21 Liefde I

Waarom hebben we uitgebreid stilgestaan bij de zondeval, de gevolgen daarvan, onze diepe ellende, onze totale verdorvenheid en slechtheid en valsheid? Waarom is daar niets positiefs meer uit te halen voor de mens en wordt het mee daarom verworpen en als onwaarheid aan de kant gelegd, ja, vergeten?

Dat komt door onze hopeloze blindheid, tegelijk onze onbekeerlijke verharding, daarnaast vanwege de omstandigheden waarin de mens zichzelf hier en nu gebracht heeft. Want onze blik is zeer beperkt geworden, niet verder dan hier en nu, en wat morgen komt, dat zien we morgen wel. Zeker, we proberen vooruit te kijken, ver vooruit te kijken om zo mogelijk de toekomst te verstaan en vandaag te zien hoe het morgen gaat om daar nu al vast onze maatregelen voor te treffen. En er zijn heel knappe mensen, die ons op tal van vlakken en gebieden deskundig voorhouden, hoe de ontwikkelingen van vandaag er toe zullen leiden, hoe morgen of volgende week of over twintig jaar de wereld er uit zal zien: prognoses, verwachtingen. En op basis daarvan wordt veel beleid afgestemd. Immers, als deskundigen dat zeggen, als veel hooggeleerden dat berekend hebben en als regeringsleiders dat beamen en benadrukken, als vakbondsleiders er enthousiast over zijn, wie durft dàn nog tegenspreken??

Dan blijkt, dat al die deskundigen, geleerden, regeringsleiders, er totaal náást zaten, toen, zoveel jaar geleden. Legt de mens vervolgens nieuwe prognoses, verwachtingen als ‘onbetrouwbaar’ naast zich neer? O nee, ook die worden weer omarmd en bejubeld, ook aan die klemt men zich krampachtig vast, want HIJ heeft het gezegd en HIJ kan het weten, toch?

Wat zien we in bovenstaande? Dit, dat God, de levende God, Die àlles bestuurt en regeert en leidt, genegeerd wordt, nagenoeg altijd volledig genegeerd en gepasseerd wordt, Hij, Zijn Woord. En – menselijk gesproken – Hij ademt één keer, en alle plannen, alle voorspellingen, alle verwachtingen van mensen liggen onderstboven.

Maar, als de mens dat één en ander maal heeft gezien, dan trekt de mens daar zeker lering uit. Ja, dat dènkt de mens. Immers, als iemand meerdere keren pijnlijk tegen een lantaarnpaal is opgelopen, dan vergeet hij de plaats niet weer en zorgt dat hem dat niet weer gebeurt.

Maar wat bovenstaande betreft, WIL de mens niet leren, want hij heeft willens en wetens de duivel geloofd en vertrouwd en God en Zijn Woord gewantrouwd en daardoor geminacht. En de mens is vast voornemens van die bewuste keus, de toen gedane beoordeling en daad niét terug te keren, vandaag niet, morgen niet, nooit, wat er ook gebeurt. En tegelijk blijven we vàst vertrouwen, dat er mensen zijn, komen, die het doel: als God zijn, weten te bereiken.

En, zeg nu zelf, zijn er al niet geweldige prestaties geleverd, op tal van gebieden? En zó wordt onze verdorvenheid en slechtheid en valsheid naar de achtergrond gedrongen en uit het geheugen gewist. En wij willen er ook niet meer aan herinnerd worden!!!

     We kennen de tekst, Johannes 3:16: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.’ Wat zien we? We zien, dat de mens bij deze tekst boos wordt, opstandig, ongelovig kijkt: en dìt dan, en dàt dan. Als God liefde was, dan ….. En prompt weten dezelfde mensen, die God niét geloven, niét vertrouwen op Zijn Woord, precies, wat God had moeten doen en hoe God had moeten handelen en waarom God dat had moeten voorkómen enz. enz.

De mens is hopeloos vergeetachtig en wìl ook vergeten. Immers, als we iets zijn vergeten, dan hoeven, kunnen we er ook geen rekening meer mee (te) houden. En wàt vergeet de mens dan? Dat God ernstig gedreigd heeft, dat, als de mens – ook in Zijn verbod – God, Zijn Woord, niét vertrouwde, de mens de dood zou sterven. En geen mens kan ontkennen, dàt de mens(heid) in haar eerste voorouders God niét heeft vertrouwd en dùs door die eigenwillige beoordeling schuldig is aan de genoemde straf.

Dat God de mens niet direct heeft overgegeven aan de eeuwige vloek, dat is gunst van God, onverdiend. Dat God daarna de mensheid op ontelbare manieren ernstig heeft gewaarschuwd door oordelen in allerlei vorm en mate, om de mens maar tot terugkeer en bekering te brengen, de mens moet erkennen: God doet ons geen onrecht, we hebben dat verdiend!

Dat God aan de mensheid ontelbare mogelijkheden heeft gegeven, overgelaten om zich toch op allerlei vlak te ontwikkelen tot ongekende hoogten, we zien het en maken er gretig gebruik van. En nee, ook als de mens dat allemaal ziet, ook dan komt de mens er niet toe uit te roepen: U o God komt àlle eer en lof en dank toe voor alles wat U ons daarin ONVERDIEND geeft. Want de mens heeft zijn nood en schuld en vloek vergeten en ineens POCHT diezelfde mens erop, dat hij op al deze dingen RECHT heeft. En wee hem, die aan onze RECHTEN wrikt!

We vinden het normaal, dat een moeder van haar kind houdt. En als een moeder – wonend aan een drukke weg – uit het raam kijkt en ziet dat haar dreumes van twee ontsnapt is en de straat op wil lopen, dan vindt ieder het normaal, dat moeder zo snel als ze kan naar buiten rent en haar kind grijpt en redt. Je moet er toch niet aan denken! Enkele dagen later gebeurt hetzelfde. Weer, net op tijd. Een paar maanden later – uiteraard zijn er maatregelen genomen om het te voorkómen! – krijgt hij het wéér – is het nu de tiende of de elfde keer? – voor elkaar. Wat denkt u, zal moeder rustig voor het raam blijven kijken totdat ze gierende banden hoort, harde klappen, en ziet, dat haar kind verpletterd wordt door een (vracht)auto? Ze heeft hem immers al zó vaak gewaarschuwd, ernstig gewaarschuwd, gedreigd, ja, klappen gegeven, dat hij dat nooit weer zou doen? We vinden het vanzelfsprekend, dat ze óók voor de tiende of elfde keer naar buiten vliégt, haar kind grijpt en redt! Haar liefde drijft haar, toch?

Opnieuw, Johannes 3:16: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.’ God heeft geen behagen in de dood van de zondaar, maar daarin, dat hij zich bekeert en leeft. Moest God niet aan het eind van Zijn geduld zijn, toen Hij na enkele geslachten zàg, dat de mens niét luisterde, niet wìlde luisteren, ook al werden ze meer dan 900 jaar oud?

Maar we zijn nu al zo’n 6000 jaar verder; als we gemiddeld voor een geslacht 30 jaar tellen, dus al 200 geslachten!!; als we gezien hebben, dat Hij Zijn Eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons overgegeven heeft tot zoenoffer, omdat Hij zag, dat we zèlf niet kònden betalen; ja, wie durft dan nog twijfelen aan Gods geduld, lankmoedigheid en barmhartigheid? En straalt Zijn onuitsprekelijke LIEFDE niet hemelhoog? Welke liefde kan daarbij vaag in de schaduw staan? Heeft u ooit zó’n grote liefde gezien, en dit voor zondaren zoals u en ik?

Zeker, dan zijn er ook nog mensen die de spot drijven met dat geduld en zó die liefde belachelijk maken. Mensen, die openlijk hun ongeloof in Zijn wederkomst uitspreken. Weet, o mens, dat dat geduld heel duur betaald moet worden door spotters en ongelovigen als ze zich niet bekeren.

De mens vergeet

1. de eerste schakel: IK HEB GEZONDIGD! Ik heb goddeloos gehandeld!

2. Vervolgens vergeet de mens ook de tweede schakel, onlosmakelijk verbonden met de eerste: IK HEB DE EEUWIGE DOOD VERDIEND!

En dáár willen we helemaal niet aan denken en we doen ons leven lang onze best dat uit ons geheugen te poetsen. En plotseling bedenkt de mens, door de duivel ingefluisterd: dood is dood. En het wordt grif geloofd en overgenomen. Ja, en dan is de stap klein naar: pluk de dag; eet, drink, en wees vrolijk; laten we eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven we.

God is liefde, ook voor de ongelovigen, daarin, dat Hij aan ongelovigen veel geeft, gaven, talenten. De Bijbel zwijgt er niet over. Zie Genesis 4:17-24. De Heere geeft nageslacht, weer nageslacht, nageslacht met talenten, ontdekkingen en ontwikkelingen die vandaag nog basiszaken zijn: muziekinstrumenten, metaalindustrie, bouwen van tenten, huizen, enz. Genesis 36:1-43. Esau: nakomelingen, stamhoofden, koningen. Nageslacht, land, mensen die bekwaam zijn leiding te geven, te regeren. Het wordt uitgebreid beschreven!

Ook in het Woord van God krijgt Gods goedheid over hen brede aandacht! Opdat ze niet vergeten. En ook vandaag zien we, dat veel ongelovigen rijke gaven en talenten hebben ontvangen, dat ontwikkelingen op tal van gebieden elkaar in rap tempo inhalen.

Ontwikkelingen, daarna combinaties met andere ontwikkelingen, integratie, het is niet meer te behappen door een mens. De mens gaat daarin zover, dat ze systemen, methodes, ontwikkelen waarvan ze weten, dat ze – komend in verkeerde handen – onbeheersbaar worden en tot catastrofes kunnen leiden. Maar de mens gaat brutaal verder, gestelde grenzen worden verlegd en weer verlegd. En waar de ene mens stopt, waar die mens het voor God niet kan verantwoorden, verder te gaan en zo grenzen te overschrijden die niet geoorloofd zijn, raast de ongelovige verder: WIJ ZULLEN!!

Maar laat de mens eens om zich heen kijken in de wereld en toezien, hoe arm en rijk naast elkaar leven. Ook, dat ondanks veel inspanningen armoede, honger, achterstand, blijft!; daarnaast, dat veel rijken zo’n weerzinwekkend verkwistend leven leiden, dat het beschamend is; daarnaast, dat mensen die absurd hoge bedragen verdienen, toegejuicht en verheerlijkt en aanbeden worden (bijv. topsport, film en theater, gokwereld).

Vervolgens lopen we er rustig aan voorbij, dat even verder mensen vuilnisbelten afstruinen om in leven te blijven. Het wordt als ‘feit’ geaccepteerd en we leven er mee. Terwijl we kunnen zien, dat God elke dag zóveel middelen en mogelijkheden geeft wereldwijd, dat de mens geen verontschuldiging heeft, dat dit bestaat en voort bestaat. Ook de middelen en mogelijkheden geeft, dat we via de media live ter plekke aanwezig kunnen zijn en kunnen zien wat er is gebeurd en hoe groot de ellende is.

Daarnaast zien we dat machthebbers gelden bestemd voor hulp aan behoeftigen zichzelf toe eigenen en even later rustig opnieuw via fotomateriaal de wereld trachten te overtuigen van de noodzaak toch zo spoedig mogelijk royaal te helpen. Hoeveel corruptie wordt er gepleegd, in stand gehouden en toegedekt. En toch geeft God elke dag weer leven en voedsel en veel meer aan de wereld, aan de mensheid. Daarin zien we Gods onnoemelijke goedheid over Zijn wereld, Zijn schepselen.

Daarin zien we ook Gods toorn over Zijn wereld en schepselen. De mens dènkt wel, dat hij dit ongestraft kan doen, maar Gods Woord laat overduidelijk zien, dat God tegelijk de mens oproept, dagelijks, zich tot Hem te bekeren en te leven. Bekeert de mens zich niet met haast, dan zullen al die goede gaven tégen de mens getuigen. Dan geeft God diezelfde mens in Zijn brandende toorn over aan hun egoïstische en hebzuchtige uitspattingen, hen tot verderf!! Dan gaat God die mens ter verantwoording roepen wegens al dat misbruik en die verkwisting. Nee, aan die verantwoording is niet te ontkomen!

3. God gaf een derde schakel: Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus als volkomen zoenoffer. Inderdaad, God gaf!, opdat elke gedachte van een mens, dat de mens ZELF iets bedacht had direct laat varen. Opnieuw steekt hopeloze hoogmoed bij de mens de kop op: IK kies, IK geef mijn hart aan Jezus, IK kan zelf iets, IK doe iets vanuit mijzelf!

Maar de mens wil er niet aan herinnerd worden, dat hij eerst door de eerste schakel verpletterd moet worden, door de tweede schakel vermorzeld en dan, ja dan als nietswaardige smekeling alleen door Christus tot God kan komen en om genade, ontferming smeken, want dat is pure zelfverloochening!

Erkennen, dat dit de enige weg is tot behoud. Erkennen, dat God geen mens onrecht doet, als Hij de mens metterdaad de eerste en tweede schakel toerekent en vergeldt in de hel. Maar dan is het doel niet, dat IK, grote mens, behouden wordt, maar dan is het grote doel (opnieuw) om als onderkoning God als Koning te eren, loven, prijzen, aanbidden, volkomen, eeuwig. Niet gedwongen, maar van harte, vrijwillig. Hier, alleen door de Heilige Geest en het Woord ertoe bewogen en veranderd, een klein begin. God wil Zijn onuitsprekelijke liefde beantwoord zien door Zijn schepsel, de mens. God liefhebben en volkomen vertrouwen; Gods Woord liefhebben en volkomen vertrouwen en afzien van elke eigenwillige andere beoordeling, hier en nu in begin, straks volkomen, eeuwig!

We kijken nog even terug naar artikel 17 Verleidingen I: Het gebeuren in Nazareth, Lukas 4. We zagen daar, dat de Joden niét herinnerd wilden worden aan de zonden van hun vaderen en daarom de Heere Jezus wilden doden. Maar zien we nú tegelijk de onuitsprekelijke liefde van Gods Zoon, gekomen op deze aarde tot verloren zondaren. Hij lokt hen, trekt hen, herinnert hen aan de zonden van hun vaderen, herinnert hen aan de onbekeerlijkheid van hun vaderen, doet hen zien dat God niet op enige wijze gebonden is aan Zijn verbondsvolk bij hardnekkige verlating: alles is vrije gunst!!

Toch, Zijn liefde is zó groot, dat Hij ook dit nageslacht wil lokken, wil trekken, wil redden, wil verlossen van de eeuwige dood. We hebben het antwoord gehoord en de daad gezien: DIE LIEFDE WILLEN WIJ NIET! Wij willen onze ellende niet kennen, onze verdiende straf niet erkennen en zo de redding en verlossing daaruit – enkel uit genade – niet ontvangen! En zo wordt de natuurlijke liefde tussen mensen – door God bewerkt en gegeven – als de enige liefde en de ware liefde beschouwd.

Maar als God Zijn oordelen uitvoert in onnoemelijke variatie en mate om de mens toch nog tot wederkeer te brengen; als God de mens herinnert aan zijn zonden, aan de zonden van zijn vaderen; als God Zijn kinderen oproept de naaste ernstig te waarschuwen en Zijn kinderen doen dat door de naaste te herinneren aan hun zonden, uit liefde, omdat de gelovige die naaste oprecht lief heeft en zijn verloren-gaan niet wil zien. Dan blijkt, telkens weer, dat de mens die liefde van God en die liefde van de kinderen van God NIET ziet en erkent als de wáre geestelijke liefde, die de natuurlijke liefde ver te boven gaat.

Dan is liefde ineens lastig-zijn, bemoeien. Dan is er de háát, de onbeschrijfelijke háát tegen God, tegen Zijn kinderen, de dodelijke vijandschap, door God Zelf GEZET! Want die vijandschap is geestelijk.

21 december 2011

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *