Johannes 10

Joh 10,36 Zegt gijlieden [tot Mij], Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert [God]; omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?

 

Met ‘wereld’ wordt hier de verdorven vijandige mensenwereld bedoeld. Christus verwijt hier de joden, dat zij Hem lasteren. Ieder mens moet erkennen, dat het zó Zijn weg en raad en plan was, zie boven. Het toont des te meer, hoe blind de mens is na de zondeval. Ze ontkennen, dat Hij door de Vader geheiligd, en in de puur vijandige en hatende mensenwereld gezonden is. Dit is opnieuw een schoon getuigenis, dat Christus vrijwillig van de Vader is uitgegaan, dat Hij en de Vader één zijn, dat Hij inderdaad de lang beloofde Verlosser en Zaligmaker is, zonder vlek of rimpel.

Des te ernstiger wordt het als blijkt, dat zij willens en wetens Hem ervan beschuldigen dat Hij lastert, omdat elk bewijs daartoe ontbreekt. Maar hun blindheid belet hen te zien. Zij wensen niet geholpen te worden, verlost te worden, want dan moeten ze erkennen dat ze midden in de dood liggen. Des te minder kunnen ze zich verontschuldigen.

Zó groot is de verdorvenheid van de mens, zó totaal. Hieruit volgt, dat mensen alleen verlost kunnen worden uit de macht van zonde, duivel en dood door het machtige verlossingswerk van Christus; door God Zelf gezet van eeuwigheid, soeverein. En daardoor bevestigt Christus het woord, dat Hij op een andere plaats zegt: ‘Ik ben de weg des levens, Ik ben de deur der schapen’.

Hoe groot is het werk van de Heilige Geest, Die de wereld in stand houdt, de mensen tot waarachtig geloof brengt, in die mensen, die de Zoon van de Vader heeft ontvangen. Want zó was het raadsbesluit van vóór de grondlegging der wereld. En door Gods almacht en voorzienigheid wordt het raadsbesluit tot werkelijkheid gebracht in en door Christus, door niets of niemand te weerhouden. Daartoe doet Hij op Zijn tijd die mensen geboren worden, uit die ouders, in dat gezin, op die plaats.

Hij brengt ze tot het ware geloof op Zijn tijd, door Zijn almacht, getrokken en gegrepen door Zijn liefde en ontferming. En zó werden en worden alle pogingen van de duivel en zijn trawanten om de komst van Christus te voorkómen, om het werk van Christus als Hoofd van Zijn kerk te belemmeren, ontgoocheld. In het paradijs kwam God, daarin te kennen gevend, dat Hij door de duivel niét buiten de aarde gesloten was, niet buiten gesloten kon worden.

In Bethlehem toonde God opnieuw, dat de komst van Christus door de duivel onmogelijk weerhouden kon worden. Op Golgota bewees God, dat Hij mensen zó bewerkte en voortdreef in hun blindheid, dat zij in volle verantwoordelijkheid en bewustheid Christus ONSCHULDIG ter dood veroordeelden, ja, ter dood aan het kruis, het vloekhout. En dat in grote willekeur en onrechtmatigheid, drie keer door de rechter ONSCHULDIG verklaart.

Omdat alleen zó aan Gods rechtvaardigheid kon worden voldaan. En door Zijn opstanding bewees Hij God te zijn, onschuldig, en dus gerechtigd Zelf het leven weer te nemen. Alles toont steeds weer onze diepe vijandschap, onze diepe haat, tegen God, tegen Zijn verlossingsplan. Zó lief had God Zijn schepping, Zijn schepsel.

5 juni 2012

Dit bericht is geplaatst in 77x 'wereld' in het evangelie naar Johannes. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *