Johannes 7

Joh 7,4 Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelf aan de wereld.

 

Met ‘wereld’ wordt hier de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. Zijn broeders spreken hier in cynisch en hautain ongeloof en in horizontale kortzichtigheid. Zelf geloven ze niet en met hun spreken maken ze Zijn optreden belachelijk. Ze spreken openlijk hun verdachtmaking uit, dat Christus Zich inbeeldt iets te zijn, terwijl zij voor zichzelf al vastgesteld hebben, dat het één schijnvertoning is. Hoe diép moet Hem dàt gekwetst hebben, immers, het waren geen vreemdelingen maar Zijn broeders! Toch, voor zùlke zondaren ben Ik vrijwillig gekomen, om hen te trekken en te roepen en te bevrijden uit het huis van zonde en dood. Zó lief heb Ik zùlke zondaren.

Tegelijk spreken ze de verwachting uit, dat, als Hij dat doet, de wereld er heel gauw doorheen prikt en het al gauw afwijst als een schijnvertoning. Hoe groot was het ongeloof! Hoe groot was de vijandschap! Hoe groot ook de blindheid en door die blindheid de hoogmoed en het zelfvertrouwen: wij zien scherp en goed en pleiten op de hechtheid van onze beoordelingen! Tegelijk, hoe vlijmscherp is Gods verkiezing en verwerping.

Daarnaast, hoe groot is Gods barmhartigheid, dat Hij niet alleen toen, maar ook vandaag nog zóveel geduld heeft met ongeloof, met afval. Integendeel, Hij geeft zóveel gaven aan de mensen, dag en nacht, door geen mens te tellen. En dat, terwijl Hij opmerkt, dat al die gaven door nagenoeg iedereen alléén voor eigen plezier en genoegen en voordeel en wellust wordt aangewend en gebruikt. Hoe ontstellend groot is de ondankbaarheid van de mens.

Daarnaast hoort Hij diezelfde mens spreken en fantaseren over rèchten van de mens, in tal van opzichten. Vervolgens merkt Hij de huichelachtigheid daarin op, dat er wel veel over rechten wordt gepraat, overlegd en vergaderd, maar dat de wil van de mens zó verdorven is, dat er géén vooruitgang te bespeuren is, laat staan als we over plichten beginnen, collectief, individueel. Toch gaat de mens op die weg voort, al kost het kapitalen en al komen velen door gebrek aan geld  bij hongersnoden en rampen om het leven.

Hetzelfde geldt voor het in stand houden van topsport, spelen, manifestaties, film en toneel, techniek en automatisering, groot, groter, grootst. Daarom ook steeds meer en grotere prijzen, onderscheidingen, uitdagingen, tot lof en eer van mensen. Ofwel, hoe gróót is de mens, hoe indrukwekkend zijn prestaties. Niet, dat gelovigen op dat alles neerbuigend kunnen en mogen neerzien – alsof zij van zichzelf beter zijn – nee, zij moeten ook met grote schaamte hun zwakheid, traagheid en luiheid opmerken en erkennen, dat zij evenzeer van zichzelf totaal onwaardig zijn en niets verdiend hebben of kunnen.

Zij moeten beschaamd erkennen, dat zij van nature net zó willen leven als de wereld, zij erkennen, dat er veel aantrekkingskracht zit in glimmer en glamour. Maar door het geloof zien ze de grote léégheid van dat al: het is een ogenblik en het kan je elk moment worden afgenomen. O, die grote vergankelijkheid, waarvoor de mens zo graag de ogen sluit! Hier en nu, dat is alles! Geen zorgen voor morgen. De voorbeelden liggen voor het oprapen.

Toch, hoe komt het dan, dat zoveel mensen bezeten zijn van hebben en kunnen? Omdat God ze aan hun verblinding overgeeft; omdat God ze zó verblindt, dat ze menen, dat het met de dood is afgelopen; tegelijk knaagt God bij hen in het geweten, zodat de onrust hen voortdrijft.

 

Joh 7,7 De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.

 

Met ‘wereld’ wordt hier de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. De mensenwereld, die zich door de zondeval  in al haar doen en laten heeft uitgeleverd aan de duivel, aan de dood, aan de leugen. Niet per ongeluk, maar met opzet, moedwillig, in volle verantwoordelijkheid. Waar ze ook geen moment spijt van heeft, want ze kan niet anders en ze wil niet anders.

En hier verklaart de Heere Jezus openlijk, dat de joden, die tegenover Hem staan, niet geloven, niet kunnen geloven, niet willen geloven, omdat de mens – niet alleen de joden! – vast wil houden aan zijn besluit en keuze en beoordeling in het paradijs: God de rug toekeren en als zelfstandige, als compagnon van de duivel, het veel beter weten en kunnen.

En dan komt de Heere Jezus en getuigt openlijk: uw werken zijn boos, duivels, puur vijandig. En dàt slikt de mens uiteraard niet, nooit. Hoewel de mens alle ellende ziet en ervaart en weet dat hijzelf de grote oorzaak daarvan is, wil hij daaraan niet herinnerd worden, door niemand. Herinnerd worden is tot erkenning komen, toegeven aan oproep tot bekering, zelfverloochening.

En daarin is de mens heel stellig vanuit zichzelf: DAT NOOIT! Daarin zien we overduidelijk, dat de mens, levend in de zonde, vijand van God was en is en zich vijand betoont, want hij háát God, hij háát de Heere Jezus, hij háát elke verlossing, hij háát elke herinnering, er kan geen liefde tot God uit zijn hart komen, omdat hij door de zonde zo door en door verdorven is. En straks verwerpt hij de Verlosser en werpt Hem uit en vervloekt Hem.

Hoe komt het dan, dat zoveel mensen beweren, dat zij zèlf God aangenomen hebben, navolgers van Christus zijn, vervuld zijn met de Heilige Geest, ja, dat ze zèlf de vrije keus hebben te kiezen voor God, voor Christus? Omdat ze God niet geloven, omdat ze Christus niet geloven, niet geloven op Zijn Woord, ja, vasthouden, vast willen houden aan hun ONTkenning, dat zij in Adam en Eva, in hun zondeval dóór en dóór verdorven zijn en zo God tot leugenaar maken.

Want vanuit het diep verdorven hart háát de mens God, háát de mens alles en ieder die zijn keus en besluit aanvecht of ongedaan wil maken of daaraan herinnert. Omdat de mens ontkent dat hij tégen God heeft gekozen in het paradijs en zich nu inbeeldt, dat het best meevalt, dat zijn slechtheid en verdorvenheid minder diep is en hij alsnog weer opnieuw de vrije mogelijkheid heeft te kiezen.

Daardoor verklaart de mens zichzelf nog redelijk bekwaam tot enig goed, verklaart de mens vervolgens minder afhankelijk te zijn van een Verlosser en is daarna de dankbaarheid kleiner en de roem op zichzelf groter. Nee, de mens heeft in het paradijs bewust gekozen, wij in Adam, en we moeten onze beslissing dáár en tóen serieus nemen en erkennen, dat we vanuit onszelf slecht zijn, totaal onwaardig, en alleen maar slecht kunnen en slecht willen. Of het moet aangetoond worden, dat Christus hier zegt: ‘haat’, terwijl Hij dat niet zou bedoelen.

En Christus zegt: ‘haat’ zonder uitzondering, het betreft ook de gelovigen. Hoe gemakkelijk sluipt dat naar binnen, dat er uitzonderingen zijn! Maar houdt de mens vast aan zijn vrije wil, dan verklaart hij Jezus Christus tot leugenaar en Zijn heerlijk woord tot leugen. Dan miskent hij tegelijk de vele malen hiervóór, waaruit duidelijk bléék, dat het initiatief helemaal aan Gods kant ligt. Ook in Genesis 3 lezen we niets over enig menselijk voorstel of initiatief, alleen, dat de mens zich schuldig verborg en dat God hem opzocht.

En blijven we leven náár de wereld, dan kàn de wereld ons niet haten. Gedragen we ons als christen, in woord èn daad, dan háát de wereld ons. Dan zal de gelovige ook onderscheiden tussen goed en kwaad, ja, goed en kwaad naar de Schrift. Onderscheiden en ook hardop noemen en elke vermenging met het boze vermijden, opdat hij geen deel heeft aan haar plagen.

En zeker wordt – voor het oog – de gelovige evenzeer getroffen door allerlei plagen en rampen als de ongelovige. Alleen, de gelovige draagt het als straf en tuchtiging van de barmhartige Vader, uitziende naar de volkomen verlossing, volkomen veilig in Zijn Vaderhand. De ongelovige draagt het als straf en toorn van de hemelse toornende Rechter, bekeert zich niet en verhardt zich daardoor tot de eeuwige straf en toorn.

En ook al geeft God aan de mens in zijn verblinding de meest geavanceerde en vernietigende wapens, het toont des te meer de almacht van God, dat de mens met al dat wapentuig machteloos tegenover God staat.

5 juni 2012

Dit bericht is geplaatst in 77x 'wereld' in het evangelie naar Johannes. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *