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt;

Romeinen 10:5:
Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, [zeggende]: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

Jesaja 64:4:
Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! [wat] Hij doen zal die, die op Hem wacht.

Romeinen 3:27,28:
Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Nee, maar door de wet des geloofs. Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

Spreuken 17:15:
Wie de goddeloze rechtvaardigt, en de rechtvaardige verdoemt, zijn de HEERE een gruwel, ja, die beiden.

Romeinen 8:33,34:
Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter [hand] Gods is, Die ook voor ons bidt.

Leviticus 18:5:
Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!

Romeinen 10:5:
Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, [zeggende]: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

Romeinen 8:1,33,34:
Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.  Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter [hand] Gods is, Die ook voor ons bidt.

Jesaja 45:24:
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn.

Efeze 2:8:
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

Romeinen 3:27,28:
Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Nee, maar door de wet des geloofs. Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

Galaten 2,20:
Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, [doch] niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

Romeinen 3:25,26: 
Welken God voorgesteld heeft [tot] een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

Romeinen 8:3,4:
Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en [dat] voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

II Corinthe 5:21:
Want Die, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Galaten 3:13,14:
Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt. Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, [en] opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.

Galaten 4:4,5:
Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, [en] opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.

Galaten 3:26:
Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

Efeze 1:7:
In Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade,

Colossenzen 1:14:
In Denwelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der zonden;

Hebreeën 9:12:
Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.

I Petrus 1:18,19:
Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die [u] van de vaderen overgeleverd [is]; Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;

Openbaring 1:5:
En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.

Openbaring 5:9:
En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie.

Romeinen 4:11:
En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen [tot] een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die [hem] in de voorhuid [was toegerekend]; opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;

Jesaja 61:10:
Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.

Dit bericht is geplaatst in Nederlandse Geloofs Belijdenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *