47 Barmhartigheid versus kwaad voor goed I

Hebben we in voorgaande artikelen al meer stilgestaan bij Gods grote BARMHARTIGHEID, we willen daarbij ook wijzen op Mattheüs 5:44 en 45: ‘Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.’ Zó is God, zó is de Heere Jezus Christus, zó moeten Zijn kinderen zijn, zó barmhartig.

Het is waar, dit gaat tégen alle vlees en bloed en haar begeren en drijven in. Geen mens kan dit naar zijn oude natuur verstaan. Dit is puur tegenovergesteld van: gij zult als God zijn. Barmhartigheid roemt tegenover individualistische heerszucht. Maar dit zijn toch geen gelijkwaardige partijen tegenover elkaar? Kom daar eens mee in deze wereld …..

En wat Paulus dan schrijft in I Corinthiërs 4:11-14: ‘Tot op deze tegenwoordige ure lijden wij honger, en lijden wij dorst, en zijn naakt, en worden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste woonplaats; En arbeiden, werkende met onze eigen handen; wij worden gescholden, en wij zegenen; wij worden vervolgd, en wij verdragen; Wij worden gelasterd, en wij bidden; wij zijn geworden als uitvaagsels der wereld [en] aller afschrapsel tot nu toe. Ik schrijf deze dingen niet om u te beschamen, maar als mijn lieve kinderen vermaan ik [u].’, het zijn vruchten van betoon en bewijs van barmhartigheid.

RECHTE ZENDING EN EVANGELISATIE IS ONBAATZUCHTIG BARMHARTIGHEID BEWIJZEN! Aan mensen, dood in zonden en misdaden, die niet willen luisteren. Vandaar de reactie: ik geloof op mijn wijze, en, bemoei u met uw eigen zaken. Ziende op onszelf: door genade door God tot geloof gebracht en daardoor tot leven geroepen. Royaal uitdelen en uitstrooien: zaaien! We kregen het zelf om niet!

We noemen Spreuken 17:13: ‘Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.’ Hier gaat dreiging van uit. Maar wie doet dat dan? Dit is toch onbehoorlijk gedrag? Zo gaan we toch niet met elkaar om? Dit is toch te min, te laag, om over te praten? Als dat gedaan wordt, dan roept dat om vergelding. Daarom terecht als de Spreukendichter daarna zegt: het kwaad zal van zijn huis niet wijken!

Maar we zien het tegendeel: het goede wòrdt met het kwade vergolden! Niet alleen door de minsten van het volk, nee, ook door vooraanstaanden, leidinggevenden. En als we er dan niet aan meedoen, ons ertegen verzetten, dan komen we er achter, dat dàt niet geaccepteerd wordt.

In het hierop volgende Bijbelgedeelte wordt er door zo’n vervolgde uitgebreid op ingegaan, Psalm 109:1-20: ‘Een psalm van David, voor de opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet. Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong. En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak. Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was [steeds] [in] [het] gebed. En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde. Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand. Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde. Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt; Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe. En dat zijn kinderen hier en daar omzwerven, en bedelen, en [de] [nooddruft] uit hun verwoeste plaatsen zoeken. Dat de schuldeiser aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden zijn arbeid roven. Dat hij niemand hebbe, die weldadigheid [over] [hem] uitstrekke, en dat er niemand zij, die zijn wezen genadig zij. Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht. De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij de HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd. Dat zij gedurig voor de HEERE zijn; en Hij roeie hun gedachtenis uit van de aarde. Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft de ellendige en de nooddruftige man vervolgd, en de verslagene van hart, om [hem] te doden. Dewijl hij de vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft tot de zegen, zo zij die verre van hem. En hij zij bekleed met de vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen. Die zij hem als een kleed, [waarmede] hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmede hij zich steeds omgordt. Dit zij het werkloon mijner tegenstanders van de HEERE, en dergenen, die kwaad spreken tegen mijn ziel.’

Over ‘kwaad voor goed’ gesproken. Maar tegelijk lezen we in Romeinen 12:19: ‘Wreekt uzelf niet, beminden, maar geeft de toorn plaats; want er is geschreven: Mij [komt] de wraak [toe]; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.’ Hebreeën 10:30: ‘Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen.’ Deze verwijzingen zijn naar Deuteronomium 32:35. Maar leest u dat hele hoofdstuk aandachtig om de oorzaak en aanleiding daar scherp voor ogen te hebben.

Is Psalm 109 niet zeer in strijd met bovengenoemde teksten? Om die vraag recht te verstaan, moeten we vóór alles scherp voor ogen houden, dat ook deze Psalm door God de Heilige Geest geïnspireerd is. Dan zien we, dat èn David èn Paulus door dezelfde Heilige Geest werden geïnspireerd. En daarmee verschuiven persoonlijke wraakgevoelens – als die aanwezig waren, zijn – naar de wraak van God over zoveel goddeloosheid en bedrog. Dan legt de Heilige Geest deze Psalm in het hart en mond en gedachten van David.

Voor zover het mensen betreft die zulke woorden uitspreken, ook nu wellicht, dienen de volgende drie punten nauwkeurig vermeden te worden om niet in strijd te komen met de genoemde teksten uit Deuteronomium, Romeinen en Hebreeën:
a. De uitsluitende zorg voor het eigen belang
b. De bewegingen en drijfveren van ons vlees
c. Het zich laten vervoeren door een blinde ijver

Vóór alles moeten we bedacht zijn op het feit, dat de levende God ons dit voorhoudt. De mens, zichzelf midden in de dood werpend in de zondeval heeft daarmee tegenover God en naaste geen enkel recht meer. In geen enkel opzicht. Als God daarna met barmhartigheid bewogen is en toch met de mens verdergaat – ONVERDIEND! – dan is dat Gods barmhartigheid. En als God in Zijn betoonde barmhartigheid ook toedeelt aan ongelovigen en goddelozen, dan is dat Zijn barmhartigheid. Als die mensen die barmhartigheid vertalen naar rechten hier en nu, dan is dat hun ondankbaarheid.

Maar vóór alles moet het de mens weer heel scherp voor ogen staan, dat alles ONVERDIEND is. Dan mogen gelovigen boven al die onverdiende barmhartigheid van God het geloof in God ontvangen, ONVERDIEND. En in en door het geloof herstel in het eeuwige LEVEN. Alleen door het offer van Jezus Christus. Tegelijk merken gelovigen op, dat mèt het geloof alle werken van het vlees gekruisigd en gedood moeten worden. Nee, dan is er geen plaats meer voor dualisme: het met de mond wel belijden en betuigen van het geloof, maar ondertussen in de daad zo veel mogelijk mee snoepen van de wereld en haar begeren. Tegelijk, zondige toegeeflijkheid daaraan, in woord en daad.

Jesaja 29:13: ‘Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk [tot] [Mij] nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, [waarmede] [zij] Mij [vrezen], mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;’ De Heere Jezus verweet, Mattheüs 15:8 en Marcus 7:6, aan de geestelijke leiders openlijk dit kwaad. Des te meer moeten we bij ons zelf nauwkeurig onderzoeken of die gezindheid ook ons zelf aankleeft. Is dat zo, dan moeten we er radicaal mee breken. Zeker, voor mensen is dit lang vol te houden, maar ons leven moet recht voor God zijn, hier en nu. Hoe willen we hier en nu dit tweeslachtige leven volhouden en tegelijk uitzien naar de wederkomst van de Heere Jezus Christus en ingaan in het koninkrijk van Hem waar àlles zuiver en heilig en rein is?? Waar ook niets onreins binnenkomt?

Hoezeer de mens tot die tweeslachtigheid geneigd is en er zich aan overgeeft toont de Bijbel telkens weer. Tegelijk waarschuwt de Heere daar voortdurend tegen, dat Hij zulk gedrag in Zijn kinderen háát! Lees alleen de eerste hoofdstukken in de profetieën van Jesaja. Nee, de Heere vraagt een ongedeeld hart, een zuivere gezindheid. In woord en daad en gedachte. Dan ontdekt ieder mens, dat hij daarin onnoemelijk veel tekort schiet, elke dag weer, in alle opzichten. Het kan alle moed benemen: wie kan dan zalig worden? Het is waar: de mens moet eerst verpletterd en vermorzeld en verbrijzeld worden voor God. Elke verwachting van zichzelf, alle hoogmoed en eigendunk, ze moeten tot de grond toe afgebroken worden.

Dan: alléén uit genade, alléén uit ontferming tot Gods kind aangenomen worden. Het grote, niet te bevatten wonder: Gods liefde voor verloren zondaren. Herstel in Christus tot het kindschap. Wedergeboren uit de Heilige Geest. ONVERDIEND!

Dat moet de ogen openen voor de enorme ondankbaarheid van de mens, waar de mens wel geniet van al Gods goede gaven, al Gods betoonde en gegeven barmhartigheid – zie de teksten uit Mattheüs 5 – maar ze in de eerste plaats gebruikt en besteedt tot eigen genot en lust en gemak, hier en nu. In het geloof ziet de gelovige ook al die royale gaven van God en is er ook de begeerte al die gaven op die manier te gebruiken. Maar hij moet het geloof, het herstel, het nieuwe leven, de verlossing en bevrijding uit de macht van duivel, dood, zonde en vlees van zoveel hoger waarde en rijkdom achten, dat hij vanuit het geloof overgaat tot het nieuwe leven.

Inderdaad, dan is dat voor ieder ongelovige onbegrijpelijk, dat mensen zo doen, zo anders omgaan met geld en goed, zo anders besteden, zo anders denken. Want de gelovige ziet ver boven hier en nu uit naar de eeuwige erfenis, in Christus vast en zeker, herstel als onderkoning op de nieuwe hemel/aarde.

Maar ook in deze Psalm 109 blijkt dat het leed en de moeite en de haat en het bedrog niet in de eerste plaats van stoffelijke aard is maar van geestelijke, psychische. Het beste voor de ander zoeken, dat bewijzen met de daad, en vervolgens bedreigd en vervolgd worden met schandelijke ondankbaarheid. En dan toont de Heilige Geest in deze Psalm aan, dat al de genoemde plagen en rampen en ongelukken en verwensingen niet maar alleen slaan op hier en nu, maar dat God daarmee onderstreept Zijn VLOEK over de onbekeerlijke mens.

Dan doet God duidelijk horen en zien, dat al die valsheid, al die ondankbaarheid van de mens zó gestraft zal worden, dat de mens huivert. Maar dan blijkt de mens zó hardnekkig, zó hardleers, zó hoogmoedig, zó eigenwijs, dat ook deze heel brede beschrijving, het met naam en toenaam noemen en benadrukken, de mens niet op andere gedachten brengen. Integendeel, de mens loopt er ongeïnteresseerd aan voorbij, gaat over tot de orde van de dag en kijkt uit waar en wanneer hij zijn volgende slag kan slaan.

De Schrift noemt de oorzaak ook, Prediker 8:11: ‘Omdat niet haastelijk het oordeel [over] de boze daad geschiedt, daarom is het hart van de kinderen der mensen in hen vol om kwaad te doen.’ En dan blijkt de enorme vergeetachtigheid van de mens. Immers, de mens kàn weten van al de oordelen, die de Heere gaf en uitvoerde in de geschiedenis. En de mens kan er nog met diep ontzag op terugwijzen. Toch, tegelijk naar zichzelf toe en anderen treedt bovengenoemde tekst weer in al haar kracht naar voren, wil de mens opnieuw blind en kortzichtig zijn en schuift elke dreiging ver van zich af. Iedereen doet het toch??

De Heere ZAL vergelden, op Zijn tijd, Zijn wijze, tijdelijk en eeuwig. Dan is er een andere repeterende bijbelse uitspraak: Maar de mens bekeerde zich NIET!!! De mens keert niet terug op de weg van de gehoorzaamheid, op de weg van berouw en bekering. Dan wordt de vergeetachtigheid zwaar geladen met: SCHULDIG! Dan wordt de wroeging in de hel zwaar geladen: EEUWIG BESEF! IK HEB NIET GEWILD! Toegeeflijkheid is niet onschuldig!

Tegelijk: HOE HEB IK ZOVEEL GETOONDE EN BEWEZEN BARMHARTIGHEID KUNNEN MINACHTEN!

24 december 2012

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *