Klimaatverandering??? Nee!

Klimaatverandering??? Nee!

Vertel me: wanneer iemand drie glazen knikkers in zijn handen houdt, en die handen zijn ijskoud, heet, kletsnat, verandert dat iets aan die knikkers? Inderdaad, ook die worden òf koud, òf heet, òf nat.

De levende God schiep de aarde met alles wat er op en in is, het klimaat, de zon, maan en sterren. En ze zijn in Zijn hand en Hij doet ermee al naar het Hem goeddunkt. In Zijn goedheid, in Zijn ontferming, in Zijn brandende toorn in verband met de zonden van de mens(heid).

Maar niet alleen aan de oppervlakte van de aarde doet Hij naar Zijn Woord, ook daarìn, daarbóven bestuurt en regeert Hij alles. En zie nu: de mens schrikt, verbergt zich, zoekt een veilige schuilplaats, vlucht, is in doodsangst bij het zién, het hóren van het (naderende) onheil. Tegelijk: tal van voornemens, plannen, activiteiten worden opgeschort, afgelast, verplaatst.

We noemen hitte, koude, (heel veel) regen, sneeuw, droogte, stormen, orkanen, aardbevingen, erupties van vulkanen, tsunamies, en de gevolgen ervan, plaatselijk, regionaal, inzake schade aan gebouwen, infrastructuur, gewassen, dieren, en de daarop volgende gevolgen inzake voedselvoorziening voor mens en dier. En keer op keer is er de schade – materieel, financieel – ook de zorg, het verlies van geliefden, dóór al die rampen.

Het zijn enkele zichtbare zaken. Want er zijn ook ziektes, besmettingen, pandemieën, uitbraken van pest, chronisch gebrek aan noodzakelijke voedingsstoffen, maar ook de grote gevolgen van liefde, van haat, van afgunst, van jaloezie, van hebzucht en genotzucht, getoond en gedeeld op foto en film, verspreid via social media; er is complotdenken; er zijn veel valse godsdiensten, die enkel voortkomen uit eigen redenering en fantasie.

Inderdaad, de levende God schiep alles tot Zijn eer, zoals Hij gewild heeft, mèt de door Hèm bepaalde en gestelde òrdes. In die ordes schiep Hij de engelen tot knechten, de mens tot kind. Er waren engelen die die orde verwierpen in jaloezie en in opstand kwamen. God handhaafde Zijn gezètte ordes. Die opstandige engelen – duivelen – verleidden de mens. De mens liét zich verleiden en onderwierp zich door die verleiding aan de duivel, en geloofde hem méér op zijn woord – de léugen! – dan zijn Schepper op Zijn volmaakt betrouwbaar Woord.

God schiep door Zijn Wóórd de hemel en de aarde met alles wat er op en in is. Elke dag ziét de mens de aarde en wat zij bevat, en zij kent nog lang niet alle schatten en geheimen die God er in gelegd heeft. Laat staan in al de details in zowel delfstoffen als planten- als dierenrijk. God, Die Leven is, gééft leven aan al wat leeft. Door ònze zondeval brachten wij de dóód in de wereld, naar Gods Wóórd. De mens tracht het leven te doorgronden, te verstaan, tevergeefs. Veel geslachten hebben het geprobeerd, ze vorder(d)en niéts!

Heeft de mens(heid) dat erkend en zijn ze tot inkeer en wederkeer gekomen? Nee! Integendeel, ze hebben zich verhard in hun ongeloof en afkeer van de Waarheid en hebben zich des te meer overgegeven aan de léugen, en die geloofd!

Heeft God – dat ziénde, immers Hij vormde het oog! – Zich van de aarde, de mens afgekeerd en gezegd: zoek het zelf maar uit. Néé, Hij heeft het definitieve oordeel over de zonde gelegd op Zijn Eigen Zoon, onze Heere Jezus Christus, omdat niemand anders dat oordeel kòn dragen. Tegelijk heeft Hij in de vele eeuwen sinds ònze zondeval vele profeten gestuurd om de mens op te roepen tot hartelijke en waarachtige bekering en berouw over hun zonden, ja, dat ze met haast met hun zonden zullen breken en Gòd weer zullen geloven op Zijn Woord, zoals hun eerste voorouders vóór hun zondeval. Tegelijk, dat ze dóór geloof de leugen zullen ontmaskeren en zich daarmee van de duivel afkeren, en die in die weg leren háten en ontvluchten.

Maar de mens is blind en ziet en vertrouwt in die blindheid op aantallen, meerderheid, redenering van mènsen, op machtigen en aanzienlijken, op invloed, hier, nu. Het Chinese volk, het Indiase volk? Zó groot, zó talrijk, toch, voor God als een stofje aan een weegschaal. Xi Jinping, Narendra Modi, Vladimir Poetin, Joe Biden, leiders, hun levensadem is in Gods hand, en Hij geeft die zolang het Hem behaagt.

Maar de mens is blind en ziet en vertrouwt in die blindheid op bezit en rijkdom en wetenschap, hier, nu. De mens ziet niét, dat Gòd regeert en al die rijkdom en schatten in Zijn hand houdt en er over beschikt naar Zijn goeddunken. Hij stort rijken in armoede, Hij verheft armen tot macht en invloed, en niemand kan Hem daarin weerstaan. En ná ieders sterven blíjft Hij de grote Eigenaar en Bezitter. Wetenschappers van naam legt Hij het zwijgen op en de resultaten van hun denken maakt Hij beschaamd.

Toch laat de mens zich niet waarschuwen en maakt de leugen tot ‘waarheid’.
– Dan zegt die mens: ‘de dood hoort bij het leven.’ Hoe schaamteloos probeert de mens èigen zonde en alle gevolgen daarvan te ontkennen en te maskeren. Daarmee zegt die mens: welnee, de dood is helemaal niet een vijand als rechtvaardige straf en oordeel van Gòd op mìjn zonde. En ná zwaar lijden spreekt de mens over: verlost zijn, rusten. Over de zònde geen woord.
– Dan zegt die mens: ‘dat komt door de natuur.’ Hoe schaamteloos ontkent de mens daarin Gòds hand, Die overvloed aan voedsel geeft, of overvloed onthoudt, op de ene plaats zo, op de andere anders, in het ene land zo, in het andere anders, in het ene jaar zo, in het volgende anders. Tegelijk: de mens ziet de schaamteloosheid waarmee mènsen zwaar misbruik maken (tot èigen voordeel!) van overvloed, van schaarste, óver vele levens van andere mensen en volken. Ook inzake de ‘natuur’. Alsof de ‘natuur’ een zeer onpersoonlijk, neutraal iets is, vol willekeur en onberekenbaarheid. Maar de mens ziet niét Gòds hand, die sláát, zoals Hij wil. Niet met het dóel om kapot te maken, te vernielen, te ontwrichten, maar – ziénde, dat de mens bij alle van Hèm ontvangen overvloed en gezondheid en voorspoed en welvaart en vrede en genot gedurende (vaak) vele jaren! – ziénde, dat die mens zich in verharding van Hem afkeert, Hem de rug toekeert, Hem dood verklaart, Zijn Woord voor puur léugen houdt, stuurt Hij Zijn oordelen in al die rampen, Zijn straffen, tegelijk (opnieuw) de ernstige oproep: mèns, bekeer u tot Mij en lééf! Want deze rampen van vandaag en gisteren en morgen en overmorgen zijn nog maar een zwakke afbeelding van wat kòmt, nee, van wat IK, de levende God, brèng: de eeuwige dood en verlating van Mij over uw zonde; tegelijk de eeuwige wroeging, dat ik mij niet heb wìllen bekeren maar heb vertrouwd op leugen.
– Dan zegt die mens: ‘klimaatverandering.’ Hoe schaamteloos probeert de mens Gods oordelen over háár zonde en alle verharding daarin te neutraliseren en die ‘veranderingen’ als gevolg van buitenaf aan te merken. O zeker, de mens ziet (ook), dat de mens zelf zich van geslacht tot geslacht vergrijpt aan de schepping en wat zij geeft, en zich dat toeëigent alsof ze de vrije beschikking daarover heeft, naar haar goeddunken. Maar daar stappen we gemakshalve overheen en noemen het: klimaatverandering. Want kijk, dan kunnen we die ‘veranderingen’ van buitenaf in kaart brengen, onze computermodellen en -berekeningen er op los laten en voor ons laten uitrekenen wèlke mogelijkheden er zijn om die gevòlgen zo veel als òns mogelijk is te bestrijden en te voorkómen. Want we zijn zeer bezorgd over onze kinderen en kleinkinderen… Hoe suggestief proberen we alle gedachten en wensen en plannen en besluiten voor òns karretje te spannen. Want ÌK ga met MÌJN eigen leventje op de door MÌJ gewenste wijze dóór. Want ÌK heb daar recht op en dat laat ÌK mij niet afnemen. En dat de bestrijding van die aankomende ‘klimaatverandering’ vele, vele miljarden kost, dat is bijzaak. Dat leggen we bij het gewone volk neer, die ònze wetenschap en ònze aanpak en ònze besluitvorming daarin gelooft en volgt als een lam. En alle openlijke hùichelarij van leiders en voorgangers aanmerkt als incidenten, die – inderdaad – niet mochten gebeuren, maar – helaas – plaatsvonden. En daarom blijft de kraan veelszins wijd openstaan voor hen, die het kunnen betalen, maar moet tegelijk het gewone volk zich in tal van opzichten aanpassen en beperken om de ‘klimaatverandering’ zo mogelijk te voorkómen.

Wie God gelooft op Zijn Woord, wéét, dat God diverse beloftes gedaan heeft. Ieder mens kan zien en verstaan, dat God Zich aan die beloftes hòudt, náár Zijn Woord:
– God belooft de voortdurende afwisseling van dag en nacht. Door Zijn almacht draait de aarde met vaste snelheid om haar as. Tegelijk heeft Hij de zon, de maan, de sterren, de planeten ieder hun toegewezen baan geboden te gaan. En ze wijken daarvan niet af.
– God belooft de blijvende afwisseling van de seizoenen, zomer, herfst, winter, lente. Geen ‘klimaatverandering’ kan daar verandering in aanbrengen. Maar stijgt de temperatuur op wereldschaal dan niet? Dat kan inderdaad. Maar dan zal de mens eerst in de spiegel moeten kijken en erkennen, dat hij/zij zich beslist niét wil bekeren en berouw heeft over al zijn/haar zonden. Maar zié, dat de mens(heid) in grote eigenwilligheid denkt zèlf voor afdoende oplossingen te (kunnen) zorgen. Dat is de vrucht van het denken, dat (ook) Gòd gebonden is aan ‘ònze’ oplossingen, en Zich onmogelijk kan losmaken van ònze besluiten en ònze berekeningen en ònze daden daarin. Ja, door ònze berekeningen, oplossingen, besluiten, daden is en wordt Hij (als Hij al bestaat!) aan handen en voeten gebonden. De sóevereine mèns!!! Bewijs: ná de afgelopen hete, droge zomers in Nederland zouden er weinigen zijn die zo’n puur Hollandse zomer als we in 2021 ontvingen voor mogelijk gehouden hebben. Toch, Gòd gééft die, soeverein. God is en wordt door niémand gebonden aan wèlke ‘ontwikkeling’ dan ook. Herinner ook de ongedachte winterweek in februari in Nederland.
– Jezus Christus belóóft terug te komen, spoedig. Hij heeft ook gezegd wat er dan gebeuren zal. Herinnert u zich de geweldige bos- en natuurbranden op tal van plaatsen in de wereld? Dat is een kleinigheid bij wat dàn door God gegeven zal worden: de hele aarde zal volmaakt schoongebrand worden van alle zonden, alle gevolgen ervan, ja tot in de kleinste sporen ervan. En nee, niémand zal daar ook maar het minste tegen kunnen doen. Tegelijk herschept Hij dóór die alles verwoestende brand een niéuwe hemel-aarde, waar Hij voor eeuwig woont en regeert met allen, die Hem onvergankelijk lief hadden en Hem in Waarheid hebben gediend en gehoorzaamd naar de eis van Zijn Verbond. En zij, die Hem niét liefhadden en gehoorzaamden worden voor eeuwig onterfd en door Hem weggedaan van deze aarde, die Hij bij de schepping aanwees als aan hen gegeven als woon- en leef- en werkgebied.

De mens làcht om die derde belofte? De mens spòt met die derde belofte? Geen mèns kan de vervulling van de eerste twee beloftes ontkennen, integendeel, èlke dag worden we er bij bepaald, dàt God Zijn Woord houdt. Daarom, laten we ons met haast van harte bekeren van al onze zonden, nu God daarvoor nog tijd en gelegenheid geeft en laat. Niemand is te verontschuldigen, die voortgaat op oude zondige wegen. Haar làch nu, zijn spòt vandaag zullen voor eeuwig in het geheugen gegrift staan, met het zekere wéten: te láát!

Alleen het offer van Jezus Christus is voor God afdoende om de zonden van mensen te vergeven. Maar wie zichzelf buiten Jezus Christus om wil verlossen en redden, die werpt God op zichzelf terug en vraagt van ieder persoonlijk volkomen genoegdoening. Daarom, laat u redden uit dit verkeerde geslacht en zoek uw behoud alleen in dat ene offer en dien God in Waarheid, naar Zijn Woord.

4 september 2021

Dit bericht is geplaatst in Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.