23. Algemene lessen uit het Bijbelboek Job.

We zien vier groepen mensen in het Bijbelboek Job, tegelijk in de wereld ná de zondeval:
– Job, Elihu: oprecht, openlijk, voor ieder zichtbaar en kenbaar, zoals God van ieder mens eist
– drie vrienden: onrechtvaardig, vals, duivels, in àlles, vijanden van recht en gerechtigheid
– omgeving: de mens ziet de inhoud – Job 29 en 31 – van het oordeel van God over Job: vroom, oprecht, godvrezend, wijkend van het kwaad. De mens hoort al de valse beschuldigingen en verdachtmakingen van de drie vrienden. Wie gaan ze verdedigen, bijvallen? Ze keren zich af en willen geen kleur bekennen. Meerderen sluiten zich in hun doen bij de drie vrienden aan, leedvermaak! Ze kiezen, bepalen, actief, passief, diep in hun hart: òf vóór Job en zijn oprechtheid òf vóór het onrecht van de drie vrienden. Ze schuiven de beslissing (schijnbaar) voor zich uit en wachten af en zien eerst op zoveel anderen, die hetzelfde doen. Ze onderzoeken niet (voldoende) en ze onderscheiden niet. Velen komen hun leven lang niet zo ver. Ze worden veelszins geregeerd door grote oppervlakkigheid, meegaandheid, angst, toegeeflijkheid, maar voor God is het: schuldig niet wìllen.
– de wereld: Sabeeërs, Chaldeeën: ze kunnen en willen niet onderscheiden naar recht of onrecht, maar leven en handelen vanuit het vlees naar de gelegenheid biedt en naar eigen lust en begeren.

God roept ieder mens tot bekering. Onder een aantal kopjes noemen we een aantal teksten die daarmee verband houden. Dat ze mogen stimuleren tot verdere studie.

noodzakelijke bekering ten leven:
Handelingen 11:18: ‘En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven!’
Handelingen 26:20: ‘Maar heb eerst dengenen, die te Damaskus waren, en te Jeruzalem, en in het gehele land van Judea, en de heidenen verkondigd, dat zij zich zouden beteren, en tot God bekeren, werken doende der bekering waardig.’
II Corinthe 7:10: ‘Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt de dood.’
Romeinen 13:12: ‘De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.’
Efeze 5:8: ‘Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heere; wandelt als kinderen des lichts.’

rijk bezit Job:
Mattheüs 6:19, 20: ‘Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in de hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen;’
Lucas 12:21: ‘Alzo [is het met die], die zichzelve schatten vergadert, en niet rijk is in God.’
Jacobus 5:3: ‘Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.’

het houden van Gods geboden door Job:
Johannes 14:21: ‘Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelve aan hem openbaren.’
Johannes 14:23: ‘Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.’

opdracht tot de gelovige strijd van het KIND om de KNECHT en zijn vruchten te overwinnen:
Romeinen 12:21: ‘Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.’
Hebreeën 11! Hebreeën 11:33, 34: ‘Welke door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, de muilen der leeuwen toegestopt; De kracht des vuurs hebben uitgeblust, de scherpte des zwaards zijn ontvloden, uit zwakheid krachten hebben gekregen, in de krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht;’

de boze overwinnen door wáár geloof:
I Johannes 2:14: ‘Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt [Hem] gekend, Die van de beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt de boze overwonnen.’
I Johannes 4:4: ‘Kinderkens, gij zijt uit God, en hebt hen overwonnen; want Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is.’
Openbaring 3:21: ‘Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.’
Openbaring 12:11: ‘En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe.’

ernstige waarschuwing tegen alle dwaalleer; opdracht tot zuiver onderscheiden:
Jesaja 5:20: ‘ Wee dengenen, die het kwade goed heten, en het goede kwaad; die duisternis tot licht stellen, en het licht tot duisternis; die het bittere tot zoet stellen, en het zoete tot bitterheid!’
Jeremia 23:32: ‘Ziet, Ik [wil] aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de HEERE, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de HEERE.’
Zefanja 3:4, 5: ‘Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan. De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; alle morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.’
II Corinthe 6:14: ‘Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?’

het waar geloof moet uitstralen in deze donkere wereld vol ongeloof:
Mattheüs 5:16: ‘Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’
Mattheüs 10:27: ‘Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken.’
Johannes 1:7: ‘Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.’
Handelingen 13:47: ‘Want alzo heeft ons de Heere geboden, [zeggende]: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.’
Handelingen 26:18: ‘Om hun ogen te openen, en [hen] te bekeren van de duisternis tot het licht, en [van] de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.’
Filippenzen 2:15: ‘Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;’
I Petrus 2:9: ‘Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;’

waar geloof wordt in en door de wereld geháát:
Johannes 3:19, 20: ‘En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.’

het méér liefhebben van God dan van eigen kinderen door Job:
Mattheüs 10:37: ‘Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.’

het méér liefhebben van God dan van eigen lichaam en gezondheid door Job:
Johannes 12:25: ‘Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.’

bovenstaande betekent: die weg gaan, vàst gelovend in God, als Eerste, als Laatste:
Mattheüs 7:13, 14: ‘Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelve vinden.’
Lucas 13:24: ‘Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;’

zulk leven brengt strijd voort; zulke strijd brengt vruchten voort:
Mattheüs 3:8: ‘Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.’
Lucas 3:8: ‘Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.’
Johannes 15:16: ‘Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en [dat] uw vrucht blijve; opdat, zo wat gij van de Vader begeren zult in Mijn Naam, Hij u [dat] geve.’

de Heere tuchtigt, snoeit Zijn kinderen, opdat zij méér vrucht dragen:
Hebreeën 12:6: ‘Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt.’
Johannes 15:1, 2: ‘Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman. Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.’
Johannes 15:5, 6: ‘Ik ben de Wijnstok, [en] gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.’
Johannes 15:8: ‘Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.’

er is grote woede bij de KNECHT om verlies, om korte tijd:
I Petrus 5:8: ‘Zijt nuchter, [en] waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen verslinden;’
Openbaring 12:9, 12: ‘En de grote draak is geworpen, [namelijk] de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, [zeg ik], geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont! Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende, dat hij een kleine tijd heeft.’

het KIND moet heersen over de KNECHT:
Jacobus 4:7: ‘Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat de duivel, en hij zal van u vlieden.’

ieder mens moet nu kleur bekennen, in spreken, in zwijgen, in handelen, in niet doen:
Marcus 8:38: ‘Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.’ Ook Lucas 9:26; 12:8, 9
I Johannes 3:10: ‘Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft,’
Johannes 3:21: ‘Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.’

ernstige waarschuwing gelovigen tégen terugval in ongeloof en haar werken:
II Petrus 2:20: ‘Want indien zij, nadat zij door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, [van dezelve] overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste.’

tegen alle huichelachtigheid. Dit moet elk lichtvaardig oordeel – drie vrienden – voorkómen:
Mattheüs 7:2: ‘Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.’
Mattheüs 23:14: ‘Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en [dat] onder de schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.’ Ook Marcus 12:40; Lucas 20:47
Mattheüs 23:23: ‘Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en de komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, [namelijk] het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.’ Ook Lucas 11:42
Romeinen 2:1: ‘Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die [anderen] oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelve; want gij, die [anderen] oordeelt, doet dezelfde dingen.’
Romeinen 2:3: ‘En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?’

rechtvaardig oordelen, zoals Elihu doet:
Johannes 7:24: ‘Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.’
Johannes 8:16: ‘En indien Ik ook oordeel, Mijn oordeel is waarachtig; want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, Die Mij gezonden heeft.’
Romeinen 2:2: ‘En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen.’

het oordeel van heidenen over onbekeerlijkheid bondskinderen:
Mattheüs 12:41: ‘De mannen van Nineve zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!’ Ook Lucas 11:31
Mattheüs 12:42: ‘De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen, de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier!’ Ook Lucas 11:32

het grote oordeel:
Mattheüs 12:36: ‘Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in de dag des oordeels.’
Johannes 5:22: ‘Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel de Zoon gegeven;’
Johannes 12:48: ‘Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.’
Romeinen 2:5: ‘Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in de dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.’
Openbaring 20:10: ‘En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.’

29 november 2013

Dit bericht is geplaatst in Het Bijbelboek Job. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *