13 Geestelijke regering II

Bij het bezien van de geestelijke regering moeten we er op letten, wat de Schrift zegt. We zetten een aantal zaken op een rij:

a. Wie is het Hoofd van de kerk? Jezus Christus. Hij alleen. Nergens in de Schrift geeft Hij aan, dat Hij hulp van derden nodig heeft. Integendeel, Hij zegt, Matt. 28:18: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.’ De hoogmoed en eerzucht van mensen fantaseert telkens weer mogelijkheden om zijn hulp en noodzakelijkheid aannemelijk te maken. En wordt dat niet goedschiks toegestaan, ja, dan zijn er andere middelen aanwezig.

b. Wie vergadert Zijn kerk? Jezus Christus. Inderdaad, Hij Alleen! Hij vergadert hen, die de Vader Hem heeft gegeven, van vóór de grondlegging der wereld. Dáár en toén werd bepaald. En daarom heeft ieder kerklid hem te accepteren en te aanvaarden, die Christus toevoegt, hetzij door geboorte, hetzij door bekering. Dat moet ieder lid steeds weer scherp voor ogen staan: Christus als Hoofd vergadert Zijn leden, gisteren, voor 5 eeuwen, tot aan de jongste dag. Ja, ook die! En dan beginnen de vragen en moeiten: maar die, met dat karakter, maar die, met … noem maar op. En dáár begint de beproeving: Erkennen we Jezus Christus inderdaad als Hoofd en accepteren we inderdaad, dat Hij ook dié vergadert en toevoegt, ja, juist dié? Ook, als die lastig is, kritische vragen stelt, ons ter verantwoording roept, ons vermaant inzake verkeerde leer of zondige daden? Of beginnen we dan het Hoofd Jezus Christus te bekritiseren, in gedachten, met woorden, dat we niet gelukkig zijn, dat Hij ook dié toevoegde? Nee, het is geen onschuldige kritiek, maar daarmee geven we aan, dat WIJ het béter weten. En vervolgens bewijzen we dat, door die persoon zijn rechten te ontnemen of hem gewoon een briefje te sturen met als inhoud: ‘we hebben besloten u uit te schrijven als lid van de kerk.’ Over gevoerde en gehanteerde wijzen en methodes later. Maar we blijven ons ‘kerk van Christus’ noemen.

c. Hoe vergadert Hij Zijn kerk? Door Zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. Valt het u op, dat in deze belijdenis, erkenning, mensen helemaal ontbreken? Ja, want mensen brengen zèlf niet tot geloof en kùnnen andere mensen niet tot geloof brengen. Herinner u, de mens is vanaf de zondeval geestelijk dóód! Echt dóód! En elke gedachte, dat een mens zèlf tot geloof kwam, uit zichzelf ging geloven, is fantasie! Zie Ezechiël 37:2. Zie Matt. 11:27: Kent u de Vader buiten de Zoon om? Gelooft u de Heere Jezus in dit woord niet? Lees ook Johannes 5:19-47: Gelooft u de Heere Jezus op Zijn woord?? Hoe moeilijk verloochent de mens èigen denken en weten en buigt zich gehoorzaam onder het gezaghebbend Woord van God! Gebruikt de Heere dan geen mensen? Zeker wel. Het heeft Hem behaagd mensen te gebruiken, in te zetten waar en wanneer en zolang het Hem behaagt. Wat is dan de opdracht? In die taak, in dat ambt getrouw te zijn, niet meer, niet minder. Getrouw te zijn aan de Opdrachtgever, de Goede Herder, het Hoofd van de kerk, aan Jezus Christus, geleid door de Heilige Geest. En daartoe geeft Hij de mens één wapen: Zijn Woord. Want de Heilige Geest werkt door het Woord. Steeds weer moet de betrokkenen zeer scherp voor ogen staan: ‘Ben ik levend lid van de kerk van Christus, dan ben ik in het bijzonder ambt slechts MIDDEL.’ Nooit mag er een gedachte zijn of regeren dat IK, WIJ onmisbaar ben, zijn, dat ons ambtswerk onmisbaar is. Veeleer moet ons voor ogen staan: kijk eens hoe gebrekkig, hoe onvolkomen mijn werk is door zwakheid, onwetendheid, onwil; hoe is het mogelijk, dat het Hoofd mij nog wil gebruiken. En zolang die hoogmoed, die eerzucht toegestaan, gedoogd, toegejuicht wordt, moet er strijd zijn. Tegen die hoogmoed, tegen die eerzucht, tegen die ijdelheid. Stoppen we die strijd, dan stemmen we die gegroeide praktijken toe en worden deelgenoot en betrokkene en vervolgens gedwongen er actief aan mee te doen. U ziet, dan is het hek van de dam met alle gevolgen van dien. Lees het Nieuwe Testament en zie, dat de Heere Jezus Zelf Zijn discipelen, apostelen daartoe de opdracht gaf en daarna, hoe de apostelen daar inhoud aan gegeven hebben. En de geschiedenis doet duidelijk zien, dat de Heere Jezus zó vergadert. Inderdaad, dan ziet u een onderscheidenheid en diversiteit waarin géén eenduidige lijn is te ontdekken of te onderscheiden, geen systematiek waaraan we houvast hebben. Dit vraagt GELOOF: ik GELOOF, dat Jezus Christus zó vergadert en ik vertrouw, dat het dan altijd goed gaat. Want Hij, het Hoofd, vergadert door Zijn Heilige Geest met Zijn Goddelijk Woord. Hier moet alle twijfel onmiddellijk stoppen! Hebt u de Heere Jezus lief? Dan bewaart u Zijn Woord. (zie artikel 1) Bewaart u het Woord niet? Dan hebt u de Heere Jezus niet lief. Het is waar: voor mensen kan heel lang gehuicheld worden, maar de Heere doorgrondt ieders hart.

d. Wie regeert de kerk? Jezus Christus. Hij alleen. Hij, als Hoofd, als Koning, regeert Zijn bruid, Zijn lichaam. Hij regeert door Zijn Geest en Woord. Daarbij en daarin is Hij volkomen onafhankelijk van hulpen of hulpmiddelen. Nergens in de Schrift is er ook maar een schijn van enige afhankelijkheid te ontdekken. Wel gebruikt Hij daartoe de schepping, schepselen en beschikt Hij vrijmoedig over hen, al naar Hij in Zijn raad besloten heeft. En gebruikt Hij daartoe mensen, gebruikt Hij daartoe ambtsdragers, in de wereld koningen, rechters, machthebbers of wie ook, Hij heeft ze geschapen op Zijn tijd, op de door Hem bepaalde plaats, gedurende de door Hem vastgestelde tijd, met die gaven en talenten die Hij nodig oordeelde. Als we dàt voor ogen krijgen, dan ontdekken we de enorme gebrokenheid en verscheurdheid van de schepping als gevolg van MIJN zondeval in MIJN eerste voorouders Adam en Eva. Maar laten we eerst de vraag overdenken: wie van ons, mensen, heeft God van advies gediend, hoe Hij mij moest formeren en scheppen, waar, wanneer? Met zoveel of zo weinig verstand, met … en dan kunnen we alle uiterlijke en innerlijke en verstandelijke en psychische en fysische verschillen en onderscheidingen opnoemen. Op die plaats, in dat land, met die cultuur. Met die ouders, broers, zussen, man, vrouw, kinderen, buren, regering, kerkenraad, onderwijzers, werkgever of werknemers. Opnieuw: wie van ons, mensen, heeft God van advies gediend, hoe Hij mij moest formeren en scheppen, waar, wanneer? Om ons héél klein te maken, héél afhankelijk. Om opnieuw GOD heel groot te maken, Hem alleen ALLE eer te geven. Ook om te erkennen, dat onze hoogmoed en eigendunk GEWELDIG GROOT zijn. En laten we ook overdenken: wat weten we vanuit onszelf? Moeten we niet toegeven dat we alles afgekeken, gekopieerd en nagedaan hebben, uit onze ervaringen meer of minder lessen getrokken hebben en er vervolgens, toen we tot verstand kwamen, eigen invulling en uitwerking aan gaven, gezien de omstandigheden?

     En omdat God aan geen mens om advies heeft gevraagd, komt des te duidelijker uit, dat God soeverein in de eeuwigheid besloten heeft de aarde met alles erop en erin, de hemellichamen te scheppen uit Zijn almacht. In die hoedanigheid, met die samenstelling en structuur, in die verscheidenheid en variatie, in die hoeveelheid en onderscheiding, zoals Hij wilde. Tegelijk moeten we erkennen, dat Hij vanuit Zijn almacht en alwetendheid heel de schepping niet alleen schept, maar ook regeert en onderhoudt, naar Zijn welbehagen.

De zondeval heeft van Gods almacht, alwetendheid en majesteit niets afgenomen, niets van haar glans doen verliezen. Integendeel, de mens moet ontdekken, dat ZELFS de zondeval met alle gevolgen!! Gods grootheid en majesteit des te meer doet schitteren, daar Hij almachtig tóónt, dat die Hem niet van Zijn grote doel kan weerhouden: een heilig volk vergaderen Zich ten eigendom, opdat de hele schepping Hem (weer) alle eer, lof, dank en aanbidding toebrengt, volmaakt, zuiver, eeuwig!

8 december 2012

Dit bericht is geplaatst in Algemeen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *