Artikel 12: Van de schepping aller dingen en met name der Engelen.

Genesis 1:2,3:
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. 3 En God zei: Daar zij licht! en daar werd licht.

Psalm 33:6:
Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door de Geest Zijns monds al hun heir.

Jesaja 40:13:
Wie heeft de Geest des HEEREN bestierd, en [wie] heeft Hem [als] Zijn raadsman onderwezen?

Johannes 1:3:
Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

Colossenzen 1:16:
Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

Hebreeën 1:2:
Welke Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft;

Romeinen 11:36:
Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem [zij] de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

I Corinthe 8:6:
Nochtans hebben wij [maar] een God, de Vader, uit Welke alle dingen zijn, en wij tot Hem; en [maar] een Heere, Jezus Christus, door Welke alle dingen zijn, en wij door Hem.

Hebreeën 11:3: 
Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Genesis 14:19:
En hij zegende hem, en zei: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!

Psalm 115:3:
Onze God is toch in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.

Jesaja 14:24:
De HEERE der heirscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik gedacht heb, het alzo geschiede, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!

Jesaja 46:10:
Die van de beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.

Openbaring 4:11:
Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

Psalm 136:5:
Die, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Spreuken 16:4:
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook de goddeloze tot de dag des kwaads.

Romeinen 11:36:
Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem [zij] de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Efeze 1:11:
In Hem, in Welke wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil;

Handelingen 17:25:
En wordt ook van mensenhanden niet gediend, [als] iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en de adem, en alle dingen geeft;

Openbaring 4:11:
Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

Genesis 1:1,3:
In de beginne schiep God de hemel en de aarde. En God zei: Daar zij licht! en daar werd licht.

Exodus 20:11:
Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde denzelven.

Hebreeën 11:3:
Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Psalm 33:9:
Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.

Genesis 1:1,31:
In de beginne schiep God de hemel en de aarde. En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

Exodus 20:11:
Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde denzelven.

Spreuken 16:4: 
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook de goddeloze tot de dag des kwaads.

Romeinen 1:20:
Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.

Psalm 115:16:
Aangaande de hemel, de hemel is des HEEREN; maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.

Psalm 19:1,2:
Een psalm van David, voor de opperzangmeester. De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.

Jesaja 43:7:
Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.

Spreuken 16:4:
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook de goddeloze tot de dag des kwaads.

Johannes 17:4:
Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen;

Romeinen 9:23:
En opdat Hij zou bekend maken de rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?

Efeze 1:6-12:
Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde; In Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, [namelijk] de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade, Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid; Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven. Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is; In Hem, in Welke wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil; Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in Christus gehoopt hebben

Daniël 7:27:
Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel, zal gegeven worden de volke der heiligen der hoge [plaatsen], welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen.

I Corinthe 15:24-27:
Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat [Hem] alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft.

Romeinen 11:36:
Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem [zij] de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Psalm 103:21:
Looft de HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

Hebreeën 1:14:
Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

Job 38:6,7:
Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd? Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.

Job 1:14:
Dat een bode tot Job kwam, en zei: De runderen waren ploegende, en de ezelinnen weidende aan hun zijden.

Lucas 7:24:
Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van de wind ginds en weder bewogen wordt?

Jesaja 63:9:
In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds.

Maleachi 3:1:
Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Die gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelke gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.

Haggaï 1:13:
Toen sprak Haggai, de bode des HEEREN, tot het volk, zeggende: Ik ben met ulieden, spreekt de HEERE.

Openbaring 1:20:
De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechter [hand], en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.

Openbaring 2:1:
Schrijf aan de engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechter [hand] houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt:

Job 1:6:
Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor de HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.

Job 2:1:
Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor de HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor de HEERE te stellen.

Job 38:7:
Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.

Psalm 97:7:
Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

Genesis 32:2:
En Jakob zei, met dat hij hen zag: Dit is een heirleger Gods! en hij noemde de naam derzelver plaats Mahanaim.

Genesis 2:1:
Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.

Psalm 103:20,21:
Looft de HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords. Looft de HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

I Koningen 22:19:
Verder zei hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag de HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter [hand] en aan Zijn linkerhand.

Lucas 2:13:
En van stonde aan was [er] met de engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende

I Thessalonicenzen 3:13:
Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onze Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.

Psalm 104:4:
Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.

Hebreeën 1:7:
En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.

Genesis 2:1:
Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.

Psalm 148:5:
Dat zij de Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

Lucas 24:39:
Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.

Lucas 15:10:
Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.

Hebreeën 1:6:
En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.

I Petrus 1:12:
Denwelke geopenbaard is, dat zij niet zichzelven, maar ons bedienden deze dingen, die u nu aangediend zijn bij degenen, die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die van de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.

Jacobus 2:19:
Gij gelooft, dat God een enig [God] is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.

Johannes 8:44:
Gij zijt uit de vader de duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van de beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve [leugen].

I Johannes 3:8:
Die de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt van de beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

I Koningen 22:22:
En hij zei: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.

I Petrus 3:22: 
Welke is aan de rechter [hand] Gods, opgevaren ten hemel, de engelen, en machten, en krachten Hem onderdanig gemaakt zijnde.

Psalm 104:4:
Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.

Psalm 91:11:
Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.

Genesis 28:12:
En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan de hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.

Genesis 19:16:
Maar hij vertoefde; zo grepen dan die mannen zijn hand, en de hand zijner vrouw, en de hand zijner twee dochteren, om de verschoning des HEEREN over hem; en zij brachten hem uit, en stelden hem buiten de stad.

Mattheüs 2:13:
Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in de droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeke zoeken, om Hetzelve te doden.

Lucas 16:22:
En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham.

Mattheüs 24:31:
En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het [ene] uiterste der hemelen tot het [andere] uiterste derzelve.

Mattheüs 18:10:
Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

Daniël 7:10:
Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend.

Mattheüs 22:30:
Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.

Lucas 20:35,36:
Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn de engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.

Judas:9:
Maar Michael, de archangel, toen hij met de duivel twistte, en handelde van het lichaam van Mozes, durfde geen oordeel van lastering tegen [hem] voortbrengen, maar zei: De Heere bestraffe u!

I Thessalonicenzen 4:16:
Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

Efeze 3:10:
Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in de hemel de veelvuldige wijsheid Gods;

Colossenzen 1:16:
Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

Johannes 8:44:
Gij zijt uit de vader de duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van de beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve [leugen].

II Petrus 2:4:
Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;

I Timotheüs 3:6:
Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.

Genesis 1:31: 
En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

Mattheüs 12:26:
En indien de satan de satan uitwerpt, zo is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn rijk bestaan?

Efeze 2:2:
In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

Efeze 6:12:
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

II Corinthe 11:3:
Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, [om af te wijken] van de eenvoudigheid, die in Christus is.

Efeze 6:11:
Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

Lucas 11:24:
Wanneer de onreine geest van de mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben.

Efeze 6:12:
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

II Thessalonicenzen 2:9:
[Hem, zeg ik,] wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;

Openbaring 12:9:
En de grote draak is geworpen, [namelijk] de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, [zeg ik], geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

I Timotheüs 4:1:
Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,

Mattheüs 15:22:
En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! [Gij] Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.

Marcus 1:26:
En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.

Lucas 13:11:
En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.

Johannes 12:31:
Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.

Johannes 16:11:
En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.

Hebreeën 2:14:
Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, de duivel;

Zacharia 3:1:
Daarna toonde Hij mij Josua, de hogepriester, staande voor het aangezicht van de Engel des HEEREN; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan.

I Thessalonicenzen 2:18:
Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.

Mattheüs 13:19:
Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij de weg bezaaid is.

Lucas 8:12:
En die bij de weg [bezaaid worden], zijn dezen, die horen; daarna komt de duivel, en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven, en zalig worden.

II Corinthe 4:4:
In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, [namelijk] der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.

Mattheüs 4:1-11:
Toen werd Jezus van de Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van de duivel. En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste. En de verzoeker, tot Hem gekomen zijnde, zei: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden. Doch Hij, antwoordende, zei: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat. Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels; En zei tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en [dat] zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot. Jezus zei tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken. Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hoge berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid; En zei tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden. Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen, en dienden Hem.

Job 1:12:
En de HEERE zei tot de satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand; alleen aan hem strek uw hand niet uit. En de satan ging uit van het aangezicht des HEEREN.

I Koningen 22:19:
Verder zei hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag de HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter [hand] en aan Zijn linkerhand.

Lucas 10:18:
En Hij zei tot hen: Ik zag de satan, als een bliksem, uit de hemel vallen.

Openbaring 12:7:
En er werd krijg in de hemel; Michael en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde [ook] en zijn engelen.

Mattheüs 8:29:
En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U [te doen?] Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor de tijd?

Mattheüs 25:41:
Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker [hand zijn]: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is.

Lucas 8:31:
En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in de afgrond heen te varen.

II Petrus 2:4:
Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;

Judas:6:
En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard

Efeze 6:12:
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

Openbaring 12:7:
En er werd krijg in de hemel; Michael en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde [ook] en zijn engelen.

Handelingen 23:8:
Want de Sadduceen zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de Farizeen belijden het beide.

Mattheüs 22:30:
Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.

Jacobus 4:7:
Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat de duivel, en hij zal van u vlieden.

Romeinen 16:20:
En de God des vredes zal de satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Nederlandse Geloofs Belijdenis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *